De landbouw van de toekomst

Ik heb sinds lange tijd weer eens een aandeel gekocht. Deze keer een zogenaamd ‘oogst-aandeel’; vanaf nu komt mijn groente en fruit alleen nog maar van de biologische boerderij om de hoek (land en boschzigt, de oudste biologisch dynamische tuinderij van Nederland).

Zelf te oogsten, dus vanmorgen ben ik er maar eens naartoe gefietst, met een kind voor- en een kind achterop. Met mijn fiets en mijn handen heb ik vanmorgen de tussenhandel even helemaal uitgeschakeld, net als de oliehandel, want er hoefde geen machine over het land om mijn groentes te oogsten – dat deed ik zelf, met de hulp van twee kinderen.

Heerlijk vers voedsel, ieder seizoen, iedere maand, iedere week iets anders, aangepast aan de natuur – en dus aan de behoeftes van de mens. Dat betekent in mei onder meer raapstelen; boordevol ijzer, vitamine C en foliumzuur. Maar ook rabarber, waarvan de steel pariëtine bevat, een stof die tumorgroei remt. En de paksoi die ik voor het eerst zelf oogstte heeft, net als alle koolsoorten, ook een kanker-remmende werking; dankzij de glucosinolaten in de plant.

Maar dat is nog niet alles. Met deze aankoop van vers, biologisch voedsel van de tuinderij om de hoek geef ik boer Sijmen de kans zich toe te leggen op iets waar hij goed in is, en waar hij energie van krijgt, en wat steeds meer in de verdrukking raakt in de traditionele landbouw: kwalitatief goed voedsel.

De gangbare landbouw, vaak verenigd in coöperaties als de LTO, die niet alleen gezamenlijk voor de belangen van de groep opkomen maar ook gezamenlijk in- en verkopen, of bij die in- en verkoop een grote vinger in de pap hebben door hun advies, hun kennis en hun netwerk. Een netwerk dat bestaat uit het bedrijfsleven (Bayer, Monsanto, de medicijnenindustrie, maar ook de olie-industrie), de overheid en universiteiten zoals de Wageningen Universiteit, die – met de Mantra dat Nederland de wereld zou moeten voeden – een nogal dubieuze rol speelt.

Door ons poldermodel zijn wij in een paar dingen heel goed geworden; we zijn ons gaan specialiseren. Onder andere in framing, toonhoogte en ons neerleggen bij suboptimale oplossingen. Dit alles hebben wij geleerd om onze eigen suboptimale ideeën zo goed mogelijk te kunnen verkopen, in Nederland handelsland. Idealiter met een volledig wetenschappelijk verantwoord onderzoek – vol verwijzingen naar de ‘juiste’ wetenschappers dus – maken we vervolgens goedgemutst en masse…de verkeerde keuzes. Door het frame dat wij de wereld zouden moeten voeden legt een heel land zich neer bij een vorm van landbouw die alle leven wil vernietigen. En ondertussen klinkt er geen onvertogen woord. Tot vandaag.

Dat we in Nederland dankzij het poldermodel hebben gekozen voor roofbouw in plaats van landbouw is eigenlijk nog best knap. Meestal maken we helemaal geen keuze, uit angst het zo geliefde poldermodel, de heilige verbinding met de Ander, te verliezen.

Een mooi voorbeeld van zo’n vanwege gevoeligheden nog steeds niet gemaakte keuze, is de keuze voor biologische landbouw, net als het vrijwel volledig ontbreken van focus van de overheid op zogenaamde nutricijnen, en de bijbehorende preventie in de zorg. Nutricijnen zijn namelijk geneesmiddelen die gratis zijn, er valt geen geld aan te verdienen door het systeem, omdat ze in goed en zorgvuldig uitgebalanceerd voedsel zitten.

Maar dat past niet in het frame, in de verbinding, wat zeg ik, in de verstrengeling van overheid, agribusiness en medicijnenlobby. Wat daarbij het bestaande achterhaalde systeem enorm helpt is het grote aantal mensen dat eten nog slechts ziet als genotmiddel om energie door te verkrijgen – in plaats van als gezonde bron van leven. En het is voor het systeem van het grootste belang om een zo groot mogelijk aantal mensen in deze staat van willoos slachtoffer te houden. Vandaar dat ook dit systeem vooral bezig is zichzelf te consolideren, door individuen te indoctrineren en neer te drukken.

De reden waarom de LTO, de overheid, de agrarische industrie, de chemische industrie en zelfs de zorg nooit voor biologische landbouw zal pleiten is heel eenvoudig: al die miljarden kilo’s roundup ready soja die door hun toedoen of met hun medeweten zijn geïmporteerd als voer voor onze veel te grote veestapel, al dat gif zoals bijvoorbeeld glyfosaat dat is gebruikt op onze gewassen, met alle – inmiddels algemeen aanvaarde – gezondheidsschade van dien, hier en in de landen van herkomst, het zal nooit uit te leggen zijn.

Het is een totaal gestoord systeem – dat naast grote indirecte gezondheidsschade, veroorzaakt door het vergiftigen van water, lucht, aarde, ons voedsel en het vernietigen van ecosystemen, ook zorgt voor werkgelegenheid voor tienduizenden mensen – en enorme winsten voor de agribusiness, de chemische- en olie-industrie.

In plaats van de patiënt te genezen door te stoppen met het toedienen van gif, worden er dan ook telkens nieuwe soorten gif op haar toegepast. Als het ene gif toch teveel gezondheidsschade tot gevolg had, wordt er weer een nieuw gif ontwikkeld. En die patiënt is niet alleen de echte patiënt in ons achterhaalde neoliberale zorgsysteem, maar ook de landbouw, in hetzelfde achterhaalde systeem, dat we dan ‘agribusiness’ noemen.

De schoorsteen moet ongestoord roken, dus verandering is veel te gevaarlijk. Terwijl er natuurlijk minstens zoveel mensen in de landbouw inclusief de toeleverende en verwerkende industrie zouden kunnen werken wanneer de focus op kwaliteit, op gifvrij, op biologisch zou zijn, houdt de status quo ons met behulp van het poldermodel zeer effectief tegen.

Het systeem van wereldhandel en marktdenken dat ervoor zorgde dat Nederlandse boeren, opgejaagd door technische ‘innovaties’ die niet duurzaam waren omdat ze alleen kwantiteit en winst voor de intermediairs ipv winst voor boeren en consumenten najoegen, hun voer anno 2017 nog steeds vaak zo goedkoop mogelijk inkopen in Brazilië om vervolgens het vlees met zoveel mogelijk winst te kunnen verkopen in China, is een vorm van roofkapitalisme die zijn weerga niet kent in de geschiedenis.

De agribusiness is samen met de voedselverwerkende industrie en passant verantwoordelijk voor het verdwijnen van unieke natuur (tropisch regenwoud en savannes in Zuid Amerika en Azië) en voor landbouw en veeteelt die niet nodig zouden zijn geweest als we anders hadden durven denken. Over minder en biologisch vlees bijvoorbeeld.

En wat was ondertussen het enige dat een kennisinstituut als Wageningen Universiteit eind jaren ’90, begin 2000 kon bedenken over biologisch voedsel? Dat het hetzelfde zou zijn als geloven in kaboutertjes; om zo snel mogelijk de toen nog prille vakgroep biologische landbouw, nota bene onder het mom van de ratio, de nek om te kunnen draaien.

Wageningen Universiteit is net zo gecompromitteerd als de rest van de agribusiness en zal zichzelf vrijwillig in het gezicht slaan als ze opeens openlijk gaat pleiten voor biologische landbouw – terwijl ze jarenlang de boeren heeft wijs gemaakt dat alleen innovaties ten behoeve van nog meer kwantiteit de moeite waard waren.

De Wageningse mantra dat we in Nederland de wereld zouden moeten voeden lijkt oppervlakkig gezien misschien een duurzame of sociale boodschap: het is niets minder dan het herhalen van de mantra-van-de-markt, enkel bedoeld om gevestigde belangen veilig te stellen.

Een mantra waardoor met het loslaten van de melkquota door Rutte 2 niet alleen de mest-belasting van het Nederlandse grond-en oppervlaktewater tot grote hoogtes is gestegen, waarvoor Nederland dan doodleuk in Brussel weer vrijstelling krijgt, maar waardoor de melkprijs ook dramatisch gedaald is.

Tot een niveau waardoor in Frankrijk kleinere melkveehouders ondanks dag in dag uit keihard ploeteren voor hun gezin, nauwelijks het hoofd boven water kunnen houden. Met als triest resultaat iedere twee dagen een suïcide onder kleinere Franse melkveehouders voor wie de prijs van melk te laag en de hypotheek te hoog wordt.

Hieruit blijkt maar weer eens dat de zo noodzakelijke Europese droom een droom van kannibalisme wordt als we er niet in slagen sociale en economische harmonisaties door te voeren, met een duidelijke focus op kwaliteit in plaats van geld.

Aan het ultra liberale, niet biologische systeem zal de overheid zelf, laat staan de internationale agribusiness, echter nooit een eind maken, het is een zichzelf eeuwig door schulden in geld en geweten verder omlaagdraaiende, diabolische tombola van winst, ego en afbraak.

De enigen die hier wel iets tegen kunnen doen zijn wijzelf. Lokaal geproduceerd biologisch voedsel door een nieuwe samenwerking tussen consumenten en landbouwers, een samenwerking die de tussenhandel zoveel mogelijk uitsluit.

Voor onze gezondheid en de natuur moeten we weer onze eigen boontjes doppen – we moeten het helemaal zelf rooien: door de landbouwer in staat te stellen weer kwaliteit te leveren.

Geef mij dan maar mijn eigen oplossing; een dag in de week een gezellig dagje uit in de natuur, om mijn kinderen te leren hoe en in welke jaargetijden onze groentes en fruit groeien, samen nadenken over de vraag welke invloed de maan heeft op gewassen, hoe de plant eruit ziet waar we spinazie van maken, of hoe we rabarber oogsten.

Maar ook welke bloemen er eigenlijk groeien op een gezonde grond, welke prachtige insecten er eigenlijk op onze groentes en fruit horen te leven (wel even goed wassen na het oogsten), kortom: welke wonderen de kosmos en de aarde met het leven daarop ons schenkt.

Maar niet onbelangrijk, mijn kinderen leren ook meteen dat door te durven kiezen voor een dergelijke microstructuur van de tuinderij om de hoek het grotere systeem vrij eenvoudig te verslaan is. Door dieper na te denken over je keuzes, en zorgvuldiger te kiezen voor meer kwaliteit van leven; voor de boer, voor jou en je naasten en, in het geval van gifvrij voedsel, voor de aarde.

Deze vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid, door niet de gemakkelijkste weg te kiezen met het kopen van producten die van over de hele wereld worden aangevoerd, of met chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest worden grootgebracht op mega-akkers, de zogenaamde akkerwoestijnen met monoculturen, is een pact dat je sluit met de landbouwer in de directe omgeving van je huis, liefst op fietsafstand.

Niet alleen om kwalitatief en betaalbaar voedsel te krijgen, maar ook om de wereld voor jezelf en de landbouwer een beetje mooier, gezonder, uitdagender en draaglijker te maken. Waardoor we bovendien onze kinderen beter kunnen opvoeden in onze eigen persoonlijke filosofie van de natuur.

En al die mensen die wijzen op het feit dat de hoeveelheid gifresten op ons voedsel verwaarloosbaar klein is beseffen niet dat degenen die de grootste gevaren lopen door al dat gif… naast de aarde en alles wat daarop leeft, vooral de boeren zelf zijn.

Maar los daarvan: een hoeveelheid gif op je voedsel die ‘binnen de norm’ is volgens de Voedsel en Waren Autoriteit, waarom accepteren we dat eigenlijk? Welke norm voor gifresten vinden wij dan acceptabel als we onszelf en onze kinderen eten geven? Willen we echt, ook maar de geringste hoeveelheid, gif binnenkrijgen? En vinden we het geen probleem als degenen die dag in dag uit voor ons voedsel moeten ploeteren, genetische afwijkingen en tumoren krijgen door het onnodige gebruik van enorme hoeveelheden gifstoffen als glyfosaat?

Want de bewijzen voor de effecten op de gezondheid van een product als glyfosaat zijn groot en overvloedig. De enorme winsten die met de agribusiness worden gemaakt, de tienduizenden arbeidsplaatsen die er in de agribusiness inclusief de ermee samenhangende chemische industrie mee gemoeid zijn, de overheid, de belangenclubs; de koepels van coöperaties, alles werkt mee om deze ongemakkelijke waarheid te bagataliseren – of zelfs glashard te ontkennen – en de bewijzen te verdoezelen.

Maar ook zonder bewijs zouden wij al voldoende moeten weten: wij die niet van plan zijn de aarde of onszelf te vernietigen: wanneer je voedsel eet dat met gif is grootgebracht, gif dat gemaakt is om leven te doden, dan doodt je jezelf, vrijwillig. We hebben de burgeroorlogen in Europa nagenoeg uitgebannen; de volgende stap zal zijn het uitbannen van de langzame maar nog veel te snelle dood door het eten van te veel, te vet, en met gif geproduceerd voedsel.

Je eigen tuintje op fietsbare afstand om de hoek is de enige manier voor landbouwers en consumenten om uit het systeem van steeds meer voor steeds minder te ontsnappen: door burgers die hun met liefde in plaats van met gif geproduceerde groente en fruit kopen. Het is niet alleen de echte oplossing voor het wereldvoedselprobleem, maar ook voor het probleem van een neoliberaal systeem dat ons, in weerwil van allerhande wetenschappelijke bewijs, ter ere van de winst uit alle macht wil doen geloven dat het gebruik van gif op voedsel ok is.

Als de gifsoort maar onderzocht is door de Wageningen Universiteit en toegelaten door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen (Ctgb) – dat een onderdeel is van diezelfde Wageningen Universiteit.

Tja. Hoe dom denkt het systeem eigenlijk dat wij zijn?

Nog een paar dagen en ik oogst weer mijn eigen groente en fruit, voor een nieuwe week, vol kwaliteit – en lekker eten.

 

De zorg is een zieke markt geworden

Management door standaardisering, uniformering en het opknippen tot de verkeerde delen is een teken van gebrek aan talent voor leidinggeven. Het wordt vaak gedaan door luie mensen zonder visie en inzicht – en door politici.

Sinds kort ben ik gespreksleider van een gespreksgroep waaraan ook bejaarden deelnemen. Bejaarden die een bejaardentehuis niet meer in mogen omdat ze psychisch en lichamelijk niet ziek genoeg zijn volgens de nieuwe regels van de overheid, de WMO. Zogenaamd om kosten te besparen wordt in feite de onbewuste drang naar asociale omgangsvormen gecultiveerd met het maar weer eens herhalen van de mantra van de markt.

De geestelijk verzorger die vroeger deze gespreksgroep leidde mag dat nu niet meer doen; een groepsgesprek is volgens de nieuwe regels geen geestelijke verzorging meer, zeker niet als er ook mensen meedoen die niet onder betreffende geestelijke verzorging vallen. Mensen die in de buurt van het verzorgingstehuis in een aanleunwoning wonen bijvoorbeeld.

Het opknippen tot de verkeerde delen heeft ervoor gezorgd dat een integraal aspect van een beroep, het in een groepsgesprek bespreken van levensvragen, niet meer uitgeoefend kan worden met de ouderen die daar behoefte aan hebben. Wat wel goed en strikt geregeld is, is dat de oudjes ondertussen van de zorginstelling ter plekke per pin moeten betalen voor het bijwonen van de gespreksgroep, die overigens begeleid wordt door vrijwilligers. De nieuwe tijd is meedogenloos voor haar eigen en ons geheugen. Zij weet niets meer, wij proberen te vergeten.

Ook de medische wereld is verworden tot een enigszins chaotisch geheel. Door het alomtegenwoordige gebrek aan logisch verstand, visie en inzicht bij degenen die de besluiten nemen. Hoog tijd dus voor wat opbouwwerk. Gelukkig zal veel vanzelf gaan, omdat de Rationele Ecolutie objectieve besluiten voor verbetering zal afdwingen. Binnen afzienbare termijn zullen we bijvoorbeeld een cyclische beweging zien in de ouderenzorg. Al was het alleen maar zodat minder valide mensen degenen die hen uit bed komen halen weer mogen vragen dan ook van beneden de krant even mee te nemen en degenen die hen onder de douche komen zetten ook accepteren dat iemand liever niet meer doucht – maar wel graag naar de wc wil. Ook als dat niet past in de regels die, zonder zicht op de werkelijkheid, het werk van een verzorgende omschrijven. Oftewel in het algemeen zodat individuele patiënten weer de zorg krijgen die zij nodig hebben en niet de zorg die de verzorgende moet verlenen vanuit de verkeerde motieven; motieven die zaken efficiënter en dus uniformer en daarmee economischer moeten maken, in plaats van – objectief aantoonbaar – kwalitatief beter.

Ons sociale systeem en dus ook de gezondheidszorg wordt verziekt. Aan de basis van deze ziekte staat de westerse versie van democratie en economie, die niet leiders maar irrationele managers, bestuurders en politici aan het roer zet van een nihilistisch, neoliberaal systeem. Mensen die door gebrek aan leiderschap en zonder visie en inzicht weinig verder kunnen kijken dan het eigen ego. Achteruitgang is een keuze, en dit trio van talentloze machtswellustelingen kiest daar iedere keer weer zorgvuldig en zeer bewust voor. De mantra van de markt ondersteund hen hierbij volledig. Maar volledig ten onrechte.

Niet een sociaal netwerk, maar artsen, zorg-managers en vooral bestuurders en politici gaan heden ten dage sociale problemen te lijf, en wel met uniformering van een in de basis fout systeem dat vooral leidt tot het zo efficiënt en winstgevend mogelijk oplossen van problemen – in plaats van het voorkomen van problemen. Spil in dit foute systeem: de productie en verkoop van chemische preparaten die we medicijnen noemen. Terwijl artsen nog steeds op geen enkele manier kunnen bepalen wat de effecten zijn op ons interne ecosysteem van de vooral synthetische medicijnen die ze voorschrijven, worden ze meer dan ooit voorgeschreven. Het is een enorme business geworden, zonder dat iemand weet wat de effecten van het medicijn zijn op de rest van het lichaam.

Al zou met name het fanatiek conservatieve deel van de wetenschappers het maar al te graag willen, voor God spelen; sommige geheimen van moeder natuur kunnen wel ontrafeld, maar niet ‘opgelost’ worden. Wel bewonderd; vanwege haar verleden, heden en toekomst en haar objectief aantoonbare mogelijkheden voor vooruitgang. Aangemoedigd door wetenschap en bedrijfsleven blijven artsen desondanks veel te veel en vaak de verkeerde, synthetische, medicijnen voorschrijven. De gevolgen zijn onduidelijk voor de gezondheid, maar overduidelijk voor de gezondheidszorg. Niet alleen de kosten daarvan rijzen de pan uit, ook het aantal zieke mensen. De vergrijzing vormt voor politici, bestuurders en zorgmanagers een welkom rookgordijn van cijfers, maar ondanks dat zijn we echt niet steeds minder gezond doordat de baby-boom generatie en hun ouders ouder worden. Dat is een misverstand dat ontstaat door denken in kwantiteit in plaats van in kwaliteit.

Ziek worden en beter maken heeft weinig te maken met leeftijd als wel met gezond leven en dus preventie. En dat laatste is, hoewel de wetenschappelijke bewijzen zeer overdadig aanwezig zijn (1), niet interessant. We blijven de meest vieze en objectief aantoonbaar ongezonde dingen eten, drinken, roken en anderszins gebruiken. Tegen de vaak onbewuste menselijke drang tot zelfdestructie lijkt geen medicijn opgewassen.

Uiteraard is er dan ook in de gezondheidszorg een zeer perverse prikkel, de olifant in de kamer die niemand zegt te zien. Hoe meer mensen ziek zijn, hoe meer degenen die werken in de gezondheidszorg natuurlijk verdienen! Zelfs de verzekeraar, die dankzij de mantra van de markt inmiddels zonder daar de benodigde vorm van ambitie voor preventie en terugdringen van het gebruik van (niet-natuurlijke) medicijnen bij te hebben, namelijk met uitsluitend economische motieven als leidraad, bepaald welke behandeling wel en welke niet vergoed wordt.

De wetenschap heeft over het algemeen geen benul welk symptoom het gevolg is van welk echte probleem, en artsen dus ook niet. Maar artsen volgen de wetenschap desondanks over het algemeen blindelings. Op het gevoel van de patiënt, eeuwenoude wijsheden en out of the box ideeën voor aanpak van de basis van het probleem; een ongezonde leefwijze, durven we nauwelijks te vertrouwen. Dieper nadenken en doorvragen wordt gezien als een teken van zwakte van de wetenschap zelf. Een zwakte die tijd en dus geld kost. Er zijn dus moeilijk te interpreteren symptomen maar ‘gelukkig’ duidelijke handboeken, regels en formats en natuurlijk de vele medicijnmerken van de grote farmaceutische bedrijven die na toelating door de overheid vooral passen bij het etiket dat de zorgverzekeraar patiënten opplakt.

De manier waarop omgegaan wordt met de ziekte van lyme is een treurig stemmend voorbeeld, maar hetzelfde gaat op voor andere ziektes, als ms en me. Er zijn symptomen, die per patiënt verschillen en die per patiënt en per probleem ook anders worden opgelost door het interne ecosysteem. Artsen hebben echter uniforme regels waardoor bij een foute analyse als je niet oplet allerhande, bijvoorbeeld reuma-, medicijnen worden toegepast op lyme tot dat de betreffende persoon op de rand van de afgrond toch noch een juiste diagnose krijgt door iemand die doorvraagt en dieper nadenkt over heden, verleden en toekomst van de patiënt. Mensen met ME of MS krijgen afhankelijk van het humeur van de behandelend arts een diagnose MS of ME, of helemaal geen diagnose en worden al dan niet volgestopt met medicijnen die voornamelijk het farmaceutische bedrijfsleven stimuleren, maar de gezondheid van de patiënt op zijn zachtst gezegd ‘niet bevorderen’. Maar gelukkig zijn de toegepaste synthetische medicijnen wel volledig wetenschappelijk onderzocht en toegelaten door de overheid. Dat scheelt wanneer iemand het waagt de beroepsvrijheid van de (‘toch wetenschappelijk opgeleide?’) arts ter discussie te stellen die ervoor zorgde dat u een willekeurige behandeling kreeg voor iets waar u niet aan leed.

Maar hoe ziet preventie er dan uit? Zo eenvoudig als gezond water, gezonde lucht, gezond voedsel gecombineerd met een gezonde, vrije geest en wat beweging zal het toch niet zijn? Natuurlijk wel. Van Aristoteles tot en met Nietzsche waren alle oude filosofen intensief bezig met het belang van gezonde voeding, schone lucht en zuiver water voor een zuivere geest en vice versa. De vaak arbitraire grenzen die in medische handboeken worden aangehouden voor de ene of de andere diagnose zijn voor niemand een oplossing, behalve voor de markt; de farmaceutische industrie, met ijzeren regels en wetten ondersteund door de overheid en overige delen van een overigens achterlijk systeem.

Heeft iemand een etiketje dan volgen de medicijnen vanzelf. Niet of ze passen bij het etiket, maar of ze passen in het systeem met kunstmatige medicijnen is belangrijk. Vandaar dat de homeopathie zo intensief wordt bejaagd door zowel commercie als overheid. De manier waarop de overheid de medicijnboeren aan uniforme regels onderwerpt, gaat niet op voor de homeopathie. Kwakzalvers zijn het, de mensen die niet wetenschappelijk kunnen aantonen dat iets werkt en ‘maar’ plantenextracten gebruiken om het herstellend vermogen van het lichaam zelf te benutten. Dat een medicijn op basis van planten soms al duizenden jaren in gebruik is met zichtbaar effect op de van toepassing zijnde aandoening is irrelevant – omdat het niet past in een relatief nieuw, uitermate bureaucratisch systeem van chemische bestrijdingsmiddelen die zonder blikken of blozen worden toegepast – op de mens zelf.

Desondanks heeft de preventie van kanker door interessant en out of the box wetenschappelijk onderzoek (1) geweldige stappen vooruit kunnen doen. De onderbouwing van de effecten van zogenaamde nutricijnen als geelwortel, groene thee, broccoli, noten, fruit enzovoort bij het voorkomen en bestrijden van beginnende vormen van kanker is indrukwekkend. Preventie wordt in de medische wetenschap door de grote gemene deler echter nogal ondergewaardeerd. Interessant om te onderzoeken of hierbij wellicht een verschil van inzicht in de maakbaarheid van mens en samenleving een rol speelt. Ik vermoed van wel, maar dat terzijde.

Het gros van de activiteiten van de reguliere geneeskunde is gericht op behandeling, van kanker en andere ziektes. Er is geen tijd (want geen geld) voor het allerbelangrijkste middel om de gezondheidszorg goedkoper te maken: door met een integrale blik te kijken naar oorzaken van ziektes en preventie. Terwijl preventie een veel interessantere tak van sport zou moeten zijn voor iedere medicus. Dat bevorderd immers de kwaliteit van leven optimaal, en wel aan het begin van het proces; als het lichaam nog niet ziek is. En misschien dat zelfs de grote voedingsreuzen met een duidelijker focus op preventie eindelijk eens aangepakt kunnen worden. Voedingsreuzen die maar door blijven gaan met ziekmakend voedsel te verkopen aan zoveel mogelijk mensen. De mantra van de markt en de kwantiteit is ten dode opgeschreven, maar wordt nog steeds verpleegd door de zieke aspecten van ons medische systeem.

Het kankerfonds collecteert al jaren voor meer geld voor onderzoek naar nog meer synthetische medicijnen. Als ze bij mij aan de deur komen zeg ik dat ik niet doneer omdat ik vind dat er te weinig met bestaande kennis over preventie wordt gedaan en teveel met nieuwe ‘innovaties’. De medische wetenschap is te intelligent om simpel te denken en heeft niet voor niets het wiel van de gezondheid opnieuw uitgevonden met dank aan de scheikunde en het vermogen steeds weer nieuwe synthetische stoffen te produceren. Die scheikunde moet benut worden zodat we op de heilige markt iedereen een beetje beter kunnen maken. Iedereen… behalve de patiënt. Innovatie is niet per definitie duurzame innovatie.

Zoals Nietzsche al zei: ga weg van de markt. Doe niet mee in een irrationeel systeem. Wordt gezond. Verbeter het systeem, het ecosysteem, jouw ecosysteem. In het groot en in het klein; respectievelijk de aarde, je eigen sociale netwerk en je eigen lichaam. Het juiste voedsel, schone lucht, schoon water en een sociaal netwerk met niveau ondersteunt de helende werking van lichaam en geest zèlf; en dat is de essentie van gezond worden.

Medicijnen kunnen niet genezen wanneer ze niet het lichaam (inclusief de geest) zelf aanzetten tot actie en dus rekening houden met het precaire evenwicht in je interne ecosysteem – en haar oerkracht. En dan nog moet die actie de juiste actie zijn. En welke actie nodig is, is niet eenvoudig te bepalen in het interne ecosysteem van de mens. Zonder toevoegingen gaat dat goed wanneer zowel geestelijk als lichamelijk het juiste voedsel wordt opgenomen, de juiste lucht wordt ingeademd, het juiste water wordt gedronken, etc. Ontstaan er afwijkingen dan zijn chemicaliën over het algemeen vooral onzekere metgezellen van Ziekte zelf.

Begrijp me niet verkeerd; er zijn medicijnen die onmisbaar zijn omdat ze mensenlevens redden, mensenlevens die door wat voor reden dan ook toevallig even niet sterk genoeg waren om bacteriën, virussen of tumoren zelf te kunnen aanpakken. Maar het merendeel van met name de synthetische medicijnen doet meer kwaad dan goed of rekt op zijn best een suboptimale situatie. Een situatie die eenvoudig voorkomen had kunnen worden met een goede objectieve visie op het voorkomen van ziekte, gevolgd door concrete daadkracht om ziekte dan ook te voorkomen.

Zoals de gemiddelde manager ervoor zorgt dat zijn medewerkers in een grote organisatie van alle toeval ontdaan zijn en zich bezighouden met het deelstukje van de verdeelde taart zodat precies duidelijk is wie waarop en wanneer afgerekend kan worden en hoe kan worden voorkomen dat mensen allround worden, zo zorgt de medische wetenschap dat er voor ieder ziekteverschijnsel een deeloplossing is die volledig wetenschappelijk onderzocht en onder controle is.

Natuurlijk is er ook veel literatuur te vinden over interactie van het ene medicijn met het andere, maar de interactie van het lichaam met haar eigen en lichaamsvreemde stoffen is wel te onderzoeken, maar lastig wetenschappelijk te objectiveren. Populatie-onderzoek biedt kansen maar is niet altijd eenvoudig. Al is het alleen maar omdat het veel mensen betreft die over meerdere jaren dienen te worden gevolgd, waarbij zij-effecten van het lokale ecosysteem moeten worden gecorrigeerd. Welhaast het moeilijkste van alles is nodig bij de analyse van dit soort onderzoek: logisch nadenken. Weten is meer dan meten.

Logisch nadenken helpt weliswaar enorm, het is voor de wetenschap vrij onbelangrijk – als het op die wijze nadenken niet wetenschappelijk onderbouwd is. Het moet wetenschappelijk onderbouwd, vrijwel onweersproken en liefst door grote farmacie-bedrijven ondersteund zijn voordat we medicijnen vaak als ware het voedsel gaan aanbieden. Hoe meer omzet hoe meer winst; voor de lobbyclubs in Brussel en de farmaceuten zelf.

Maar worden we ook gezonder? Is het niet beter sommige geheimen van de natuur maar even aan te nemen, en te laten rusten? Durven vertrouwen dat een paar miljoen jaar evolutie vast gezorgd zal hebben dat, indien de randvoorwaarden goed zijn, een lichaam inderdaad, en wel op een wonderbaarlijke manier, zelfhelend is, zoals iedere arts met passie voor zijn vak in plaats van zijn portemonnee u zal kunnen vertellen. Natuurlijk moet het lichaam soms geholpen worden – maar zeker niet door de markt.

Blijven we in de zorg doen wat we tot nu toe deden dan geven we toe aan de neoliberale machtswellust en bijbehorende controle-drang van de uniformeerders die we managers noemen en die net als de farmaceutische industrie maar 1 belang hebben: rijk worden van uw onvermogen integraal te denken en handelen.

Vertrouw dus op de natuur, uzelf en uw lichaam. En op een integraal en objectief denkende vakman, die ook uw arts of apotheker zou kunnen zijn.

 

1: Eten tegen kanker – de rol van voeding bij het ontstaan van kanker – Dr. Richard Beliveau, Dr. Denis Gingras