De landbouw van de toekomst

Ik heb sinds lange tijd weer eens een aandeel gekocht. Deze keer een zogenaamd ‘oogst-aandeel’; vanaf nu komt mijn groente en fruit alleen nog maar van de biologische boerderij om de hoek (land en boschzigt, de oudste biologisch dynamische tuinderij van Nederland).

Zelf te oogsten, dus vanmorgen ben ik er maar eens naartoe gefietst, met een kind voor- en een kind achterop. Met mijn fiets en mijn handen heb ik vanmorgen de tussenhandel even helemaal uitgeschakeld, net als de oliehandel, want er hoefde geen machine over het land om mijn groentes te oogsten – dat deed ik zelf, met de hulp van twee kinderen.

Heerlijk vers voedsel, ieder seizoen, iedere maand, iedere week iets anders, aangepast aan de natuur – en dus aan de behoeftes van de mens. Dat betekent in mei onder meer raapstelen; boordevol ijzer, vitamine C en foliumzuur. Maar ook rabarber, waarvan de steel pariëtine bevat, een stof die tumorgroei remt. En de paksoi die ik voor het eerst zelf oogstte heeft, net als alle koolsoorten, ook een kanker-remmende werking; dankzij de glucosinolaten in de plant.

Maar dat is nog niet alles. Met deze aankoop van vers, biologisch voedsel van de tuinderij om de hoek geef ik boer Sijmen de kans zich toe te leggen op iets waar hij goed in is, en waar hij energie van krijgt, en wat steeds meer in de verdrukking raakt in de traditionele landbouw: kwalitatief goed voedsel.

De gangbare landbouw, vaak verenigd in coöperaties als de LTO, die niet alleen gezamenlijk voor de belangen van de groep opkomen maar ook gezamenlijk in- en verkopen, of bij die in- en verkoop een grote vinger in de pap hebben door hun advies, hun kennis en hun netwerk. Een netwerk dat bestaat uit het bedrijfsleven (Bayer, Monsanto, de medicijnenindustrie, maar ook de olie-industrie), de overheid en universiteiten zoals de Wageningen Universiteit, die – met de Mantra dat Nederland de wereld zou moeten voeden – een nogal dubieuze rol speelt.

Door ons poldermodel zijn wij in een paar dingen heel goed geworden; we zijn ons gaan specialiseren. Onder andere in framing, toonhoogte en ons neerleggen bij suboptimale oplossingen. Dit alles hebben wij geleerd om onze eigen suboptimale ideeën zo goed mogelijk te kunnen verkopen, in Nederland handelsland. Idealiter met een volledig wetenschappelijk verantwoord onderzoek – vol verwijzingen naar de ‘juiste’ wetenschappers dus – maken we vervolgens goedgemutst en masse…de verkeerde keuzes. Door het frame dat wij de wereld zouden moeten voeden legt een heel land zich neer bij een vorm van landbouw die alle leven wil vernietigen. En ondertussen klinkt er geen onvertogen woord. Tot vandaag.

Dat we in Nederland dankzij het poldermodel hebben gekozen voor roofbouw in plaats van landbouw is eigenlijk nog best knap. Meestal maken we helemaal geen keuze, uit angst het zo geliefde poldermodel, de heilige verbinding met de Ander, te verliezen.

Een mooi voorbeeld van zo’n vanwege gevoeligheden nog steeds niet gemaakte keuze, is de keuze voor biologische landbouw, net als het vrijwel volledig ontbreken van focus van de overheid op zogenaamde nutricijnen, en de bijbehorende preventie in de zorg. Nutricijnen zijn namelijk geneesmiddelen die gratis zijn, er valt geen geld aan te verdienen door het systeem, omdat ze in goed en zorgvuldig uitgebalanceerd voedsel zitten.

Maar dat past niet in het frame, in de verbinding, wat zeg ik, in de verstrengeling van overheid, agribusiness en medicijnenlobby. Wat daarbij het bestaande achterhaalde systeem enorm helpt is het grote aantal mensen dat eten nog slechts ziet als genotmiddel om energie door te verkrijgen – in plaats van als gezonde bron van leven. En het is voor het systeem van het grootste belang om een zo groot mogelijk aantal mensen in deze staat van willoos slachtoffer te houden. Vandaar dat ook dit systeem vooral bezig is zichzelf te consolideren, door individuen te indoctrineren en neer te drukken.

De reden waarom de LTO, de overheid, de agrarische industrie, de chemische industrie en zelfs de zorg nooit voor biologische landbouw zal pleiten is heel eenvoudig: al die miljarden kilo’s roundup ready soja die door hun toedoen of met hun medeweten zijn geïmporteerd als voer voor onze veel te grote veestapel, al dat gif zoals bijvoorbeeld glyfosaat dat is gebruikt op onze gewassen, met alle – inmiddels algemeen aanvaarde – gezondheidsschade van dien, hier en in de landen van herkomst, het zal nooit uit te leggen zijn.

Het is een totaal gestoord systeem – dat naast grote indirecte gezondheidsschade, veroorzaakt door het vergiftigen van water, lucht, aarde, ons voedsel en het vernietigen van ecosystemen, ook zorgt voor werkgelegenheid voor tienduizenden mensen – en enorme winsten voor de agribusiness, de chemische- en olie-industrie.

In plaats van de patiënt te genezen door te stoppen met het toedienen van gif, worden er dan ook telkens nieuwe soorten gif op haar toegepast. Als het ene gif toch teveel gezondheidsschade tot gevolg had, wordt er weer een nieuw gif ontwikkeld. En die patiënt is niet alleen de echte patiënt in ons achterhaalde neoliberale zorgsysteem, maar ook de landbouw, in hetzelfde achterhaalde systeem, dat we dan ‘agribusiness’ noemen.

De schoorsteen moet ongestoord roken, dus verandering is veel te gevaarlijk. Terwijl er natuurlijk minstens zoveel mensen in de landbouw inclusief de toeleverende en verwerkende industrie zouden kunnen werken wanneer de focus op kwaliteit, op gifvrij, op biologisch zou zijn, houdt de status quo ons met behulp van het poldermodel zeer effectief tegen.

Het systeem van wereldhandel en marktdenken dat ervoor zorgde dat Nederlandse boeren, opgejaagd door technische ‘innovaties’ die niet duurzaam waren omdat ze alleen kwantiteit en winst voor de intermediairs ipv winst voor boeren en consumenten najoegen, hun voer anno 2017 nog steeds vaak zo goedkoop mogelijk inkopen in Brazilië om vervolgens het vlees met zoveel mogelijk winst te kunnen verkopen in China, is een vorm van roofkapitalisme die zijn weerga niet kent in de geschiedenis.

De agribusiness is samen met de voedselverwerkende industrie en passant verantwoordelijk voor het verdwijnen van unieke natuur (tropisch regenwoud en savannes in Zuid Amerika en Azië) en voor landbouw en veeteelt die niet nodig zouden zijn geweest als we anders hadden durven denken. Over minder en biologisch vlees bijvoorbeeld.

En wat was ondertussen het enige dat een kennisinstituut als Wageningen Universiteit eind jaren ’90, begin 2000 kon bedenken over biologisch voedsel? Dat het hetzelfde zou zijn als geloven in kaboutertjes; om zo snel mogelijk de toen nog prille vakgroep biologische landbouw, nota bene onder het mom van de ratio, de nek om te kunnen draaien.

Wageningen Universiteit is net zo gecompromitteerd als de rest van de agribusiness en zal zichzelf vrijwillig in het gezicht slaan als ze opeens openlijk gaat pleiten voor biologische landbouw – terwijl ze jarenlang de boeren heeft wijs gemaakt dat alleen innovaties ten behoeve van nog meer kwantiteit de moeite waard waren.

De Wageningse mantra dat we in Nederland de wereld zouden moeten voeden lijkt oppervlakkig gezien misschien een duurzame of sociale boodschap: het is niets minder dan het herhalen van de mantra-van-de-markt, enkel bedoeld om gevestigde belangen veilig te stellen.

Een mantra waardoor met het loslaten van de melkquota door Rutte 2 niet alleen de mest-belasting van het Nederlandse grond-en oppervlaktewater tot grote hoogtes is gestegen, waarvoor Nederland dan doodleuk in Brussel weer vrijstelling krijgt, maar waardoor de melkprijs ook dramatisch gedaald is.

Tot een niveau waardoor in Frankrijk kleinere melkveehouders ondanks dag in dag uit keihard ploeteren voor hun gezin, nauwelijks het hoofd boven water kunnen houden. Met als triest resultaat iedere twee dagen een suïcide onder kleinere Franse melkveehouders voor wie de prijs van melk te laag en de hypotheek te hoog wordt.

Hieruit blijkt maar weer eens dat de zo noodzakelijke Europese droom een droom van kannibalisme wordt als we er niet in slagen sociale en economische harmonisaties door te voeren, met een duidelijke focus op kwaliteit in plaats van geld.

Aan het ultra liberale, niet biologische systeem zal de overheid zelf, laat staan de internationale agribusiness, echter nooit een eind maken, het is een zichzelf eeuwig door schulden in geld en geweten verder omlaagdraaiende, diabolische tombola van winst, ego en afbraak.

De enigen die hier wel iets tegen kunnen doen zijn wijzelf. Lokaal geproduceerd biologisch voedsel door een nieuwe samenwerking tussen consumenten en landbouwers, een samenwerking die de tussenhandel zoveel mogelijk uitsluit.

Voor onze gezondheid en de natuur moeten we weer onze eigen boontjes doppen – we moeten het helemaal zelf rooien: door de landbouwer in staat te stellen weer kwaliteit te leveren.

Geef mij dan maar mijn eigen oplossing; een dag in de week een gezellig dagje uit in de natuur, om mijn kinderen te leren hoe en in welke jaargetijden onze groentes en fruit groeien, samen nadenken over de vraag welke invloed de maan heeft op gewassen, hoe de plant eruit ziet waar we spinazie van maken, of hoe we rabarber oogsten.

Maar ook welke bloemen er eigenlijk groeien op een gezonde grond, welke prachtige insecten er eigenlijk op onze groentes en fruit horen te leven (wel even goed wassen na het oogsten), kortom: welke wonderen de kosmos en de aarde met het leven daarop ons schenkt.

Maar niet onbelangrijk, mijn kinderen leren ook meteen dat door te durven kiezen voor een dergelijke microstructuur van de tuinderij om de hoek het grotere systeem vrij eenvoudig te verslaan is. Door dieper na te denken over je keuzes, en zorgvuldiger te kiezen voor meer kwaliteit van leven; voor de boer, voor jou en je naasten en, in het geval van gifvrij voedsel, voor de aarde.

Deze vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid, door niet de gemakkelijkste weg te kiezen met het kopen van producten die van over de hele wereld worden aangevoerd, of met chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest worden grootgebracht op mega-akkers, de zogenaamde akkerwoestijnen met monoculturen, is een pact dat je sluit met de landbouwer in de directe omgeving van je huis, liefst op fietsafstand.

Niet alleen om kwalitatief en betaalbaar voedsel te krijgen, maar ook om de wereld voor jezelf en de landbouwer een beetje mooier, gezonder, uitdagender en draaglijker te maken. Waardoor we bovendien onze kinderen beter kunnen opvoeden in onze eigen persoonlijke filosofie van de natuur.

En al die mensen die wijzen op het feit dat de hoeveelheid gifresten op ons voedsel verwaarloosbaar klein is beseffen niet dat degenen die de grootste gevaren lopen door al dat gif… naast de aarde en alles wat daarop leeft, vooral de boeren zelf zijn.

Maar los daarvan: een hoeveelheid gif op je voedsel die ‘binnen de norm’ is volgens de Voedsel en Waren Autoriteit, waarom accepteren we dat eigenlijk? Welke norm voor gifresten vinden wij dan acceptabel als we onszelf en onze kinderen eten geven? Willen we echt, ook maar de geringste hoeveelheid, gif binnenkrijgen? En vinden we het geen probleem als degenen die dag in dag uit voor ons voedsel moeten ploeteren, genetische afwijkingen en tumoren krijgen door het onnodige gebruik van enorme hoeveelheden gifstoffen als glyfosaat?

Want de bewijzen voor de effecten op de gezondheid van een product als glyfosaat zijn groot en overvloedig. De enorme winsten die met de agribusiness worden gemaakt, de tienduizenden arbeidsplaatsen die er in de agribusiness inclusief de ermee samenhangende chemische industrie mee gemoeid zijn, de overheid, de belangenclubs; de koepels van coöperaties, alles werkt mee om deze ongemakkelijke waarheid te bagataliseren – of zelfs glashard te ontkennen – en de bewijzen te verdoezelen.

Maar ook zonder bewijs zouden wij al voldoende moeten weten: wij die niet van plan zijn de aarde of onszelf te vernietigen: wanneer je voedsel eet dat met gif is grootgebracht, gif dat gemaakt is om leven te doden, dan doodt je jezelf, vrijwillig. We hebben de burgeroorlogen in Europa nagenoeg uitgebannen; de volgende stap zal zijn het uitbannen van de langzame maar nog veel te snelle dood door het eten van te veel, te vet, en met gif geproduceerd voedsel.

Je eigen tuintje op fietsbare afstand om de hoek is de enige manier voor landbouwers en consumenten om uit het systeem van steeds meer voor steeds minder te ontsnappen: door burgers die hun met liefde in plaats van met gif geproduceerde groente en fruit kopen. Het is niet alleen de echte oplossing voor het wereldvoedselprobleem, maar ook voor het probleem van een neoliberaal systeem dat ons, in weerwil van allerhande wetenschappelijke bewijs, ter ere van de winst uit alle macht wil doen geloven dat het gebruik van gif op voedsel ok is.

Als de gifsoort maar onderzocht is door de Wageningen Universiteit en toegelaten door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen (Ctgb) – dat een onderdeel is van diezelfde Wageningen Universiteit.

Tja. Hoe dom denkt het systeem eigenlijk dat wij zijn?

Nog een paar dagen en ik oogst weer mijn eigen groente en fruit, voor een nieuwe week, vol kwaliteit – en lekker eten.

 

Martin van Dijk zingt: Ik ben een Drent

Ik ben een Drent

Ik ben een Drent uit duister veen gestoken
meer turven hoog dan het geboorteland gedoogt
maar alles went, het heeft me niet gebroken
dat een verstoten lam niet wordt gezoogd
goddank ben ik niet klaaglijk blijven blaten
daar waar de dorre heide me amper werd gegund
ik zocht een wereld waar je meet met andere maten
waar je de ruimte krijgt, mag tonen wat je kunt
ik ging ver buiten de ouwe grenzen grazen
niet meer het ouwe zeer, niet meer het oud verdriet
ik zocht een wereld die me kon verbazen
toch vind ik steeds weer wat ik achter liet
want overal is Drenthe, overal de heide
dus zoek ik verder tot ik het ergens vind
een ander land dan land van eeuwig tussenbeiden
een land dat me niet liefdeloos verslindt

Ik ben een Drent uit duister veen gestoken
meer turven hoog dan het geboorteland gedoogt
maar alles went, het heeft me niet gebroken
dat een verstoten lam niet wordt gezoogd
een land waar ik niet hoef te wennen
waar ik mezelf volledig kan herkennen
want diep in mij zit altijd nog het lam
alleen naar buiten werd ik noodgedwongen ram
soms kan mijn eenzaamheid me nog bekruipen
wanneer ik warmtevan het moederschaap verlang
dan krijg ik zin me lam en lang kapot te zuipen
maar dat is zinloos want dan blijf ik aan de gang
toch zal ik altijd weer vechten met de rammen
want waar ter wereld ook, ik tref hetzelfde aan
ik laat me door de kudde niet verlammen
schaapachtigheid hoort niet in mijn bestaan

een kudde die geduldig wacht
totdat de prooi kan worden afgeslacht
als ieder nu tot eigen baat
voortaan z’n eigen ballen braadt
dan zing ik wel m’n eigen lied
terwijl ik zelf m’n grens gebied

Tekst: Hessel van der Wal

 

Duurzaamheid

DE vraag van vandaag is wat duurzaamheid eigenlijk is. Want duurzaamheid is inmiddels hot geworden. Gelukkig kun je er iedere definitie aan geven, omdat het een woord is wat voor meerdere uitleg vatbaar is. Mijn definitie zou zijn:

Een kans is duurzaam als de bijbehorende acties in een gegeven situatie het natuurlijk ecosysteem objectief aantoonbaar het meest optimaal verbeteren.

Duurzaamheid is per definitie integraal: omdat het betrekking heeft op het ecosysteem aarde, en dus op alles wat wij hier op aarde kennen. Dit betekent bijvoorbeeld dat duurzaamheid naast op ons milieu ook van toepassing is op sociaal, politiek en economisch gebied. Omdat de manier waarop wij de kansen voor duurzame ontwikkeling van deze onderwerpen hebben opgepakt, met al dan niet duurzame acties, effect heeft op het ecosysteem aarde.

Nu we een definitie hebben is het goed een aantal concrete voorbeelden te geven van duurzame kansen. We focussen hierbij op de stad en het omringende land (inclusief lucht, water en andere onderdelen van het plaatselijke ecosysteem) in plaats van op kunstmatige systemen en de daarvan afgeleide instrumenten of niet-integrale cijfermatige doelstellingen. Binnen deze afgeleiden van het natuurlijk ecosysteem focussen we weer op de te organiseren zaken. Dat betekent dat we ons bezighouden met duurzame individuen en de manier waarop ze binnen dat natuurlijk ecosysteem stad, land en individuen zo duurzaam mogelijk kunnen ontwikkelen.

Een duurzame stad heeft duurzame bestuurders: de koplopers.

Alle discussie over participatie ten spijt is het aantoonbaar zo dat er geboren leiders nodig zijn om de lijnen uit te zetten. Duurzame leiders die de intrinsieke behoefte voelen zich ook na hun geboorte duurzaam te blijven ontwikkelen. En zoals we eerder zagen, kan alleen de Avant-garde die duurzame leiders leveren. Dat die leiders burgers meer of minder betrekken bij hun keuzes door het gesprek over hun ideeën aan te gaan is evident. Maar het misverstand van deze tijd lijkt te zijn dat de burger zou moeten bepalen wat de bestuurder besluit. Een dergelijke bestuursvorm is echter nogal ondoordacht; ze leidt namelijk tot niets anders dan stilstand en achteruitgang. De mening van de meerderheid is vrijwel nooit de objectief aantoonbaar juiste basis voor het nemen van beslissingen. Reden zijn vaak de media en de haatpredikers: twee partijen die met demagogie een deel van het volk weten te misleiden in wat goed voor hen is. Vandaar dat we in ons sub-optimale democratische systeem hebben gekozen voor zogenaamde evenredige vertegenwoordiging. Of met andere woorden: een soort buffer tegen het misleide deel van de meerderheid.

Halen we die buffer weg zonder objectief aantoonbaar duurzame keuzes voor verbetering van ons democratisch systeem te maken dan leidt zo’n bestuursvorm tot een nihilistische maatschappij. Onze eigen neoliberale samenleving is zo langzamerhand een goed voorbeeld van zo’n nihilistische maatschappij aan het worden. Het besef van het belang van (het ontwikkelen van) duurzame waarden is inmiddels vrijwel volledig verdrongen door de behoudzucht van de status quo en het eigen ego. Er is dus niets duurzaams aan een maatschappij die de mening van de meerderheid als ijkmiddel gebruikt voor het nemen van besluiten, omdat daar het natuurlijk ecosysteem niet door verbeterd wordt.

Een geboren leider is altijd een koploper; iemand die voorop loopt dus. Leiden zonder voorop te lopen slaat immers nergens op. En dan hebben we het hier dus over voorop lopen bij de objectief aantoonbaar noodzakelijke vernieuwingen. Vernieuwingen dus die noodzakelijk zijn voor duurzame ontwikkeling. Dat zijn tegelijkertijd de vernieuwingen die onvermijdelijk plaats zullen vinden. Ze kunnen alleen tijdelijk tegengehouden worden – door bestuurders die geen koploper, en dus geen progressieve vernieuwer zijn. Het is dus veel meer de vraag hoe snel we vooruitgaan, dan of we vooruitgaan als individuen. Te snel, in de vorm van een revolutie, is niet goed; omdat dat voor chaos en geweld kan zorgen. Maar te langzaam is ook niet goed, omdat dat voor een sub-optimale maatschappij kan zorgen en dus voor individuen die neergedrukt worden door een sub-optimaal systeem.

Bestuurders die niet van nature voorop willen lopen passen slechts op de winkel van een kunstmatig en dus sub-optimaal systeem. Het zijn de eeuwige tussenpauzen, tot een betere situatie zich aandient. Maar de Rationele Ecolutie, de evolutie naar individuen die, met gevoelens als belangrijkste leidraad voor hun aangeboren talent en inzicht, alleen de ratio nog gebruiken om de objectief aantoonbaar juiste keuzes te maken, moet ons nu juist brengen van een maatschappij die in dat kunstmatige systeem het eigen ego en de mens en haar cultuur wil behouden door inferieure leiders in het zadel te houden, naar een duurzame maatschappij die ecosysteem aarde wil behouden en de mens en haar cultuur wil verbeteren. Kortom: de zichzelf verbeterende mens; de duurzame leider die vooroploopt naar de nieuwe, objectief gezien noodzakelijke, situatie is degene die een samenleving van individuen zou moeten besturen om deze optimaal duurzaam te laten ontwikkelen.

Van op macht gebaseerde visie naar op inzicht gebaseerde invloed. Een belangrijk onderdeel van de Rationele Ecolutie is het verbeteren van onze democratie, ons politieke systeem. Tot nu toe functioneerde dat altijd door op macht gebaseerde visies te verkopen aan zoveel mogelijk kiesgerechtigden. Een voorbeeld van de volledige controle van het neoliberalisme over de democratie: ook in de democratie zoals wij die nu kennen bepaalt de marktwerking wat goed is en wat niet. Net zoals de Hema goed draait als er voldoende worsten verkocht worden, draait een politieke partij als er voldoende leden zijn, en voldoende stemmen op de binnen de partij zelf overigens nauwelijks democratisch tot stand gekomen kieslijst.

Deze Jakobijnse vorm van democratie, ontstaan tijdens de Franse revolutie, loopt op haar laatste benen. De roep om vernieuwing schreeuwt ze inmiddels van de daken. En daarbij zijn referenda slechts een weinig duurzame teruggang naar een beginstadium van onze westerse democratie. Een beginstadium dat, aan het eind van de 18-de eeuw, gekenmerkt werd door vele tienduizenden mensen die op bevel van journalist (!) Jean-Paul Marat naar de guillotine werden afgevoerd. Al die doden waren nodig voor de Franse voorganger van onze westerse democratieën. Een voorganger die vooral een totalitaire vrijheidsideologie was – die bang was voor andersdenkenden. En die andersdenkenden werden met (sub-optimale) democratische middelen, zoals referenda onder de eigen aanhang, en aangevuurd door xenofobe conservatieve fanatici als Marat, meedogenloos vermoord. De Franse revolutie was in die zin de wegbereider van de neoliberale democratieën van vandaag, die immers overal in verre buitenlanden andersdenkenden vermoorden, maar ook van de democratisch gekozen, en door de journalistiek aangejaagde xenofobie aan de macht.

Maar wat moeten die duurzame bestuurders dan concreet willen, als we echt duurzaam willen zijn in stad en land?

Duurzame energie. 

De energiehuishouding moet slim en dynamisch zijn. Dat betekent dat het einddoel geschetst moet worden en de weg ernaartoe, ook wel de transitie-fase genoemd, moet helder beschreven zijn, zodat iedereen weet wat de toekomst is en hoe we daar komen. Dat het einddoel een stad moet zijn die energie levert in plaats van energie verbruikt is evident. Dat in die stad burgers zelfvoorzienend zijn door de meest optimale vormen van isolatie en energie-opwekking en -opslag, ook. Maar hiermee zeggen we dus ook dat off-grid nieuwbouw de toekomst is, oftewel gebouwen die losgekoppeld zijn van zowel het aardgas- als van het elektriciteitsnetwerk. Dat dat voor bestaande bouw en lopende nieuwbouwprojecten onhaalbaar is doet daar niets aan af. We slaan straks het kleine beetje door onszelf opgewekte energie natuurlijk op in een batterij en laten dat gedurende de dag vrijkomen voor onze dagelijkse behoefte. Auto’s worden straks allemaal zelf-ladend door in het dak geïntegreerde zonnepanelen. Een bedrijf als Sono Motors brengt in 2017 al het eerste, betaalbare, model op de markt. Energie wordt kortom volledig elektrisch in de toekomst. Fossiele energiebronnen zullen nu zeer snel verdwenen zijn. Benodigde plastics zullen biobased en waar mogelijk biodegradable zijn, natuurlijk nadat we eerst bespaard hebben op de situaties waarin we überhaupt producten van plastic nodig hebben.

En hoe worden die duurzame bestuurders dan gekozen?

Democratie. 

In de duurzame stad van de toekomst worden bestuurders gekozen uit alle burgers. Of die bestuurders nu eerst at random in een grote groep geselecteerd worden aan de hand van criteria voor duurzame ontwikkeling van zichzelf (visie, inzicht en lef) en de maatschappij (objectief aantoonbaar concrete genomen besluiten of bereikte duurzame resultaten) waarna ze zichzelf online voorstellen aan het publiek zodat iedereen aan de hand van een al dan niet goed verhaal op de aspirant bestuurder kan stemmen, of dat alle burgers zelf kans maken bestuurder te worden en alleen maar een goed verhaal online moeten plaatsen, het belangrijkste is dat gelijke kansen en transparantie samen met het internet ervoor zorgen dat alleen de objectief aantoonbaar besten naar boven komen drijven, en niet degenen die zich omhooggewerkt hebben door kleurloos, populistisch, of demagogisch te zijn. De machtswellust leidt tot niets in de politiek. Een goede duurzame bestuurder zit er niet voor zichzelf maar voor de burger en het ecosysteem aarde en wil beiden in de rol van bestuurder ontwikkelen omdat hij/zij daar het best voor in de wieg gelegd is en zichzelf daarvoor het best ontwikkeld heeft.

Vervolgens vind het stemmen op de zeer uitgebreide kandidatenlijst die open is voor zoveel mogelijk individuen, ondanks al het (conservatieve) geneuzel over privacy, online plaats via een beveiligde verbinding waarop is ingelogd vanaf een digid-achtig account. Tot zover een eerste schets van de meest logische details van de nabije toekomst voor onze democratie. En logica is iets belangrijks in die democratie van de toekomst. We moeten ons er namelijk bewust van zijn dat wanneer we de ratio toepassen op dit democratische systeem vooruitgang onvermijdelijk is voor dit systeem. Het is alleen de vraag hoe snel die vooruitgang plaatsvindt en of het systeem vooruitstrevend, vernieuwend blijft, door bestuurders die hun eigen weerstand creëren; om zichzelf en het systeem kritisch te bevragen, om haar te kunnen vernieuwen – met weer een nieuwe lichting aantoonbaar betere bestuurders. De democratie van de toekomst zal dus ook en vooral een dynamisch systeem moeten zijn.

Een duurzame democratie is een democratie zonder partijen, met uitsluitend onafhankelijke kandidaten. Een duurzame democratie is bovendien een democratie die een veiligheidsklep inbouwt voor het moment dat het systeem objectief gezien vernieuwd dient te worden omdat nieuwe inzichten ervoor zorgen dat het systeem duurzamer ontwikkeld kan worden. Op zo’n moment mag het niet meer kunnen gebeuren dat, zoals nu wel het geval is, de zittende bestuurders vernieuwingen, zoals de Rationele Ecolutie naar een partijloze democratie met onafhankelijke kandidaten, tegenhouden met argumenten die irrationeel en alleen bedoeld zijn om het eigen ego en de status quo te behouden. De partij-democratie zal volledig verdwijnen omdat ze een sub-optimaal onderdeel is van een democratie en we zullen in de nabije toekomst alleen nog onafhankelijke kandidaten hebben voor de positie van duurzame bestuurder, omdat een onafhankelijke kandidaat wel zonder last en ruggespraak de vooruitgang naar een objectief betere, duurzame wereld ter hand kan nemen.

Economie.

Alles wat geldt voor de democratie geldt ook voor grote zowel als kleine organisaties. Gelijke kansen voor iedereen en transparantie over wat je waarom doet, wat dat het bedrijf, de werknemer en de burger kost, waar de winst van de organisatie naartoe gaat en in welke verhoudingen naar welk doel, inclusief een transparant overzicht van alle salarissen, hoeveel er geleend wordt, waarvoor en van welke (duurzame) instelling.

Duurzame ontwikkeling.

Voor het onderwijs in de duurzame toekomst geldt dat duurzame opvoeding en continue duurzame ontwikkeling de basis zijn van alle verbetering. Ook binnen het onderwijs moet echt talent, van zowel student als docent herkend en erkend worden zodat ook hier weer de besten de andere individuen opvoeden en ontwikkelen. Daarbij geldt ook: behoud het goede en ontwikkel het slechte. Het is tijd om te stoppen het onderwijssysteem eens in de zoveel tijd volledig om te gooien. Echte keuzes voor de meest optimale onderwijs- en ontwikkel vormen en een keus voor de juiste doelen die daarbij horen zorgen er al voor dat de inferieure onderwijsvormen duidelijk worden, vanzelf kleiner zullen worden en uiteindelijk, dankzij de Rationele Ecolutie, geheel zullen verdwijnen.

Vrijheid.

Een echt duurzame bestuurder zorgt voor een zo groot mogelijke vrijheid voor iedere individuele mens; met alleen een grens aan die vrijheid wanneer die vrijheid een ander individu of de mogelijkheden voor duurzame ontwikkeling van een ander individu objectief gezien lastigvalt.

Het opheffen van neerdrukkende systemen.

Een echt duurzame bestuurder onderzoekt en gebruikt de mogelijkheden van het postanarchisme voor het verbeteren van de individuele vrijheid, door het opheffen van zoveel mogelijk onnodige neerdrukkende systemen en regels die de duurzame ontwikkeling van mens en maatschappij objectief gezien vertragen zonder daarmee voldoende voordelen te bieden voor die duurzame ontwikkeling.

Het instellen van de Laïcité.

Een duurzame bestuurder staat een strikte scheiding van kerk en staat voor, dat wil zeggen een scheiding van kerk en staat op de inhoud, en niet op de vorm. Iedereen is dus volledig vrij om zichzelf te kleden zoals hij of zij wil (daarmee val je namelijk niemand lastig in zijn of haar eigen vrijheid), maar religieuze uitingen, in woord of geschrift, mogen niet in openbare instanties te horen of te lezen zijn. Dus ook niet in de Tweede Kamer. Een openlijk Christelijk staatshoofd, zoals we die nu kennen, zal dan ook verdwijnen in de duurzame toekomst, net als Christelijke partijen. Bovendien moet ook de president of het staatshoofd op een transparante manier, met gelijke kansen voor iedereen, gekozen worden in plaats van door geboorte aangesteld te worden. De reden van dit alles is eenvoudig: mensen een boven-natuurlijke en dus onbereikbare want niet-bestaande God voor te houden is, samen met het geloof in een fantasieloos hiernamaals dat ons in de werkelijke, zeer relatieve, relevantie van ons bestaan doet berusten is in en in nihilistisch, zoals we eerder al zagen. Zonder scheiding van kerk en staat op bovenstaande wijze doet een bestuurder dus niet aan optimale duurzame ontwikkeling van individu en maatschappij maar behoudt ze een achterhaalde situatie die negatieve energie geeft aan individuen en hen daarmee lastigvalt en op zijn best doet stilstaan, als ze niet mee genomen worden in de achteruit van de haatpredikers onder de xenofobe conservatieve fanatici.

Het creëren van gelijke kansen voor ieder individu.

Mannen, vrouwen, mensen met verschillende religieuze of andere overtuigingen, mensen afkomstig uit verschillende gebieden of met roots in verschillende gebieden, mensen met een andere kleur of een andere, oudere leeftijd dienen door duurzame bestuurders gelijke kansen gegeven te worden. Dit betekent dat duurzame bestuurders xenofobie (en niet het niet-bestaande racisme, omdat rassen niet bestaan) beter gaan definiëren, lokaliseren en aanpakken. We moeten daarbij nadat we het gedefinieerd hebben accepteren wat xenofobie is, namelijk iets menselijks, en toegeven dat mensen, en sommige individuen meer dan andere, onderwezen en ontwikkeld moeten worden over het belang van diversiteit, van mensen en culturen voor de noodzakelijke duurzame ontwikkeling naar een betere wereld.

De apensoort mens heeft namelijk als enige diersoort de kans zichzelf weloverwogen te verbeteren, en niet alleen door zichzelf te ontwikkelen, maar ook door zijn partners (degenen waar hij voor kiest mee om te gaan in zijn leven) objectief uit te kiezen vanwege zijn of haar objectief aantoonbaar sterkere kanten, en daarmee zichzelf, die partners en wellicht zelfs de kinderen die uit die relaties vloeien op te stuwen in de eeuwige evolutie van de individuele mens naar een hoger beschavingsniveau. Alleen door gelijke kansen kunnen wij na een duurzame ontwikkeling een kosmopolitische, diverse en dynamische cultuur krijgen – met steeds meer individuen die zichzelf ontwikkeld hebben tot de duurzame mens van de toekomst: de kosmopoliet, oftewel de Homo Universalis.

Echte keuzes.

Wat ten slotte belangrijk is voor duurzame bestuurders om een echt duurzame ontwikkeling op gang te brengen is het maken van echte keuzes. Dus geen keuzes om de meerderheid te vriend te houden of het eigen ego te vergroten danwel de status quo of de eigen machtspositie te behouden.

Echte, rationele en transparante keuzes om de omslag naar een duurzame samenleving op sociaal, politiek, milieu en economisch gebied te bevorderen:

Die keuzes zijn nog het meest eenvoudig voor vervoer, energie en voedsel. Duurzame bestuurders bewerkstelligen:

  • een volledig elektrisch en groen vervoer
  • een volledig elektrische en groene energievoorziening
  • volledig zelfvoorzienende en energie-leverende steden en gebouwen
  • volledig ecologisch verantwoord gebouwde en onderhouden gebouwen en gebieden
  • een volledig biologische landbouw
  • een volledig biologische voedselketen

Verder zorgen duurzame bestuurders voor:

Echte keuzes voor het ontwikkelen van een objectieve selectie van talent. In het onderwijs, de politiek, de overheid en bij de immigratie. Wat betreft de immigratie: kom op duurzame bestuurder, het kan toch anno 2016 niet meer zo zijn dat we als enige criterium voor immigranten hebben dat ze afkomstig moeten zijn uit een oorlogsgebied waar ze niet meer naartoe terug kunnen. Ook immigranten moeten we, net als de hier al verblijvende individuen, aangeven wat we wel willen en niet wat we niet willen (terroristen, xenofobe conservatieve fanatici etc.) want dat laatste is zo langzamerhand meer dan logisch: dat zijn immers de potentiële haatpredikers die voor het tegengaan van duurzame ontwikkeling van maatschappij en individuen kunnen zorgen en dus in potentie voor chaos en geweld.

Het opheffen van een aanvalsleger, en het volstaan met een klein en flexibel inzetbaar verdedigingsleger. Het is hoog tijd voor duurzame bestuurders om te stoppen met buitenlandse militaire avonturen. Het verleden heeft bewezen, lang voor de onvoorstelbaar absurde, bemoeizuchtige en bloedige kruistochten, dat we niet alleen niets te zoeken hebben in verre buitenlanden met onze militairen, maar de plaatselijke situatie bovendien alleen maar gevaarlijker maken met onze totaal ongepaste bemoeienis. Laat vrije individuen overal ter wereld vrij zijn – zo lang ze jouw vrijheid niet beperken.

Echte keuzes voor staatsmedia met inhoud. Echt duurzame bestuurders maken echte keuzes die ervoor zorgen dat alle media uitingen die betaald worden door de staat niet het zoveelste slappe neoliberale aftreksel zijn die stilstand en achteruitgang bevorderen met plat vermaak en inhoudsloos tijdverdrijf. Kwaliteit moet weer de boventoon voeren als we betalen voor media uitingen. De kosten mogen niet meer opgaan aan bekende gezichten of stemmen die niet op basis van hun inzicht en invloed op de duurzame ontwikkeling, maar op basis van hun op macht gebaseerde visie zendtijd krijgen. Die kosten moeten gestoken worden in het sturen op media uitingen die duurzame ontwikkeling van individuen en dus de maatschappij bevorderen, in het weghalen van storende reclamezendtijd, in het verbeteren van onze cultuur kortom. Een dagje kijken in de studio van een Belgische, Franse of Duitse kwaliteitszender zou verplichte kost moeten zijn voor iedere duurzame bestuurder. Daar kunnen wij in Nederland schrikbarend veel van leren.

Tot zover een eerste schets van wat duurzaamheid wat mij betreft zou moeten zijn. Een basis die uiteraard verder ontwikkeld moet worden. Daarvoor ben je echter zelf aan zet, mocht mijn duurzaamheid ook die van jou zijn.

Progress: are you ready for it?

I think progress is built on the will to constantly discuss your ideas with others and only hold on to the ideas with the biggest objective truth in given circumstances. Are you ready for this?

Let me know how you think about progress.

Inspiratie voor de Avant-garde

Bladerend door een bestuursblaadje wemelt het van de foto’s van veel te grote groepen mensen die luisteren naar een oninteressante spreker. Vaak zijn het sprekers die iets vertellen over een betere administratie van onbelangrijke zaken, betere sturingsmodellen en KPI’s voor dingen die een organisatie niet vooruit helpen of een betere data-analyse om appels met peren te kunnen vergelijken. Suboptimale afspraken in de suboptimale systemen die veel grote organisaties zijn zorgen eerder voor werkverschaffing van de meerderheid dan voor inspiratie van de minderheid, de Avant-garde; koplopers die de organisatie vooruit kunnen helpen dankzij hun visie, inzicht en lef.

Dè uitdaging voor de meeste grote organisaties van vandaag is dan ook het zorgen voor inspirerende verhalen voor die Avant-garde. De neiging om een verhaal te vertellen wat de meerderheid van de werknemers inspireert (dat wil zeggen aanspreekt op de eigen verworvenheden of vaak egoïstische wensen) is echter een hardnekkige natuurlijke neiging. Terwijl die meerderheid van de mensen minder goed dan de Avant-garde in staat is zichzelf of de organisatie vooruit te helpen; omdat men wat meer moeite heeft zich open te stellen voor de zo noodzakelijke ontwikkeling, van zichzelf.

Dat is de reden dat er vooral saaie verhalen vertelt worden. En dankzij het internet en het samenvoegen van organisaties tot steeds grotere eenheden, worden die saaie verhalen aan steeds grotere groepen verteld. En foto’s ervan worden vaak ook nog eens buitengewoon trots rond getweet, zeker als de bijeenkomst in het teken stond van een van de hedendaagse zogenaamd heel goede ‘want disruptieve’ maar teveel mainstream onderwerpen. Kijk eens ik was erbij en behoor dus tot de koplopers. Welnee, om daarbij te horen moet je buitengewoon selectief zijn in het bijwonen van populaire bijeenkomsten over actuele thema’s. Als je ze überhaupt al moet bijwonen. Niets zo veranderlijk immers als actuele thema’s, en een echt lid van de Avant-garde heeft een stabiele, originele en eigen lijn nodig om de vooruitstrevende weg naar de toekomst af te kunnen leggen.

De meerderheid bezweert echter met het vertrouwde saaie verhaal, dat die meerderheid de heel prettige illusie geeft dat men goed bezig is, de voor de conservatieve medemens natuurlijke angst voor vernieuwing. Zo consolideert men het eigen werk, de eigen status, ‘dat wat men altijd al zo gedaan heeft’ oftewel bestaande zaken. Maar begrijp me niet verkeerd; daar is niets mis mee – het is een volstrekt begrijpelijk, want natuurlijk proces. Maar voor vernieuwing; vooruitgang naar een hoger plan van de plaatselijke cultuur of beschaving, is het funest als de middelmaat de toon aan gaat geven, het ritme bepaald en de melodie mag uitkiezen. Iets wat in vrijwel alle op suboptimale democratische gedachten gebaseerde organisaties van individuen gebeurt. In al deze organisaties is het dan ook tijd om te gaan erkennen dat voor iedere verzameling van individuen geldt dat die alleen duurzaam is als de natuurlijke leiders (degenen dus met invloed in plaats van de door kunstmatige systemen en afspraken gerealiseerde macht) die groep op inspirerende – en dus vernieuwende – wijze vertellen waar het heen moet met de wereld in het groot en de organisatie van individuen in het klein, waarom het daarheen moet en hoe alle individuen in de groep dat nieuwe doel gaan bereiken. Dat zal een klein groepje mensen inspireren en de rest opwekken: tot anders denken.

Anders denken; het sleutelwoord voor succesvolle ideeën, individuen en organisaties. Door anders dan voorheen te denken, anders dan veilig, zonder al teveel risico voor je was, en binnen die andere denkwijze vooral te zoeken naar de verbeterpunten voor jezelf, in plaats van voor anderen of de organisatie, ook als je van nature helemaal niet zo van verbetering houdt, creëer je de zo noodzakelijke energie voor jezelf, voor wat je doet en, vooral, voor het waarom van wat je doet.

Zingeving, zelfreflectie en zelf vervulling, drie eerste zetjes die we nodig hebben om vooruit te gaan. Want blijf je, om de meerderheid tevreden te stellen, met saaie, vaak nageaapte verhalen open deuren open doen dan help je ook iemand die van nature minder voorop loopt naar nieuwe doelen natuurlijk niet echt. Je zorgt slechts voor tijdelijk comfort die de voor betreffend individu noodzakelijke verandering weliswaar uitstelt, maar des te schokkender, verwoestender en moeilijker te verwerken maakt wanneer die zich, onvermijdelijk, uiteindelijk wel aandient.

Nee, de fanatiek conservatieve individuen moeten als geen andere mensen geprikkeld worden om hun wordende talenten aan te spreken, in een noodzakelijke nieuwe toekomst, om überhaupt te kunnen overleven, in die toekomst. Iemand die niet vooruit wil zal dat dus uiteindelijk toch wel moeten om mee te kunnen gaan in de evolutie die ieder individu en iedere organisatie continu doormaakt om up to date te blijven; om de juiste energie richting zichzelf te kanaliseren doordat de evolutie het beschavingsniveau van de kudde op een hoger plan heeft gebracht dankzij haar wapen logische verbetering in haar tendens naar het objectieve optimum van een bepaalde plek en een bepaald moment in de tijd.

Iemand die niet vooruit schijnt te willen kent zichzelf dan ook eigenlijk gewoon niet zo goed. Zo iemand denkt in feite alleen maar niet vooruit te willen. Andere dingen dan de ratio spelen op bepaalde terreinen gewoon een grotere rol in zijn denken. Omdat de persoon die met het verfrissende idee kwam, het logische verbeterpunt, hem niet aanstaat, omdat hij zelf dat idee had willen bedenken, of – voor de slimmeriken onder de conservatieven – omdat hij de relativiteit van logische verbeterpunten te goed inziet. Maar niet te onderschatten vaak speelt de begrijpelijke loyaliteit jegens het kunstmatige systeem van de organisatie een grote rol in het afwijzen van de logische verbeterpunten die door de Avant-garde worden aangedragen. Wie is zij om te bepalen dat we die kant op moeten?

Vooruitgang is juist daarom vooral een durven kiezen voor op inzicht gebaseerde invloed in plaats van voor op macht gebaseerde ‘visie’.

Maar laten we nooit vergeten dat als dit soort irrationele, gevoelsmatige overwegingen geen rol zouden spelen bij een groot deel van de wat meer volgzame individuen in organisaties, wij theoretisch gezien binnen de kortste keren een slechts nog rationeel ambtenaren apparaat kunnen hebben dat de treinen spreekwoordelijk weer laat rijden. De politieke constellatie hoeft maar om te buigen naar een partij als de PVV die de nieuwe zondebok, de moslim, op de voor de xenofobe conservatieve fanaticus gebruikelijke en eeuwenoude manier, in de juiste hoek weet te manoeuvreren. Geholpen door armoede als gevolg van een stilstaande status quo met haar onbereikbare bastions van het ‘goede’ leven en, soms ook, (staats)geweld staan de neuzen dan heel snel weer dezelfde maar verkeerde kant op.

Doorgeslagen rationeel denken is de voorbode van het nihilisme. De mens heeft, de juiste, inspiratie nodig.

Gelukkig wordt het mijns inziens niet spannender dan de constatering dat een (fanatiek) conservatief individu in de veiligheid van het midden van de kudde graag op een hem of haar bekende manier mee hobbelt naar de nieuwe noodzakelijke situatie. De nieuwe status quo dus. Die aangegeven wordt door de Avant-garde onder de Homo Sapiens; de Homo Universalis. (Voor de volledigheid: een echte Avant-garde zorgt uiteraard wel dat die status quo en het bijbehorende bastion van Avant Gardisten direct wijzigt, vernieuwt, als aantoonbaar betere individuen zich aandienen.)

Maar een status quo is natuurlijk vaak hardnekkig. Vooral de grotere organisaties, door hun omvang zo nauw gelinkt aan de politiek van het eigen ego, de eigen machtspositie en de status quo, hebben de democratische neiging het de stilstaande werknemer (te) gerieflijk te maken. De kudde hoeft immers niet zo nodig verder te zoeken naar grazige weilanden; het toppunt van de macht, onderdeel worden van de status quo, is immers al bereikt. Een vast contract, eventueel de bijbehorende gouden kettingen zijn de beloning voor zijn buigen voor de macht, voor de kunstmatige en dus suboptimale systemen, begrippen en aannames. De ‘staat van dienst’ of de geschikte wijze waarop betreffende persoon ‘zo sociaal’ opereert in het betreffende netwerk zijn de foutieve redenen om die persoon niet aan te spreken op zijn stilstand. Panta Rhei, alles stroomt. Of zou dat althans moeten doen. Want iemand moet weliswaar zichzelf kunnen blijven, of worden, mensen die weigeren vooruit te gaan, anderen tegenwerken die vooruit willen gaan of in het algemeen vaak onverbloemde haat koesteren tegen de logische verbeterpunten die niet op draagvlak van een bekende meerderheid kunnen rekenen, zijn de politieke dieren bij uitstek, de mensen dus die anderen lastigvallen omwille van de eigen machtswellust, oftewel anderen pesten. Iets dat niet alleen volgens de Arbowet verboden is, het is ook onnatuurlijk gedrag dat ontstaat uit angst voor het onbekende, vernieuwende en uit de drang de status quo ook te behouden als die niet bijdraagt aan vooruitgang van het individu. Zij zullen zichzelf dus moeten aanpassen. En hun kracht, het conservatisme, al dan niet van een meer of minder sociale variant, moeten inzetten op de momenten en plaatsen waar een organisatie daar, nu of in de toekomst, wel behoefte aan heeft. Mensen hiertoe inspireren, dat is een uitdaging die hoognodig opgepakt moet worden door de leidende figuren binnen grote organisaties en de samenleving als geheel. En dat kan alleen met een inspirerend verhaal voor de Avant-garde.

De zorg is een zieke markt geworden

Management door standaardisering, uniformering en het opknippen tot de verkeerde delen is een teken van gebrek aan talent voor leidinggeven. Het wordt vaak gedaan door luie mensen zonder visie en inzicht – en door politici.

Sinds kort ben ik gespreksleider van een gespreksgroep waaraan ook bejaarden deelnemen. Bejaarden die een bejaardentehuis niet meer in mogen omdat ze psychisch en lichamelijk niet ziek genoeg zijn volgens de nieuwe regels van de overheid, de WMO. Zogenaamd om kosten te besparen wordt in feite de onbewuste drang naar asociale omgangsvormen gecultiveerd met het maar weer eens herhalen van de mantra van de markt.

De geestelijk verzorger die vroeger deze gespreksgroep leidde mag dat nu niet meer doen; een groepsgesprek is volgens de nieuwe regels geen geestelijke verzorging meer, zeker niet als er ook mensen meedoen die niet onder betreffende geestelijke verzorging vallen. Mensen die in de buurt van het verzorgingstehuis in een aanleunwoning wonen bijvoorbeeld.

Het opknippen tot de verkeerde delen heeft ervoor gezorgd dat een integraal aspect van een beroep, het in een groepsgesprek bespreken van levensvragen, niet meer uitgeoefend kan worden met de ouderen die daar behoefte aan hebben. Wat wel goed en strikt geregeld is, is dat de oudjes ondertussen van de zorginstelling ter plekke per pin moeten betalen voor het bijwonen van de gespreksgroep, die overigens begeleid wordt door vrijwilligers. De nieuwe tijd is meedogenloos voor haar eigen en ons geheugen. Zij weet niets meer, wij proberen te vergeten.

Ook de medische wereld is verworden tot een enigszins chaotisch geheel. Door het alomtegenwoordige gebrek aan logisch verstand, visie en inzicht bij degenen die de besluiten nemen. Hoog tijd dus voor wat opbouwwerk. Gelukkig zal veel vanzelf gaan, omdat de Rationele Ecolutie objectieve besluiten voor verbetering zal afdwingen. Binnen afzienbare termijn zullen we bijvoorbeeld een cyclische beweging zien in de ouderenzorg. Al was het alleen maar zodat minder valide mensen degenen die hen uit bed komen halen weer mogen vragen dan ook van beneden de krant even mee te nemen en degenen die hen onder de douche komen zetten ook accepteren dat iemand liever niet meer doucht – maar wel graag naar de wc wil. Ook als dat niet past in de regels die, zonder zicht op de werkelijkheid, het werk van een verzorgende omschrijven. Oftewel in het algemeen zodat individuele patiënten weer de zorg krijgen die zij nodig hebben en niet de zorg die de verzorgende moet verlenen vanuit de verkeerde motieven; motieven die zaken efficiënter en dus uniformer en daarmee economischer moeten maken, in plaats van – objectief aantoonbaar – kwalitatief beter.

Ons sociale systeem en dus ook de gezondheidszorg wordt verziekt. Aan de basis van deze ziekte staat de westerse versie van democratie en economie, die niet leiders maar irrationele managers, bestuurders en politici aan het roer zet van een nihilistisch, neoliberaal systeem. Mensen die door gebrek aan leiderschap en zonder visie en inzicht weinig verder kunnen kijken dan het eigen ego. Achteruitgang is een keuze, en dit trio van talentloze machtswellustelingen kiest daar iedere keer weer zorgvuldig en zeer bewust voor. De mantra van de markt ondersteund hen hierbij volledig. Maar volledig ten onrechte.

Niet een sociaal netwerk, maar artsen, zorg-managers en vooral bestuurders en politici gaan heden ten dage sociale problemen te lijf, en wel met uniformering van een in de basis fout systeem dat vooral leidt tot het zo efficiënt en winstgevend mogelijk oplossen van problemen – in plaats van het voorkomen van problemen. Spil in dit foute systeem: de productie en verkoop van chemische preparaten die we medicijnen noemen. Terwijl artsen nog steeds op geen enkele manier kunnen bepalen wat de effecten zijn op ons interne ecosysteem van de vooral synthetische medicijnen die ze voorschrijven, worden ze meer dan ooit voorgeschreven. Het is een enorme business geworden, zonder dat iemand weet wat de effecten van het medicijn zijn op de rest van het lichaam.

Al zou met name het fanatiek conservatieve deel van de wetenschappers het maar al te graag willen, voor God spelen; sommige geheimen van moeder natuur kunnen wel ontrafeld, maar niet ‘opgelost’ worden. Wel bewonderd; vanwege haar verleden, heden en toekomst en haar objectief aantoonbare mogelijkheden voor vooruitgang. Aangemoedigd door wetenschap en bedrijfsleven blijven artsen desondanks veel te veel en vaak de verkeerde, synthetische, medicijnen voorschrijven. De gevolgen zijn onduidelijk voor de gezondheid, maar overduidelijk voor de gezondheidszorg. Niet alleen de kosten daarvan rijzen de pan uit, ook het aantal zieke mensen. De vergrijzing vormt voor politici, bestuurders en zorgmanagers een welkom rookgordijn van cijfers, maar ondanks dat zijn we echt niet steeds minder gezond doordat de baby-boom generatie en hun ouders ouder worden. Dat is een misverstand dat ontstaat door denken in kwantiteit in plaats van in kwaliteit.

Ziek worden en beter maken heeft weinig te maken met leeftijd als wel met gezond leven en dus preventie. En dat laatste is, hoewel de wetenschappelijke bewijzen zeer overdadig aanwezig zijn (1), niet interessant. We blijven de meest vieze en objectief aantoonbaar ongezonde dingen eten, drinken, roken en anderszins gebruiken. Tegen de vaak onbewuste menselijke drang tot zelfdestructie lijkt geen medicijn opgewassen.

Uiteraard is er dan ook in de gezondheidszorg een zeer perverse prikkel, de olifant in de kamer die niemand zegt te zien. Hoe meer mensen ziek zijn, hoe meer degenen die werken in de gezondheidszorg natuurlijk verdienen! Zelfs de verzekeraar, die dankzij de mantra van de markt inmiddels zonder daar de benodigde vorm van ambitie voor preventie en terugdringen van het gebruik van (niet-natuurlijke) medicijnen bij te hebben, namelijk met uitsluitend economische motieven als leidraad, bepaald welke behandeling wel en welke niet vergoed wordt.

De wetenschap heeft over het algemeen geen benul welk symptoom het gevolg is van welk echte probleem, en artsen dus ook niet. Maar artsen volgen de wetenschap desondanks over het algemeen blindelings. Op het gevoel van de patiënt, eeuwenoude wijsheden en out of the box ideeën voor aanpak van de basis van het probleem; een ongezonde leefwijze, durven we nauwelijks te vertrouwen. Dieper nadenken en doorvragen wordt gezien als een teken van zwakte van de wetenschap zelf. Een zwakte die tijd en dus geld kost. Er zijn dus moeilijk te interpreteren symptomen maar ‘gelukkig’ duidelijke handboeken, regels en formats en natuurlijk de vele medicijnmerken van de grote farmaceutische bedrijven die na toelating door de overheid vooral passen bij het etiket dat de zorgverzekeraar patiënten opplakt.

De manier waarop omgegaan wordt met de ziekte van lyme is een treurig stemmend voorbeeld, maar hetzelfde gaat op voor andere ziektes, als ms en me. Er zijn symptomen, die per patiënt verschillen en die per patiënt en per probleem ook anders worden opgelost door het interne ecosysteem. Artsen hebben echter uniforme regels waardoor bij een foute analyse als je niet oplet allerhande, bijvoorbeeld reuma-, medicijnen worden toegepast op lyme tot dat de betreffende persoon op de rand van de afgrond toch noch een juiste diagnose krijgt door iemand die doorvraagt en dieper nadenkt over heden, verleden en toekomst van de patiënt. Mensen met ME of MS krijgen afhankelijk van het humeur van de behandelend arts een diagnose MS of ME, of helemaal geen diagnose en worden al dan niet volgestopt met medicijnen die voornamelijk het farmaceutische bedrijfsleven stimuleren, maar de gezondheid van de patiënt op zijn zachtst gezegd ‘niet bevorderen’. Maar gelukkig zijn de toegepaste synthetische medicijnen wel volledig wetenschappelijk onderzocht en toegelaten door de overheid. Dat scheelt wanneer iemand het waagt de beroepsvrijheid van de (‘toch wetenschappelijk opgeleide?’) arts ter discussie te stellen die ervoor zorgde dat u een willekeurige behandeling kreeg voor iets waar u niet aan leed.

Maar hoe ziet preventie er dan uit? Zo eenvoudig als gezond water, gezonde lucht, gezond voedsel gecombineerd met een gezonde, vrije geest en wat beweging zal het toch niet zijn? Natuurlijk wel. Van Aristoteles tot en met Nietzsche waren alle oude filosofen intensief bezig met het belang van gezonde voeding, schone lucht en zuiver water voor een zuivere geest en vice versa. De vaak arbitraire grenzen die in medische handboeken worden aangehouden voor de ene of de andere diagnose zijn voor niemand een oplossing, behalve voor de markt; de farmaceutische industrie, met ijzeren regels en wetten ondersteund door de overheid en overige delen van een overigens achterlijk systeem.

Heeft iemand een etiketje dan volgen de medicijnen vanzelf. Niet of ze passen bij het etiket, maar of ze passen in het systeem met kunstmatige medicijnen is belangrijk. Vandaar dat de homeopathie zo intensief wordt bejaagd door zowel commercie als overheid. De manier waarop de overheid de medicijnboeren aan uniforme regels onderwerpt, gaat niet op voor de homeopathie. Kwakzalvers zijn het, de mensen die niet wetenschappelijk kunnen aantonen dat iets werkt en ‘maar’ plantenextracten gebruiken om het herstellend vermogen van het lichaam zelf te benutten. Dat een medicijn op basis van planten soms al duizenden jaren in gebruik is met zichtbaar effect op de van toepassing zijnde aandoening is irrelevant – omdat het niet past in een relatief nieuw, uitermate bureaucratisch systeem van chemische bestrijdingsmiddelen die zonder blikken of blozen worden toegepast – op de mens zelf.

Desondanks heeft de preventie van kanker door interessant en out of the box wetenschappelijk onderzoek (1) geweldige stappen vooruit kunnen doen. De onderbouwing van de effecten van zogenaamde nutricijnen als geelwortel, groene thee, broccoli, noten, fruit enzovoort bij het voorkomen en bestrijden van beginnende vormen van kanker is indrukwekkend. Preventie wordt in de medische wetenschap door de grote gemene deler echter nogal ondergewaardeerd. Interessant om te onderzoeken of hierbij wellicht een verschil van inzicht in de maakbaarheid van mens en samenleving een rol speelt. Ik vermoed van wel, maar dat terzijde.

Het gros van de activiteiten van de reguliere geneeskunde is gericht op behandeling, van kanker en andere ziektes. Er is geen tijd (want geen geld) voor het allerbelangrijkste middel om de gezondheidszorg goedkoper te maken: door met een integrale blik te kijken naar oorzaken van ziektes en preventie. Terwijl preventie een veel interessantere tak van sport zou moeten zijn voor iedere medicus. Dat bevorderd immers de kwaliteit van leven optimaal, en wel aan het begin van het proces; als het lichaam nog niet ziek is. En misschien dat zelfs de grote voedingsreuzen met een duidelijker focus op preventie eindelijk eens aangepakt kunnen worden. Voedingsreuzen die maar door blijven gaan met ziekmakend voedsel te verkopen aan zoveel mogelijk mensen. De mantra van de markt en de kwantiteit is ten dode opgeschreven, maar wordt nog steeds verpleegd door de zieke aspecten van ons medische systeem.

Het kankerfonds collecteert al jaren voor meer geld voor onderzoek naar nog meer synthetische medicijnen. Als ze bij mij aan de deur komen zeg ik dat ik niet doneer omdat ik vind dat er te weinig met bestaande kennis over preventie wordt gedaan en teveel met nieuwe ‘innovaties’. De medische wetenschap is te intelligent om simpel te denken en heeft niet voor niets het wiel van de gezondheid opnieuw uitgevonden met dank aan de scheikunde en het vermogen steeds weer nieuwe synthetische stoffen te produceren. Die scheikunde moet benut worden zodat we op de heilige markt iedereen een beetje beter kunnen maken. Iedereen… behalve de patiënt. Innovatie is niet per definitie duurzame innovatie.

Zoals Nietzsche al zei: ga weg van de markt. Doe niet mee in een irrationeel systeem. Wordt gezond. Verbeter het systeem, het ecosysteem, jouw ecosysteem. In het groot en in het klein; respectievelijk de aarde, je eigen sociale netwerk en je eigen lichaam. Het juiste voedsel, schone lucht, schoon water en een sociaal netwerk met niveau ondersteunt de helende werking van lichaam en geest zèlf; en dat is de essentie van gezond worden.

Medicijnen kunnen niet genezen wanneer ze niet het lichaam (inclusief de geest) zelf aanzetten tot actie en dus rekening houden met het precaire evenwicht in je interne ecosysteem – en haar oerkracht. En dan nog moet die actie de juiste actie zijn. En welke actie nodig is, is niet eenvoudig te bepalen in het interne ecosysteem van de mens. Zonder toevoegingen gaat dat goed wanneer zowel geestelijk als lichamelijk het juiste voedsel wordt opgenomen, de juiste lucht wordt ingeademd, het juiste water wordt gedronken, etc. Ontstaan er afwijkingen dan zijn chemicaliën over het algemeen vooral onzekere metgezellen van Ziekte zelf.

Begrijp me niet verkeerd; er zijn medicijnen die onmisbaar zijn omdat ze mensenlevens redden, mensenlevens die door wat voor reden dan ook toevallig even niet sterk genoeg waren om bacteriën, virussen of tumoren zelf te kunnen aanpakken. Maar het merendeel van met name de synthetische medicijnen doet meer kwaad dan goed of rekt op zijn best een suboptimale situatie. Een situatie die eenvoudig voorkomen had kunnen worden met een goede objectieve visie op het voorkomen van ziekte, gevolgd door concrete daadkracht om ziekte dan ook te voorkomen.

Zoals de gemiddelde manager ervoor zorgt dat zijn medewerkers in een grote organisatie van alle toeval ontdaan zijn en zich bezighouden met het deelstukje van de verdeelde taart zodat precies duidelijk is wie waarop en wanneer afgerekend kan worden en hoe kan worden voorkomen dat mensen allround worden, zo zorgt de medische wetenschap dat er voor ieder ziekteverschijnsel een deeloplossing is die volledig wetenschappelijk onderzocht en onder controle is.

Natuurlijk is er ook veel literatuur te vinden over interactie van het ene medicijn met het andere, maar de interactie van het lichaam met haar eigen en lichaamsvreemde stoffen is wel te onderzoeken, maar lastig wetenschappelijk te objectiveren. Populatie-onderzoek biedt kansen maar is niet altijd eenvoudig. Al is het alleen maar omdat het veel mensen betreft die over meerdere jaren dienen te worden gevolgd, waarbij zij-effecten van het lokale ecosysteem moeten worden gecorrigeerd. Welhaast het moeilijkste van alles is nodig bij de analyse van dit soort onderzoek: logisch nadenken. Weten is meer dan meten.

Logisch nadenken helpt weliswaar enorm, het is voor de wetenschap vrij onbelangrijk – als het op die wijze nadenken niet wetenschappelijk onderbouwd is. Het moet wetenschappelijk onderbouwd, vrijwel onweersproken en liefst door grote farmacie-bedrijven ondersteund zijn voordat we medicijnen vaak als ware het voedsel gaan aanbieden. Hoe meer omzet hoe meer winst; voor de lobbyclubs in Brussel en de farmaceuten zelf.

Maar worden we ook gezonder? Is het niet beter sommige geheimen van de natuur maar even aan te nemen, en te laten rusten? Durven vertrouwen dat een paar miljoen jaar evolutie vast gezorgd zal hebben dat, indien de randvoorwaarden goed zijn, een lichaam inderdaad, en wel op een wonderbaarlijke manier, zelfhelend is, zoals iedere arts met passie voor zijn vak in plaats van zijn portemonnee u zal kunnen vertellen. Natuurlijk moet het lichaam soms geholpen worden – maar zeker niet door de markt.

Blijven we in de zorg doen wat we tot nu toe deden dan geven we toe aan de neoliberale machtswellust en bijbehorende controle-drang van de uniformeerders die we managers noemen en die net als de farmaceutische industrie maar 1 belang hebben: rijk worden van uw onvermogen integraal te denken en handelen.

Vertrouw dus op de natuur, uzelf en uw lichaam. En op een integraal en objectief denkende vakman, die ook uw arts of apotheker zou kunnen zijn.

 

1: Eten tegen kanker – de rol van voeding bij het ontstaan van kanker – Dr. Richard Beliveau, Dr. Denis Gingras