Een goede pedofiel is heilig

 

Iemands seksuele voorkeur is iemands individuele vrijheid, geworteld in zijn aanleg. Daar past alleen maar respect voor. Ook, en misschien wel vooral, als iemand geboren is als pedofiel. Juist de pedofiel verdient onze steun; omdat hij de enige is die zijn seksuele voorkeur niet mag praktiseren. Deze goede pedofiel is een heilige; hij houdt zich immers aan een zelf opgelegd celibaat. En er zijn hele volksstammen zogenaamde heiligen die hem dat niet na wisten te doen.

Mistral door het Maagdenhuis

 

Mei ’68 was een mooie tijd voor iedereen die houdt van een zich ontwikkelende beschaving. De studentenopstand van Mei ’68 begon net als veel revoluties in Parijs, maar ook in andere landen waren er grote protesten. Voordat de gebeurtenissen konden leiden tot radicale hervormingen drukte de Franse overheid de roep om hervorming echter alweer de kop in.

De studenten begonnen de revolte, hun volgers, arbeiders die het werk neerlegden, maakten de fout om geweld te gebruiken. Zo’n kans liet de gevestigde orde zich natuurlijk niet ontnemen: nu kon men de protesten naar hartelust neerslaan. Wie er was begonnen met het geweld – vermoedelijk de politie – deed niet meer ter zake.

In de tijd waarin we nu leven willen veel politici weer doen alsof de Parijse studentenopstand nooit heeft bestaan. Misschien willen ze wel terug naar de jaren ’50 – volgens sommigen willen ze zelfs terug naar de jaren ’30. Maar de verworvenheden van mei ’68 zullen progressieve individuen zich gelukkig nooit meer af laten nemen.

Het Europese conservatisme heeft met de Parijse studentenopstand een gevoelige klap gekregen. Een klap die de conservatieven niet te boven kunnen komen. Weinig namelijk zo onvermijdelijk als de eeuwige evolutie naar een steeds hogere vorm van beschaving. Conservatieve krachten zijn alleen in staat vernieuwing te traineren – niet om haar te stoppen.

Zie daar de reden van de meest bloeddorstige excessen door de eeuwen heen onder leiding van conservatieve politici: excessen die ontstonden door een misverstand; men dacht dat de vooruitgang van de beschaving te stoppen zou zijn met het doden van zoveel mogelijk vooruitstrevenden. Een groot misverstand natuurlijk. Immers, zoals de oude Carnot al zei: ‘Ce qui importe, ce ne sont point les personnes, mais les choses’.

Sinds de goede ideeën van mei ’68 zijn Europeanen dan ook voorgoed beter in staat om als individu betere, want vooruitstrevende keuzes te maken. En die verworvenheid zullen zij zich niet meer af laten nemen, al zou er in heel Europa nog maar één vooruitstrevende over zijn.

Of, zoals Wikipedia het treffend omschrijft: ‘Mei 1968 wordt als een kantelmoment gezien tussen de oude, conservatieve maatschappij met haar moralistische idealen op vlak van religie, patriottisme en respect voor autoriteit naar een meer progressieve maatschappij die individualisme en meer sociale vrijheid propageert.’

Deze zin herlezend besef ik me hoe ver het overgrote merendeel van onze heren politici en journalisten zichzelf eigenlijk al terug in de tijd hebben gezet. Misschien zijn zij inderdaad de jaren ’50 al voorbij, terug in de tijd met hun xenofobe ondergangsdroom van behoud van het bestaande, onvermijdelijk leidend tot de door hen zo hartstochtelijk gewenste zelfvernietiging.

Dat die onvermijdelijkheid hen drijft alles op alles te zetten om zoveel mogelijk volgers mee te nemen in de achteruit is een gedeelte van de verklaring voor de sterke weerstand tegen individuen die roepen om de voor vooruitgang altijd noodzakelijke radicale hervormingen.

Maar wat hebben wij eigenlijk te maken met luie denkers als de inferieure varianten van politici en bestuurders? Revoluties monden immers juist door die luiheid van de geest vaak uit in geweld. Lui denken is gevaarlijk wanneer het gebruik van geweld – al is het maar oogluikend – wordt toegestaan.

In veel revoluties nemen dan ook de politici van de toekomst; de nieuwe generatie machtswellustelingen de leiding. De echte, radicale, veranderingen ontstaan juist in de stilste, vreedzame hoekjes – op plekken waar je ze het minst verwacht. De Avant-garde loopt voorop door te denken en daarmee te acteren, niet door anderen te willen leiden naar hun eigen gedroomde machtspositie.

Maar zoals bijna altijd gebeurt tijdens revoluties ging ook in Parijs door weinig diep nadenken en onzorgvuldig formuleren het slechte idee heersen dat het bij revoluties gaat om de massa, om het aantal volgelingen – en zoals vaak ging ook toen de misschien nog wel dommere gedachte leven dat het gaat om het leiden van die massa.

Bij zoiets hoogdravends als een revolutie gaan we als vanzelf de massa proberen te organiseren, net als…de gevestigde orde voor ons ooit deed. Radicale verandering moet breken met die foute grondgedachte van het willen leiden in plaats van het willen inspireren van andere individuen – inspireren van individuen om zelf de leiding over het eigen leven te nemen, met de voor vooruitgang naar een hoger beschavingsniveau zo noodzakelijke goed onderbouwde radicale keuzes.

Een echt succesvolle opstand ontstaat juist wanneer individuen, en dat mag ook onafhankelijk van elkaar – sterker nog dat maakt die opstand nog veel sterker – in los verband georganiseerd, tot de conclusie komen dat er niet alleen dieper nagedacht en zorgvuldiger geformuleerd moet worden om een vreedzame revolutie tot stand brengen, maar dat er vooral individueel, in een veel losser groepsverband dan tot nu toe gebruikelijk, vreedzaam gestreden moet worden.

We moeten anderen inspireren, tot dieper nadenken en zorgvuldiger formuleren, zodat we allemaal – maar vrij en onafhankelijk van elkaar en daarmee onafhankelijk van suboptimale kunstmatige systemen – de voor ons enig juiste keuzes kunnen maken; voor vooruitgang naar meer vrijheid voor het individu. En laten we daar alstublieft het wapen van vrije individuen, het internet, voor gebruiken!

Om meer vrijheid voor individuen te realiseren zijn vooral radicale keuzes nodig. Dit is de reden dat in heel Europa vooral individuen die mei ’68 koesteren door dieper na te denken en zorgvuldiger te formuleren vooruit weten te gaan naar de volgende top na mei ’68. Een top die alleen zichtbaar wordt door bovenstaand proces nauwgezet te volgen – om deze radicale keuzes te kunnen maken.

In Nederland hadden we door de jaren heen diverse studentenopstanden, zoals die van de eerste Maagdenhuisbezetting op 16 mei 1969, een bezetting die 5 dagen lang duurde. Weinigen weten dat de Nederlandse versie van Mei ’68 in 1969 begon aan de Katholieke Hogeschool Tilburg, die door opstandige studenten destijds werd omgedoopt tot Karl Marx Universiteit. Inspraak in het universiteitsbestuur was de rode draad van de eisen van de studenten.

Maar van Parijs in mei ’68 tot en met de laatste bezetting van het Maagdenhuis op 25 februari 2015 was er nog een rode lijn: na een aantal dagen vreedzaam protest werden altijd ontruimingen bevolen door de verantwoordelijke politicus. Eberhard van der Laan werd dan wel geroemd om zijn uitspraak ‘zorg goed voor onze stad en voor elkaar’; voor de moedige studenten die de zo noodzakelijke hervormingen durfden eisen met hun bezetting van het Maagdenhuis zorgde hij op zijn zachtst gezegd minder goed; hij besloot de ME tegen hen te laten optreden. Oftewel de roep om de zo noodzakelijke radicale hervormingen wordt, onder het mom van het voorkomen van of reageren op chaos en geweld, altijd gesmoord in geweld door de staat – om de gevestigde orde niet in gevaar te brengen.

In Nederland is daar natuurlijk geen gewelddadig verzet van de opstandelingen voor nodig, zoals in mei ’68 in Parijs. Onze poldermentaliteit laat geen ruimte voor het snel realiseren van radicale vernieuwing, van snelle verandering van de status quo. De angst voor chaos en aantasting van de macht van die gevestigde orde maakt primitieve instincten tot behoud van macht los in vrijwel iedere politicus.

We zullen dus slimmere oplossingen moeten bedenken om de volgende Maagdenhuisbezetting wel tot een succes te maken. En de enige manier om die slimmere oplossingen te vinden is door radicale keuzes te durven maken voor het goede, omdat alleen dat soort keuzes kunnen zorgen voor vooruitgang. We moeten ons daarbij niet meer laten afleiden door de instinctieve ontruimingsdrang van xenofobe conservatieven in politiek en journalistiek, die het goede slechts willen verbranden tot negatieve energie, en slechts zieltjes proberen te winnen voor hun ondergangsdroom van behoud van het achterhaalde – door het tegenhouden van vooruitgang.

De koele bries van de ratio moet maar eens door het Maagdenhuis gaan waaien. We hebben een beetje meer ervaring, een beetje meer vrouwelijkheid nodig om radicale hervormingen tot een succes te maken. Want succesvolle, vreedzame revoluties van onafhankelijke individuen ontstaan wanneer we een beetje meer beschaving en waarheid aan de dag leggen. Waarheid en beschaving; het zijn misschien wel niet voor niets typisch vrouwelijke woorden.

 

 

De beste stem is géén stem

 

‘En goddeloos is niet hij die de goden van de massa ontkent, maar hij die de opvattingen van de massa met de goden in verband brengt.’ Epicurus

 

Als je een kuddedier op de kast wil krijgen moet je zorgen dat er geen kudde meer is waar ‘ie zich in kan verschuilen, voor de waarheid. Veel gehoord misverstand heden ten dage is dat omdat de waarheid perspectivisch is en dus afhankelijk van hoe goed de lens in staat is een exact beeld door te laten, er geen objectieve waarheid zou bestaan. In deze tijden van de vertroebelde lens, met al die neusfluiters in de politiek, een begrijpelijk misverstand, maar we zullen dat vandaag eens proberen weg te nemen aan de hand van het startsein voor de verbetering van hun ‘democratie’:

Stoppen met Stemmen

Waarom stemmen wij eigenlijk nog is de vraag die we ons vandaag maar eens moesten gaan stellen. In deze stilstaande, neoliberale democratie is daar namelijk geen enkele reden voor. De objectieve feiten zijn dat onze democratie een volledig achterhaald want ondemocratisch onderdeel is van het neoliberale systeem dat haar in de lucht houdt, en dat niemand die wij als kudde op het pluche heisen dat systeem zal willen verbeteren: omdat dat namelijk zou betekenen dat men zichzelf zou wegstemmen. Mijn conclusie na een aantal jaren braaf stemmen is dat ons democratisch niveau zeer laag is – en vooral dient voor het instandhouden van het neoliberalisme, en niet voor de vooruitgang van de burgers die Tweede Kamerleden denken te vertegenwoordigen.

Maar ik heb een oplossing gevonden om uit deze impasse te komen. En wel een oplossing die juist dankzij het feit dat ze niet vrolijk meedoet aan ‘het feestje van de democratie’ die democratie kan verbeteren. Als we echt een proteststem willen uitbrengen moeten we bij de volgende Tweede Kamerverkiezingen maar eens en masse besluiten om niet meer te stemmen. Als er niemand meer stemt is er geen enkele mogelijkheid meer voor de door allerlei gekonkel op een kieslijst belande politici om zich te verschuilen in de kudde voor de objectieve waarheid die zegt dat onze democratie in feite een dictatuur is, van diezelfde kudde en haar inferieure leiders.

Weiger nog langer mee te doen

met deze nauwelijks democratische poppenkast

Niet alle revoluties zijn goed, maar zo’n stille, beredeneerde revolutie door rustig thuis te blijven in plaats van mee te doen met de nauwelijks democratische poppenkast, waarmee we desondanks heel radicaal het roer omgooien en de heren ego-politici gedecideerd naar huis sturen, omdat iedereen nu wel weet dat ze niet geschikt zijn om ons te besturen, dat kon wel eens  noodzakelijk zijn voor de verbeterslag die onze democratie onvermijdelijk zal gaan doormaken.

En omdat we eerst het oude weg moeten gooien voordat we het nieuwe gaan installeren en ontwikkelen zou het ons sieren als we zelf de handschoen op zouden pakken voor deze radicale verbetering. Want als we dat niet doen blijven door onze neerdrukkende, neoliberale vorm van democratie, die eerder achteruitwerkt dan vooruit, in de Tweede Kamer politici verschijnen met telkens weer schrikbarend veel minder talent om individuen te besturen.  Politici die blijven denken dat een  land bestuurd mag worden met op macht gebaseerde visie in plaats van met op inzicht gebaseerde invloed

Links en rechts verenigd

Een bijkomend voordeel is dat we de burger hiermee pas echt aan het roer zetten van de vooruitgang. Want alle gebeuzel over participatie ten spijt was dat ‘nog niet helemaal’ uit de verf gekomen. Na een dergelijke stembusgang waarbij er welgeteld 0 stemmen uitgebracht zijn, wordt het pas echt dringend zaak de noodzakelijke verbeteringen van onze democratie door te gaan voeren.

Maar het belangrijkste voordeel lijkt me toch wel dat wanneer iedereen die vroeger valse hoop had op vooruitgang naar betere waarden door het stemmen op zich vooruitstrevend noemende politici, of op behoudt van het goede door zich conservatief noemende politici, politici die in feite echter met niets anders bezig waren dan met het eigen ego en het behoud van macht, dan verenigd is in zijn streven naar echte, want objectieve, verbetering van onze democratie. 

Een radicale keuze voor het einde van de haatprediker-politicus

De proteststem van de PVV-er wordt zo verenigd met de proteststem van de PvdA-er, SP-er, VVD-er en CDA-er. En alle kampen, van conservatief tot vooruitstrevend zullen in zekere zin verenigd zijn, omdat we allemaal weigeren nog langer te functioneren als stemvee voor talentloze egoïsten die slechts drijven op het manipuleren van de kudde met het gevaarlijk opzwepen van haat tegen alles dat afwijkt van de heersende, maar inferieure moraal. Het zou de allereerste keer in de geschiedenis zijn dat er in een land door alle stemgerechtigden hetzelfde; namelijk niet gestemd werd.

Doe dus mee. Blijf allemaal thuis bij de volgende Tweede Kamerverkiezingen en breng de vooruitgang van onze democratie met één klap op gang door niets te doen. En maak daarmee de keus voor het starten van de installatie en ontwikkeling van een radicaal progressieve èn conservatieve democratie,

met de beste proteststem die er is: geen stem.

 

 

Homo Universalis

 

Vandaag is het tijd om eerlijk te zijn over waar we ons naartoe aan het evolueren zijn: de Homo Universalis; een kosmopolitische versie van onszelf, een type dat zijn talen spreekt, veel talenten heeft en meerdere van die talenten ontwikkelt in die integrale versie van de mens, ons betere zelf. Een zelf dat vanzelf zal ontstaan; en wel dankzij de multiculturele samenleving: we zullen steeds meer diversiteit in aanleg, waarden en talenten aan onze nakomelingen doorgeven, om ze daarmee sterker en beter te maken.

De potentie van onze kinderen zal groter zijn dan die van onszelf. Het zal een lang traject worden voor we het gemiddelde daarmee omhoog halen, misschien wel van 100-duizenden jaren, wie zal het zeggen, maar er zullen gezien de grote massa steeds dommer lijkt te worden – wat natuurlijk maar schijn is, ze is het altijd al geweest, ze is nu alleen beter zichtbaar, en niet alleen omdat ze groter in aantal is – om in ieder geval het gemiddelde niveau gelijk te houden, ontegenzeggelijk steeds betere, steeds universelere, steeds  kosmopolitischer mensen ontstaan, en opstaan. Dat wijzelf dat niet zullen zijn is misschien jammer, maar een schrale troost is dat onze kinderen dat wel zullen zijn, en anders wel de kinderen van onze kinderen, of…etc.

We hoeven daarvoor weinig anders te doen dan ze nu het goede voorbeeld te geven, door te kiezen voor objectieve waarheid, gevoel en… kwaliteit. Kwaliteit in de vorm van focus, bijvoorbeeld bij de keus van de mensen waar je wel en waar je niet mee omgaat. Gebruik naast je gevoel, dat nooit liegt – dat doen je hersens – de objectieve waarheid en een focus op vooruitgang om onderscheid te maken tussen goed en kwaad, en durf daar ook naar te handelen.

Voor de momenteel in grote delen van Noord-Europa heersende neerdrukkende en nihilistische neoliberale moraal is dit natuurlijk wel een harde waarheid; dat vooruitgang onvermijdelijk is en dat de xenofobe conservatieve fanatici onder ons gedoemd zullen zijn de tweede viool te spelen in iedere maatschappij, omdat ze daarin nooit de richting aan zullen mogen en kunnen geven (ze willen immers stil blijven staan).

Want volgens mij kunnen we zo langzamerhand wel stellen dat de ideale mens in het huidige suboptimale neoliberale systeem de xenofobe conservatieve fanaticus is, de mannetjesputter die nog denkt in kwantiteit en kuddes die aangestuurd kunnen worden met de grootst mogelijke nonsens. Zoveel mogelijk onzin aan zoveel mogelijk kuddedieren verkopen betekent winst en… is dus goed. Daarvoor is het echter wel erg belangrijk om de kudde in het ongewisse te laten over de betekenis van en het verschil tussen goed en kwaad. Over het feit dat er überhaupt een verschil bestaat.

Misschien moeten we zelfs wel stellen dat onze neoliberale xenofobe vrienden bewust domme dingen moeten zeggen om zichzelf te handhaven. Het is als de Christelijke roofridders van weleer; die zogenaamd het enig juiste geloof kwamen brengen tot in alle uithoeken van de wereld: het herhalen van een mantra die neerdrukt lukt misschien wel beter wanneer aantoonbaar onjuiste aannames met schijnbaar volle overtuiging en veel vertoon van macht overgebracht worden – zeker wanneer het onuitgesproken doel is rijkdommen te roven van de neergedrukte Enge Ander; om objectief aantoonbaar nuttige waarden als diversiteit en vooruitgang onder te doen sneeuwen door de neoliberale Heiland: de markt. Als alles waar de xenofobe conservatieve fanaticus voor staat vooral opgehangen is aan het slechte; aan kwantiteit voor kwaliteit en aan feitelijke onjuistheden dan is het zaak voor de xenofoob deze onjuistheden en het slechte zo snel mogelijk… te verheffen tot de standaard, daardoor te normaliseren – en vervolgens uiteraard uit alle macht proberen te conserveren.

Dit laatste verklaard de schuimbekkende woede die zich van xenofoben meester maakt wanneer de vrijheid van meningsuiting niet wordt gebruikt om anderen uit te schelden en neer te drukken, maar voor het uitwisselen van informatie over objectieve waarheden. Op media als twitter zien we dit fenomeen zich dag in dag uit afspelen. Ga niet in discussie met de meest fanatieke xenofoben op twitter: zij zullen u negeren, met een stropop proberen te bedreigen of zeggen dat u ze uitscheldt zodra u de objectieve waarheid benoemt. Wat natuurlijk logisch is, want liegen is alles dat ze kunnen, ze zijn verleerd dieper na te denken en zorgvuldiger te formuleren. Zo bezien is het de vraag of het wel echt een gebrek aan integriteit is bij de xenofoben en niet eerder een vorm van een hersenziekte die ervoor zorgt dat het vermogen tot nadenken met de dag verder degenereert – door een continue bewuste keuze voor leegte, neerdrukken en stilstand. Het is bewezen dat wanneer bepaalde hersenpaden veel gebruikt worden ze sterker kunnen worden – en dat weinig gebruikte denklijnen langzamerhand krimpen.

Het is de reden dat het belangrijk is in alle rust zoveel mogelijk prikkels te verwerken met uw hersens en zoveel mogelijk anders, tegen de heersende opinie in te proberen te denken, niet alleen om uzelf te controleren op onjuiste aannames, maar ook om uw hersens fit en lenig te houden.

Xenofobe fanatici die per abuis in staat zijn gesteld het bestuur van een land op zich te nemen slagen er juist hierdoor nooit in het goede, de vooruitgang te bevorderen. Ze zijn er simpelweg niet slim, niet integer, niet rationeel, niet geestelijk flexibel, niet Homo Universalis genoeg voor. Het slechte zal, omdat ze het misverstaan voor hetgeen benodigd is om bestaande, achterhaalde waarden te behouden, door hen altijd de hand boven het hoofd gehouden worden wanneer men moet kiezen tussen het bestaande, slechte – en vooruitgang. Het is de reden dat xenofobe conservatieve fanatici nooit in staat gesteld mogen worden het landsbestuur op zich te nemen. Dat daar nog geen wet voor is, is misschien nog wel de grootste misstand in westerse democratieën.

Het is veel natuurlijker om neer te drukken met leugens dan met de waarheid. De waarheid wekt altijd op, om op te staan voor de strijd der ideeën. Het continu uiten van objectief gezien onjuiste meningen met een vaak haatdragende ondertoon is nodig om inferieure systemen als het neoliberale systeem in de lucht te houden, om te onderstrepen dat niet de objectieve waarheid maar haat tegen alles dat afwijkt van de xenofobe, neoliberale moraal belangrijk is voor het instandhouden van het suboptimale, het stilstaande, het soms zelfs achteruitlopende. Het is de drijfveer van de xenofoob om dit neoliberale systeem – door ondiep nadenken, onzorgvuldig formuleren en een gebrek aan focus op objectieve waarheid – te conserveren, omdat daarmee zijn wereldbeeld, maar vooral zijn macht geconserveerd wordt.

Natuurlijk weten we ondertussen dat een bepaalde mate van xenofobie in ieder mens zit. En dat het de kunst is dit te beteugelen voordat het neerdrukkend, of nog erger: voordat het fascisme wordt. En dat individuen dit zelf zullen moeten doen, door zichzelf te ontwikkelen, naar een betere versie – van zichzelf.

Gezien het grote aantal xenofobe conservatieve fanatici (globaal gezien is zoals we eerder zagen 40-60% van de mensen xenofoob en fanatiek conservatief) een hele opgave, zeker gezien de xenofobe conservatief van nature het ontwikkelen van zichzelf naar een betere versie absoluut niet ziet zitten. Hij zou daarmee immers aan de buitenwereld toegeven dat hij minder goed is, minder waarheid bezit. En zoals we net zagen is zijn machtsbasis nu juist doen voorkomen alsof de nonsens die men verkoopt de standaard is en nodig om bestaande, vaak nihilistische, waarden te behouden.

Voor het verheffen van jezelf is het onderscheid tussen goed en kwaad essentieel. Dit onderscheid is echter, onder meer door een paar duizend jaar Christelijke kerk, haar opvolger het neoliberalisme en andere vormen van neerdrukkende systemen, langzaam uit de heersende moraal  weggevaagd.

Voor de vooruitgang naar de Homo Universalis is het belangrijk dat het er weer in terugkomt. Wanneer dit onderscheid weer helder wordt op alle van toepassing zijnde onderwerpen, dan kan ieder individu in ieder geval duidelijk zien hoe hij zich beter zou kunnen ontwikkelen. En die transparantie haat de echte xenofoob.

Des te meer reden om de gemeenschappelijke vooruitstrevende waarden en doelen de komende jaren eens even wat duidelijker neer te gaan zetten, door te focussen op objectieve waarheid, kwaliteit en zelfverheffing, en deze waarden transparant te maken, voor iedereen.

Doen we dat niet dan blijft de xenofobe conservatieve fanaticus, dat inferieure menstype zonder besef van of interesse in goed en kwaad, de kans krijgen ons vooruitstrevenden uit elkaar te spelen omdat we geen gemeenschappelijk doel, geen focus hebben. En geen maatlat waarlangs we onze inferieure medemensen kunnen leggen om ze aan te tonen wat ze allemaal niet meer zouden moeten willen – omdat ze het niet kunnen.

Het is tijd om de Homo Universalis als maatlat te gaan gebruiken – en te definiëren waaraan ze zal moeten gaan voldoen. Het is de enige manier om af te komen van de levensgevaarlijke situatie waarin, met het voortschrijden van de techniek, xenofobe conservatieve fanatici in het landsbestuur niet alleen het land maar (delen van) de wereld in het onheil kunnen storten, simpelweg door hun gebrek aan diversiteit, talent, hun xenofobie en hun fanatieke vorm van conservatisme, dat hen onbewust in de afgrond van het eigen ego, het eigen gelijk, het eigen ondiepe nadenken en onzorgvuldige formuleren doet wandelen, aan de hand van het overigens op de rand van diezelfde afgrond balancerende neoliberale systeem.

 

Wijsheid moet vliegen

 

 

Een ontevredene. – Dat is een van die oude dapperen: hij ergert zich aan de civilisatie, omdat hij meent dat deze zich ten doel stelt alle goede dingen, eerbetuigingen, schatten, mooie vrouwen, – ook voor lafaards toegankelijk te maken. – F.W. Nietzsche in Morgenrood

Het betere en het mooiere niet willen heeft te maken met tevreden zijn. Maar ook met een gebrek aan lef om dingen achter je te laten die je veiligheid en rust geven. Hadden we geen vrouw en kinderen (en/of te dure hypotheek) dan waren we natuurlijk al lang avonturier geworden en aangemonsterd op de Tres Hombres om in 6 maanden de oversteek heen en weer naar de Dominicaanse Republiek te maken. Om eerlijke, biologische rum, koffie en cacao te kopen, zeilend mee terug te nemen en de lading in de haven van Amsterdam uit te laden, op een bakfiets.

Maar is dat wel echt avontuur? Is dit wel mooier en beter? Zijn dit de goede werken die ons straks in onze laatste uren tevreden kunnen doen terugkijken op ons leven?

Welnee, wij ontevredenen zijn daarvoor veel te rustig geworden. Kalm kijken wij uit over de woeste zee, omdat we alleen de hoogste golven nog als uitdaging zien, en we trotseren doelbewust alleen het grootste gevaar. Andere dingen laten we van onze rug afglijden als de golf waarmee we speelden in de laatste zomer.

Van achter ons computerscherm kijken we ondertussen of er niet een betere manier is om energiezuinig en milieubewust te vervoeren en we vertellen onszelf dat er toch al lang elektrische vrachtwagens en vliegtuigen mogelijk zijn. Zou de kapitein van de Tres Hombres dat mooiere en betere eigenlijk wel willen? Dan zou hij immers niet meer veilig en rustig hoeven varen!

Dus waarom zouden we onszelf eigenlijk nog afbeulen op een schip, als we in diezelfde schaarse tijd ook aan ons betere en mooiere geestelijke zelf hadden kunnen werken?

We maken het hier en nu graag mooier en makkelijker om de toekomst niet te onzeker in te hoeven gaan. Waarna we tijd kunnen maken voor belangrijker dingen. Een bierfestival bijvoorbeeld, zoals dat in mijn gemeente, Hilversum, binnenkort wordt georganiseerd. De vooruitgang moet volgens lokale politici van sommige dorpen immers een bruisende…bierstad maken.

Wat leven we toch in een enerverende tijd! Het nihilisme probeert ons dag in dag uit, heel ver weg en heel dichtbij, onophoudelijk mee haar onvermijdelijke afgrond in te nemen. De filosofen onder ons zullen uit steeds beter hout gesneden moeten worden om er überhaupt nog tegenwicht aan te kunnen bieden.

Wijzelf zullen natuurlijk eerder een filosofie festival dan een bier festival organiseren, omdat we graag dingen doen waar wel enige aanleiding voor is. Het nihilisme is al voldoende vertegenwoordigd. Hoe hard het neoliberalisme ook zijn best doet om ons te laten geloven dat alleen het nihilisme van een bruisend bedrijfsleven belangrijk is – en een bruisend geestelijk leven maar weinig relevant zou zijn – wij weten wel beter.

Filosofen zijn dan ook bij uitstek degenen die onvermoeibaar op zoek gaan naar het mooiere en betere. Er zijn zelfs filosofen (Nietzsche en Plato of Socrates) die denken dat – naast koningen – alleen filosofen het geluk kunnen bereiken. En die filosofen hebben natuurlijk gelijk.

De vraag die dit wel oproept is wat geluk ook alweer was. Laten we eens stellen dat geluk het continu zoeken naar het mooiere en betere is. De zoektocht naar kennis en wijsheid die dit kan zijn is een schijnbaar eenvoudig te bereiken surrogaat voor het avontuur zoals dat algemeen geaccepteerd is. Maar… wij weten gelukkig alweer beter.

Wij varen doelbewust alleen nog virtueel uit naar een wilde zee, en dan nog weer alleen om onze hersens te ordenen en te verrijken, op zo’n manier dat wij er vooral zelf en vooral geestelijk beter van worden. In de vaste overtuiging dat wanneer wij beter worden anderen daar ook van meeprofiteren. Direct of indirect.

Om continu op zoek te kunnen zijn naar het mooiere en betere is het belangrijk dat we tegendraads durven denken en de als gevolg daarvan altijd vrij snel opborrelende stevige kritiek ook op de juiste wijze durven te uiten. Dat wil zeggen op een weloverwogen, verstandige manier. Enige diplomatie is ons vooruitstrevenden immers niet vreemd. Maar ook op een onbaatzuchtige manier. Wanneer het mooiere en betere onze deur een keer voorbij gaat hoeven we het niet al scheldend boos achterna te gaan lopen.

Want stelt u zich eens voor dat wij, al dan niet uit nood geboren, niet zoveel om inhoud, om geestelijke kwaliteit zouden geven. Maar we treffen ongemerkt wel om de haverklap overal mensen aan die mooier en beter zijn wat betreft die geestelijke kwaliteit. Als we kinderen hebben zien we bijvoorbeeld om ons heen overal mooiere kinderen, die een beter karakter hebben. Kinderen kortom die een voorsprong hebben, op onze eigen kinderen en op onszelf, omdat ze simpelweg met meer talent geboren zijn. Dat gaat zich wreken in ons onderbewuste; onze xenofobie zal op gaan spelen.

De vaak sterke relatie met onszelf, onze partner, ons kind of de een of andere groepscultuur op het spel zetten door het risico te nemen een objectief aantoonbare achterstand als feit te accepteren, om vervolgens te kunnen verbeteren door enige afstand te nemen van die intieme relatie met iets of iemand waar we innig mee verbonden zijn, het valt ons nogal zwaar.

Maar het conserveren van het bestaande kost een stuk minder energie dan het trekken aan het dode paard dat filosofen voor ons doen. Iedere filosoof weet immers dat het grote niets uiteindelijk de enige werkelijkheid zal zijn. Maar ook dat tot die tijd ‘de’ werkelijkheid niet bestaat. Daarom is wijsheid en objectieve kennis voor iedere echte filosoof de heilige graal, om het mooiere en betere te kunnen realiseren voordat de aarde met alle eventueel nog overgebleven mensen onvermijdelijk ten onder gaat, als ze opgeslokt wordt door de stervende zon.

Maar de Avant-garde trekt nooit echt aan een dood paard. Die trekt aan een realistische droom die de tijd tussen nu en het einde draaglijker kan maken. Voor die uitzonderingsmensen onder de vooruitstrevenden geeft verbetering juist energie, die ze overigens ook hard nodig hebben om het voorbeeld te kunnen stellen voor allen; om hun bouwwerken te realiseren, op de top van de groene heuvel.

Net als het knappere vriendje of vriendinnetje van ons kind, zorgt de Avant-garde eeuwig voor een heel natuurlijk dilemma in het conservatieve deel van ons brein. Ze daagt onze geest zonder genade uit: om te verbeteren.

Haar wondermiddel? Jaloezie. Geen betere drift dan de jaloezie; zo worden we tenminste een stukje verder omhoog gestuwd! Dankzij die vermaledijde hebzucht die het betere en mooiere, die kwaliteit wil hebben.

Verbeteren begint echter met accepteren dat er überhaupt anderen zijn die beter zijn dan wij. En die opgave voelt voor ons vooruitstrevenden weliswaar vederlicht aan, de meest hardnekkige xenofobe conservatieve fanatici onder ons snappen hier niets van, kunnen dit nauwelijks. In plaats dat ze zichzelf liefhebben, wat hen door aangeboren en ontwikkelde afwijkingen in dat vermogen om lief te hebben nauwelijks lukt, haten ze liever de afwijkende ander – en daarmee zichzelf. Haat is niet voor niets de nihilistische variant van jaloezie, die individuen meeneemt in de achteruit en in het ergste geval zichzelf en zoveel mogelijk anderen vernietigt.

De mensen aan de macht, politici, zijn de haters bij uitstek, de echte slechteriken. Wie ze altijd rijker zullen maken zien we vandaag weer, op prinsjesdag: de rijken en de slechten.

Maar de geheime troef van de goeden is hun geluk; hun kennis en wijsheid. Daar snapt de slechte mens niets van, omdat geluk geen macht of geld oplevert. Heel vreemd.

Het enige wat groter wordt bij de slechterik is de haat, zeker wanneer de Enge Ander meer afwijkt van de kuddemoraal en zich minder aantrekt van de haat van de kudde. Het is de reden dat onze xenofobe kant van nature de neiging heeft iedereen die het waagt om ondanks de afkeuring van de groep waartoe wij onszelf rekenen toch trots datgene te blijven doen waarom de groep hem nu juist zo haat, als het even zo uitkomt tot bloedens toe neer te drukken.

Niets wekt zo veel weerzin op bij de radicale xenofoob, de nihilist en ondergangsdenker, als het mooiere en het betere. Het toont de nihilist namelijk dat het ook anders kan, in een wereld die voor de nihilist onbereikbaar is: de geestelijke wereld, oftewel: ons denken.

Zo bezien heeft iedereen wel eens te maken gehad met de potentiële xenofoob in zichzelf: toen onze trots werd gebroken door iets dat afweek van hetgeen we probeerden te conserveren en dat zich zonder enige vrees of schaamte boven onszelf verhefte, om ons, alleen al door zichzelf te blijven, in ons gezicht uit te lachen – vanwege onze kinderlijke zwakte, ons onvermogen om dieper na te denken of bijvoorbeeld om onze ontoereikende woordenschat.

De schijnbare remedie tegenover de trots van het Sterkere, degene die af durft te wijken van de kudde, die trots die ontstaat wanneer iemand weet dat hij objectief gezien beter is dan de kudde, is het afwijkende te doen stoppen – of, in het ergste geval, te doden. Het is deze uitwas van de in ieder mens van nature aanwezige xenofobie die kan uitmonden in een vorm van fascisme die in potentie gevaarlijk is voor het voortbestaan van de hele wereld, omdat ze zo alomtegenwoordig is en technisch gezien steeds beter in staat om alle leven op aarde te vernietigen.

Het is de boosheid over het onvermijdelijke einde, over de nutteloosheid en over het onvermogen om die nutteloosheid op te heffen, door de beperktheid van iemands geest, die iemand kan drijven tot de obsessieve versie van ons natuurlijke zelf, met haar natuurlijke drift, de xenofobie: de fascist, die niets anders wil dan het eigenhandig stoppen van die enge wereld, ruim voordat het natuurlijke einde is aangebroken. Dat Kim Jong Un en Trump nog geen echte fascisten zijn wordt bewezen door het feit dat de wereld nog bestaat. Ze zijn niet angstig genoeg om hun wereld te stoppen.

Bij iedereen, ook bij degenen die haar zeggen te bestrijden, is de xenofobie een intrinsiek onderdeel van zijn bestaan. Zonder een zekere aandrang om het afwijkende te bestrijden zou het goede immers niet bewaard kunnen worden.

En net als iedere waarheid is ook ‘het goede’ voor de meeste individuen nog een subjectief begrip – waarmee nog maar weer eens het belang onderstreept is van de dringende noodzaak voor acceptatie dat er überhaupt een objectieve waarheid bestaat – en dus is er een heel menselijke reden voor de aandrang van de Noord Koreaanse leider om tot vervelens toe oorlogsretoriek tegen aartsrivaal Trump uit te slaan. Een logische, maar onbeschaafde reden, omdat het een reden is die teveel geworteld is in het nihilisme. Al is het geen puur nihilisme; men wil immers nog iets wat men goed en van waarde acht behouden.

Beschaving zou echter zijn de eigen waarden te verbeteren, in plaats van doelbewust te kiezen om op je eigen apenrots te blijven zitten, met miljoenen gevangen burgers, die allemaal last van je hebben, die je neerdrukt, onderdrukt en soms zelfs vermoord – voor niets meer dan je eigen ego en subjectieve waarden.

Het slechte in ieder mens voelt dezelfde aandrang als een Kim Jong Un of Trump – en is dankzij haar slechtheid, voor de kortere termijn, in staat harder en effectiever dan het goede te bepalen wat er gebeurd in de wereld. Het goede zal weliswaar uiteindelijk overwinnen, maar het is nog maar de vraag tegen welke prijs en binnen welk tijdsbestek, in de eeuwige wederkeer van hetzelfde.

Laten we dus maar niet teveel naar het verleden kijken bij het voorspellen van de toekomst; het zou ons sceptici wel eens heel pessimistisch kunnen maken. Maar wij, ja-zeggende mensen, kunnen geen pessimisten zijn. Wij weten in onze persoonlijke strijd tegen de xenofobie ons ego nog te onderdrukken en accepteren nog dat inferieure waarden het niet verdienen om geconserveerd te worden terwijl ze ondertussen het mooiere en betere neerdrukken.

De wijsheid moet vliegen, en graag zo vrij als een gierzwaluw. Een vogel die leeft in de lucht en alleen naar beneden komt… om zichzelf te vermeerderen.

‘Wij moeten de gierzwaluw achterna. De leider die altijd in de lucht blijft hangen; die geen behoefte heeft aan de macht die stevige voeten geeft maar altijd op zoek is naar de hoogste macht; de zon.

Om uiteindelijk onherroepelijk neer te dalen tot de aarde, in het besef dat zijn aanbidding van de zon hem weliswaar steeds hoger bracht op de thermiek van kennis en wijsheid, maar haar soort zichzelf liet blijven:

Zonaanbidder, gemaakt van dezelfde sterrenstof, gedoemd om deze prachtige aarde onder zich te laten, zonder haar ooit te kunnen verlaten.

Juist door naar haar terug te keren gaat ze onder – de zon achterna. Om de volgende morgen weer op te komen, in het morgenrood.’ – IvB

 

Niemand wil nog wonen in Hoogeveen.

De voorzitter van de ondernemersvereniging had een oudere broer die voorzitter was van de lokale Conservatieven, die weer goede banden had met de snackbar in de winkelstraat.

Een winkelstraat die op de schop moest van de oudere broer – en daarvoor was draagvlak nodig van de burger, en dan met name van de burger die rond de winkelstraat woonde en dus vooral van de ondernemers in de winkelstraat; die brachten immers geld in het laatje voor de gemeente.

Er was wel een burger met een, veel te wild, idee voor een promenade in Franse stijl, in het midden van de brede winkelstraat, omzoomt door lindes. In dat midden kon dan volgens haar een schelpenpad worden aangelegd dat ‘die oude zeemansdroom’ dichterbij moest brengen.

Met iedere stap zou dan volgens deze vrije geest (import uit het westen) ‘een vleugje zeemanslucht opgesnoven kunnen worden, de geesten in dit dorp zouden weer kunnen dromen van het uitvaren naar verre, onbekende landen, de wilde zee moedig trotserend…’

Maar de makelaar in de winkelstraat, die een goede vriend was van de jonge broer, omdat hij hem ooit de eerste keus had gegeven bij de aankoop van een kapitale villa in het centrum, wilde graag dat ‘de’ burger, of de consument zoals hij hem graag wilde zien, die wandelende portemonnee zoals hij wel eens gekscherend zei tijdens vergaderingen van de ondernemersvereniging, langs zijn etalage liep, om al die huizen die hij eigenlijk nooit kon kopen wel te bekijken en, verlekkerd door zoveel status, zichzelf bijna dood te werken zodat hij toch ooit, via een bevriende bankrelatie, die loodzware hypotheek zou kunnen opbrengen.

Dikke Toon van de snackbar op de hoek wilde hetzelfde voor zijn innovatieve aanbod, van allerlei soorten vlees en friet, en dus werd uiteindelijk in plaats van voor een promenade in Franse stijl met zichtas, veel groen en schelpenpad-dat-rook-naar-zee, naar analogie met de oud-middeleeuwse barrière die de gildes in het dorpje eigenlijk ook nu nog vormden met hun ‘innovatieve’ business concepts (alleen de taal was veranderd), besloten het plein voor enkele miljoenen, door de armlastige gemeente met enige moeite opgehoeste euro’s, om te toveren tot een langgerekte opeenvolging van … enorme vierkante plantenbakken, die elke doorgang door het midden van de brede winkelstraat voor de wandelende burger afsloten.

Ter afwisseling werd ook over een hele lengte van het midden van de winkelstraat een langgerekte betonnen bak met water aangelegd, zodat mensen aangemoedigd werden om aan de ene kant van de winkelstraat heen langs de etalages te wandelen en aan de andere kant weer terug. Water was een geweldig goed gevonden barrière om te zorgen dat consumenten niet in de verleiding zouden komen één van de aantrekkelijke aanbiedingen van de heren ondernemers over het hoofd te zien door onverhoopt van de ene naar de andere kant van de winkelstraat te wandelen.

De ondernemersvereniging was tevreden zo; iedereen werd immers gedwongen langs hun etalages te lopen, in plaats van deze links te laten liggen terwijl hij over zo’n waardeloos schelpenpad iets nutteloos als wandelen aan het doen was. De middeleeuwen waren voorbij, hier ontstonden de prachtigste betonnen bakken, onderhoudsarm met laaggroeiende bodembedekkers en netjes schoon te houden met wondermiddelen als het uiterst moderne glyfosaat, of zoals de jonge broer het wel eens noemde: ‘het wijwater van het neoliberalisme’.

Diezelfde mevrouw met het idee van het schelpenpaadje had overigens weleens een idee ingebracht bij de gemeente om dit prachtmiddel te verbieden omdat dat beter voor het milieu zou zijn en dat sprak dus ook al niet in het voordeel van haar idee voor de winkelstraat. De meeste ondernemers hier kwamen immers uit een voortreffelijk milieu – en wilden niet lastiggevallen worden met nutteloze suggesties dat dat niet zo zou zijn.

‘Moderne wondermiddelen, voortgebracht door onze superieure westerse cultuur’ zo noemde de oudere broer dat eens heel eloquent in een raadsvergadering. Een middel dat ‘symbool stond voor een nette, door de mens gemaakte wereld, waarin dankzij schone randvoorwaarden, de handel en het ondernemerschap tot bloei konden komen in een hoge omzet – en dus een hoge winst.’

Innovatie was vaak maar idealisme en daar was de lokale ondernemersvereniging nu wel klaar mee. Vroeger waren er nog wel eens ondernemers te vinden die op de PvdA stemden, maar de plaatselijke cultuur accepteerde dergelijke idealisten (het woord werd binnen de vereniging nooit zonder zichtbare walging uitgesproken) gewoonweg niet meer. Iedereen kon nu wel weten dat het verbeteren van de wereld simpelweg het creëren van meer winst is, zodat ook voor dit prachtige dorp bedrijventerreinen aangelegd kunnen worden langs een nog nieuw te bouwen snelweg. Dat verdiende dit dorp gewoon.

 

De winkelstraat, waar na enige jaren niets interessants meer te koop was, omdat niemand nog zeelucht in zijn neus had, en dus niemand werkelijk duurzaam durfde te vernieuwen, bleef ook de volgende jaren het zorgenkindje van de gemeente, misschien wel juist door de miljoenen verslindende metamorfose. Maar gelukkig was de uitgave politiek te verantwoorden, omdat het doel, tevreden ondernemers, met buitengewoon veel draagvlak behaald was. Alle burgers wandelden immers netjes langs de etalages – omdat ze dankzij een innovatief ontwerp van de winkelstraat… niet anders konden.

Ook in Hoogeveen was de burger immers slechts een consument, een getemd dier dat gedwongen werd om door een hoepel te springen.

Hoogeveen staat hiermee symbool voor ieder Nederlands dorp en leert ons weer eens dat het neoliberalisme slechts een ondergangsreligie is, die op zijn laatste benen loopt. Een religie namelijk waarvoor het individu en zijn waarden, dromen en ontwikkeling slechts bijzaak zijn. Het gaat deze religie en haar diakenen; de roofkapitalisten, enkel en alleen om de kooplust van de kudde – en de winst voor enkelingen. Het is een ondergangsreligie par excellence, die alle kwaliteit vermaalt in de blinde hebzucht naar steeds meer Winst; de nieuwe god.

Gelukkig weten wij inmiddels wel beter en komen er steeds meer vooruitstrevenden die kiezen voor waarden en ontwikkeling van het individu in plaats van voor geld en het behoud van de kudde.

Niemand wil nog wonen in Hoogeveen.

 

Dadendrang

'Hoe hoger wij ons verheffen, des te kleiner schijnen wij 
voor hen die niet kunnen vliegen'.   - F.W. Nietzsche

Byron wist al wat de beste manier is om onszelf te ontvluchten: een flinke dosis dadendrang. Byron leed naar verluidt aan epilepsie – een weinig benijdenswaardige ziekte, die men wellicht graag ontvlucht door hard te werken.

Ook over Alexander, Napoleon, Caesar, Jezus en zelfs Mohamed wordt gezegd dat ze leden aan epilepsie. Wanneer je degenen die zich geestelijk weten te verheffen alleen klein kunt zien is een vermeende noodzaak tot hard werken, om die vermaledijde geest uit te schakelen, waarschijnlijk een aantrekkelijke misvatting. Jezelf verheffen door noeste arbeid kon wel eens een, overigens vrij zinloze, poging zijn om oppervlakkig bezien wat groter te lijken. 

Maar natuurlijk weten wij dat alleen de grootte van de geest er werkelijk toe doet, en dat alleen een goed verzorgde, alerte en uitgeruste variant in staat is tot het hiervoor noodzakelijke dieper nadenken en zorgvuldiger formuleren. En gesteld dat het echte geluk alleen door wijsheid bereikt kan worden zouden wij dus niet zo hard moeten werken om die eenvoudige resultaten van fysieke arbeid te produceren, maar juist eens wat vaker en langer moeten slapen!

Hoewel Alexander de Grote deels door Aristoteles werd opgevoed bleek zijn dadendrang wat groter dan zijn talent voor contemplatie. De Griekse cultuur verspreide zich dankzij Alexander tot en met India, maar van de bijbehorende Griekse filosofie is weinig tastbaars overgebleven in onze McDonalds cultuur. Wel zit er nog veel van de mentaliteit van dictators uit oude tijden in de Westerse cultuur.

Het met hard en dom werken onderwerpen van zoveel mogelijk potentiële volgelingen is een heel neoliberaal idee. Groter dan dit worden de misvattingen dan ook niet. Het zijn de misvattingen die de xenofobe conservatieve fanatici dankzij de moderne techniek, in staat stellen de volgzame kuddedieren steeds meedogenlozer mee te nemen; de afgrond van het nihilisme in.

Het is de reden dat klassieke talen onderwezen moeten worden op zoveel mogelijk middelbare scholen: de Griekse filosofie is in alles het tegendeel van onze nihilistische cultuur; de Griekse filosofen waren nog wel hartstochtelijk op zoek naar het inzicht dat de ratio ons kan geven. Naast het feit dat goed onderwijs in de klassieke talen ons de voor belangrijke Romaanse talen als het Frans zo noodzakelijke basis geeft stelt het ons ook in staat de Griekse filosofie in haar oorspronkelijke vorm en diversiteit te leren lezen en begrijpen.

Zo kunnen we bijvoorbeeld ontdekken dat die Griekse filosofie met name tot bloei kwam dankzij de nogal irrationele omgeving waarin de oude Griekse filosofen opgroeiden. Oorlogen, dictaturen, politieke spelletjes en kleinere en grotere revoluties waren aan de orde van de dag in de Griekse stadstaten van weleer, en dat gaf de oude helden van de wilde zee die wijsheid heet, een reden om enig houvast te zoeken tussen de chaos in de golven. Die houvast vonden ze in de ratio.

Over de ratio gesproken: het is wetenschappelijk bewezen dat het stimuleren van de temporaalkwab kan zorgen voor het verschijnen van visioenen. En er zijn wetenschappers die beweren dat het godsgeloof in deze temporaalkwab schuilt. Dat laatste lijkt me een nogal technische verklaring voor het feit dat er individuen zijn die in een God (zeggen te) geloven. De drang om de vrije geest van individuen in te kaderen, te kennen en als het even kan exact te lokaliseren lijkt me hier veel meer van het Eeuwige in zich te hebben dan die temporaalkwab.

Ook de Griekse filosofen ondervonden al veel weerstand van de gevestigde orde als ze het waagden vrij te denken, zeker als ze daarbij de stevig in de maatschappij verankerde zekerheid van de Griekse goden onvoldoende eer bewezen, of zelfs weg-dachten, al dan niet uit hun temporaalkwab. Voor een voorbeeld kunnen we naar het tragische einde van Socrates kijken, die volgens de aanklacht tegen hem zelfs de euvele moed zou hebben gehad er nieuwe Goden bij te denken – en daarvoor moest boeten met een keus uit twee kwaden: ballingschap of de gifbeker. De inmiddels oude filosoof koos zoals bekend verondersteld mag worden voor de gemiddelde filoloog, voor de gifbeker. Socrates had met zijn geest al voldoende wilde zeeën bevaren. De eeuwigheid lonkte en de wijsheid wierp haar laatste verleidelijke blik op hem. De jeugd zou zijn werk voortzetten, op een betere manier dan hijzelf. Want na Socrates kwam… Aristoteles.

Wanneer je dadendrang resulteert in het ontvluchten van je geest maar een vorm van temporaalkwab-epilepsie of een andere fysiologische oorzaak toch een bepaalde stimulans van de temporaalkwab tot gevolg heeft kan het vreemde fenomeen zich voordoen dat je gaat denken dat noeste fysieke arbeid met als (vaak onbewust) doel de kudde de afgrond inleiden weinig minder is dan het invulling geven aan een welhaast Goddelijk visioen.

Wat een uitkomst! Zelf de gevolgen van de waanzin niet hoeven dragen maar dit op de schouders van de één of andere Godheid kunnen neerleggen! Jezus is dus wellicht vooral voor zijn eigen zonden gestorven, en niet voor die van zijn volgers. En hetzelfde geldt voor de dictators in ons alledaagse midden: wanneer men als gevolg van het overwaarderen van de eigen dadendrang, vaak resulterend in de een of andere machtspositie, teveel gaat geloven in de eigen waarheid, hoe vertekend die ook is, door welke fysiologische oorzaak dan ook, dan zijn neerdrukken, negatieve energie en achteruitgang nooit ver weg.

En dat zorgt er dankzij onder meer het internet dan weer voor dat de alledaagse dictator steeds vaker moet boeten voor zijn eigen zonden, zijn daden. Dankzij de gelijke kansen en transparantie die het internet ons biedt, staat op macht gebaseerde visie inmiddels eindelijk op punt van uitsterven, ten gunste van de steeds verder oprukkende op inzicht gebaseerde invloed. Invloed is evolutionair veel sterker dan macht, omdat het verband houdt met onze veel natuurlijker wil tot waarheid (hier een leuk stukje over die wil tot waarheid volgens Foucault).

Maar het zijn wel de arbeidzamere geesten, zij die niet weten wat de waarde van contemplatie is, die zich zo aangetrokken voelen tot degenen met het vermogen om visioenen op te roepen. De volgers van genoemde epileptici en andere, kleinere, dictators, zijn degenen die de Avant-garde van een samenleving alleen klein kunnen zien. De vooruitstrevenden zijn dan ook altijd de eerste slachtoffers van de noeste arbeiders in het zweet des aanschijns van hun heer van dienst; die hen altijd weer zo vruchteloos gebiedt de aarde te bewerken. Laten wij hen dus niet de gelegenheid bieden om op wat voor manier dan ook voor ons te werken, zij zullen ons alleen omlaag proberen te werken in hun ondergangsdrang.

Waarom de een wel en de ander geen suïcidale gevoelens heeft ligt hierin besloten. De daden zullen namelijk nooit de visioenen kunnen evenaren. Net zoals de gewone sterveling nooit Jezus kan evenaren. Die is immers volgens het visioen de enige zoon van God en zal dat altijd, als enige, blijven. Verzetten heeft geen zin; vooruitgang voor het individu is helemaal niet mogelijk binnen het Christendom. Wij zijn immers naar zijn voorbeeld geschapen. Of willen we soms beweren dat God niet perfect was op het moment dat hij ons schiep, en nog verbetermogelijkheden had?

Ach, dat onze religieuze vrienden het Godsbegrip toch in de toekomst wat ruimer mogen opvatten; bijvoorbeeld in de vorm van de getalenteerde Homo Universalis, en er zou voor zoveel meer mensen een ontwikkeling mogelijk zijn die hun talenten ten volle doet ontplooien! Een dergelijke focus zou individuen vooruit helpen, in plaats van achteruit; de kant die xenofobe conservatieve fanatici, die dictators en andere kuddedieren ons het liefst zien opgaan.

Visioenen als gevolg van een fysiologisch gebrek, waaraan desondanks geloof wordt gehecht zijn als een uitnodigend, water- en kleurrijk moeras voor de mensheid; omdat ze geen waarde hechten aan op inzicht gebaseerde invloed maar uitsluitend aan op macht gebaseerde visie in al haar bonte kleurenpracht- en daarmee in potentie hele volksstammen met zich mee de afgrond in neemt. Zo bezien schijnt het echte wonder van het Christendom dat we na al die jaren het individu neerdrukkend geloof nog niet zijn terug geëvolueerd tot een primitieve apensoort. Wij hebben onszelf ondanks het ons omringende zompige systeem en de daarin oppermachtige bloed-zuigende muggen, aan de haren uit het moeras weten te trekken, en dat nu al ruim 2017 jaar lang!

Dat wat zo op het eerste gezicht voor het volgzame kuddedier; degene met de verlangende dadendrang, moed en onverschrokkenheid lijkt is in feite weinig anders dan het aardse verlangen om onder te gaan, vermomd in op en neer gaande golven van de meest weerzinwekkende daden voor ons, vooruitstrevenden. Het is het verlangen van de onvervalste xenofobe conservatieve fanaticus.

Zoals Aristoteles ons al leerde kan alleen een aangeboren onstuimige natuur uiteindelijk zorgen voor het vinden van een optimaal, hoogst mogelijke midden tussen weldoordacht en onbesuisd. Een meer middelmatige natuur maakt vaak wat minder mee, vandaar zijn bewondering voor mensen die door hun onstilbare dadendrang aan de lopende band de meest groteske dingen meemaken.

Onstuimige naturen die door toevallige omstandigheden na het meemaken van de nodige avonturen het hoogste midden hebben gevonden zijn onze oude, in de golven verdwenen zeehelden. En ook wij moeten als het ware weten wat het is om in de golven te vergaan, we moeten misschien zelfs wel onder zijn gegaan en in ieder geval durven gaan; om de zee te kunnen trotseren.

Een vergelijkbaar fenomeen geldt voor degenen onder ons met suïcidale gevoelens; gevoelens die ook vaak in golven aankomen – en weer verdwijnen. Hoe onzekerder, hoe angstiger, hoe middelmatiger onze natuur hoe minder we grip durven nemen op ons karakter, in het rustige vertrouwen dat onze waarden, onze weldoordachte aannames, onze rode lijn klopt. En hoe ingewikkelder het leven wordt: de angst voor het falen in de aardse daden, voor boosheid van de ander, of misschien zelfs wel van het Goddelijke, kortom de angst voor onszelf (een hele Christelijke angst trouwens) wordt in sommige gevallen ondraaglijk. In andere gevallen spelen traumatische ervaringen als gevolg van het tot vervelens toe neergedrukt zijn door xenofobe conservatieve fanatici een overwegender rol bij de keus voor suïcide. De troost van deze ongelukkigen is echter een zoete wraak; zij bevinden zich nog in het goede gezelschap van onze oude held Socrates.

De drang tot ondergang, tot suïcide is meestal zowel een angst voor het leven als een angst voor de dood. Juist de onsterfelijken, die oude geesten zonder suïcidale gedachtes zijn niet bang voor de dood, zij durven nog onder te gaan nadat ze de reis over een onstuimige zee hebben afgelegd, zij zeggen als een van die zeer weinigen echt ‘Ja’ tegen het leven. Omdat ze weten dat er geen kans is op ondergang als we met vertrouwen op zowel onze bestaande als de nog te ontdekken nieuwe waarden vooruit durven gaan.

Mensen die van tijd tot tijd suïcidaal zijn proberen tussen de dalen door, tussen hun angsten voor een volgende golf van vooruitgang, zo lang mogelijk op de golven te blijven drijven, uit angst voor de diepte die er tussen nu en de toekomst gaapt. Maar dat is een misverstand. Wat ongelukkig maakt is de angst om de diepte in te kijken, het onvermogen om los te laten, in het vertrouwen dat we in de toekomst – geestelijk, als individu – vooruit zullen gaan.

Laten wij onszelf dus zo nu en dan eens laten gaan en laten wij onze aangeboren natuur omarmen, op een wijze manier, zonder al teveel machtsbeluste dadendrang. Want die dadendrang is slechts angst om te sterven – en dat is een onzinnige angst. Zoals Epicurus al zei:

Als wij er zijn, is de dood niet, en als de dood er is, zijn wij niet’.

Laten we dat optimale midden in ons karakter zoeken, er vrede mee hebben en laten we dat midden vast durven houden – ook als het ons op volle zee meer of minder voorbereid een storm in leidt.

Laten we in die storm vertrouwen op onszelf; als een moeder op het kind dat groeit in haar buik; op een onbekend resultaat dus, in het volste vertrouwen in de mogelijkheid van die uitkomst waarbij er weer een oude zeeheld geboren wordt, die het oppakt waar wij het moesten laten liggen – door een gebrek aan tijd of een gebrek aan karakter – en die ons met zijn helder schijnende geest in zijn schaduw zal stellen – zonder dat we daar jaloers en droevig van worden om vervolgens de aandrang tot groteske daden te voelen opkomen. Wij slaan liever, goed uitgerust, een nieuwe bladzijde om in ons eigen, stille avontuur met onbekende afloop.

 

Hoofddoek

Is het niet ironisch dat het vaak de grootste seksisten zijn die de vrouw willen ‘bevrijden’ van de hoofddoek? Is het niet treffend voor onze westerse cultuur dat we nu al jarenlang dag in dag uit het vermeende gevaar van ‘de’ islam bediscussiëren in de media, terwijl een moord op twee mensen die in een tram opkomen voor verbaal mishandelde moslima’s (door iemand die de Islam als gevaar voor Christenen zou hebben gezien), zo’n beetje wordt weggemoffeld in de Nederlandse media?

Zou het zo kunnen zijn dat het hoofddoekje in een behoefte voorziet van onze superieure ‘joods-christelijke’ cultuur? Namelijk de behoefte om onze ogen te sluiten voor de natuur en de daartegen volgens veel mensen benodigde statische vorm van een groepscultuur?

Misschien moeten we ons eens gaan beseffen dat wanneer we ons bemoeien met het uiterlijk van een ander (in plaats van met zijn of haar innerlijk, wat veel logischer zou zijn) we in het geval van de zogenaamd neerdrukkende hoofddoek precies datgene doen wat we denken te bestrijden: een vrouw neerdrukken. Want of we nu willen dat iemand een hoofddoekje op af doet, we beperken er iemands vrijheid mee.

En wat hebben wij eigenlijk te schaften met hoe iemand gekleed wil gaan? Helemaal niets. Het is een teken dat de testosteron in ons lichaam onvoldoende onder controle is. Testosteron wil neerdrukken, de baas zijn. En nee, daar werkt een zogenaamd joods-christelijke cultuur echt niet tegen. De enige remedie is zelfbeheersing.

Het seksualiseren van de vrouw is daarbij een voorbeeld van een natuurlijk proces onder invloed van die testosteron. In het kader van de hoofddoek ben ik geneigd te denken dat de frustratie over de hoofddoek bij zowel de westerse man als vrouw te maken zou kunnen hebben met onzekerheid over de eigen kuisheid. De schijnbare onbereikbaarheid van de gemiddelde moslima voor de gemiddelde westerse testosteron bom, die natuurlijk helemaal niet wil toegeven dat zijn testosteron graag onder de hoofddoek zou willen kijken en zich daarbij zo voor zijn gebrek aan kuisheid schaamt dat hij graag de hoofddoek verwijderd zou zien, om niet meer verdacht te zijn, en de westerse vrouw die zich ergens in haar achterhoofd misschien afvraagt of zij dan misschien minder kuis is zonder hoofddoek. Een typisch misverstand in het spectrum van de xenofobie; dat andermans uiterlijk iets over jou, of de mogelijke relatie tussen de ander en jou zou zeggen.

Wij mannen hebben simpelweg de grote verantwoordelijkheid onszelf eens wat meer te beheersen. Dat zou een hoop oorlogen en andere ellende voorkomen. Want zou het toevallig zijn dat dictators (meestal mannen) te vergelijken zijn met elkaar door de mate waarin zij vrouwen onderdrukken?

In plaats van zichzelf en hun collega-mannen te verbeteren richtten namelijk zowel Ataturk, Erdogan, Wilders, de Ayatollahs in Iran en bijvoorbeeld ook postkoloniale dictatoriale leiders in Tunesië en Egypte als Bourguiba en Nasser zich op …de hoofddoek. Alleen Erdogan en de Ayatollahs wilden het hoofddoekje graag op, de rest wilde ’em af. Waarmee misschien een extra verklaring is gegeven voor het feit dat zowel Erdogan als Iran helemaal de risee van onze politici en hun volgers zijn geworden.

Een aantal lastige misverstanden die bij de omgang met testosteron onze aandacht vragen? Het feit dat niet groepen maar individuen hun eigen cultuur vormgeven, en het misverstand dat iedereen op basis van een aantal uiterlijke kenmerken tot een bepaalde statische vorm van een cultuur of religie gerekend zou mogen worden. In West-Europa bijvoorbeeld tot de joods-christelijke cultuur.

De arrogantie, te denken dat ik tot uw joods-christelijke cultuur gerekend zou mogen worden!

Zou een hoofddoek ons wijzen op een dierlijke drift die onder invloed van testosteron tot uiting komt en versterkt wordt naarmate we onze testosteronspiegel minder goed kunnen reguleren? En vinden we het onprettig hierop gewezen te worden? Maar het is onze natuur! De man is een machtswellustig wezen, dat andere individuen graag neerdrukt! Daar moeten we dag in dag uit aan werken, in het enige systeem waarvan ieder individu op aarde wel een onlosmakelijk onderdeel vormt, het natuurlijk ecosysteem.

Het enige systeem ook dat ons niet neerdrukt, maar ons uitdaagt om onszelf te ontwikkelen als individu; om onze kin omhoog te houden, onze rug te rechten – en uit te stijgen boven onszelf. Een systeem ook dat zich, in tegenstelling tot wijzelf, niet kan ontwikkelen en geen innovatie kent. En al helemaal geen duurzaamheid; het gaat immers alleen maar achteruit! Over een paar miljard jaar is het hele systeem zelfs… verdwenen. Dat te onderkennen, dat zou pas een aanzet tot cultuur kunnen zijn voor ons.

Zouden we dat doen dan zou het ons kunnen uitdagen tot het ontwikkelen van onze eigen persoonlijke filosofie van de natuur, om tegenwicht te bieden aan het lege niks waarin we onszelf dingen wijsmaken die onszelf niet verheffen maar neerdrukken in het een of andere kunstmatige systeem. En ons proberen over te halen de ander te haten dankzij een foute aanname die deels met jaloezie, deels met angst, deels met testosteron en misschien ook wel deels met ons gevoel van kuisheid te maken heeft: dat de ander wel net als wijzelf tot een bepaalde homogene groep, tot een kunstmatig systeem zou horen. Dat de ander met zijn uiterlijk…een relatie tot ons zou ambiëren. Welnee! De ander ambieert slechts…vrijheid!

Tja. Sommige mensen zijn al verder in hun persoonlijke ontwikkeling, en hebben die persoonlijke levensfilosofie al ontwikkeld. En helaas voor de hater; de xenofobe conservatieve fanaticus: dat geld ook voor veel individuen die graag een hoofddoek dragen. Of misschien wel juist voor hen; want over hoeveel lef, hoeveel levenskunst, kortom over hoeveel persoonlijke levensfilosofie moet je tegenwoordig beschikken als je in een willekeurig westers land überhaupt nog gehoofddoekt de straat op durft?

Het wordt eens tijd om volwassen te worden voor de gemiddelde Nederlander, om individuen nu eindelijk eens te gaan beoordelen op inhoud in plaats van op uiterlijk.

En laten we daarbij vooral eens bij onszelf beginnen!

De landbouw van de toekomst

Ik heb sinds lange tijd weer eens een aandeel gekocht. Deze keer een zogenaamd ‘oogst-aandeel’; vanaf nu komt mijn groente en fruit alleen nog maar van de biologische boerderij om de hoek (land en boschzigt, de oudste biologisch dynamische tuinderij van Nederland).

Zelf te oogsten, dus vanmorgen ben ik er maar eens naartoe gefietst, met een kind voor- en een kind achterop. Met mijn fiets en mijn handen heb ik vanmorgen de tussenhandel even helemaal uitgeschakeld, net als de oliehandel, want er hoefde geen machine over het land om mijn groentes te oogsten – dat deed ik zelf, met de hulp van twee kinderen.

Heerlijk vers voedsel, ieder seizoen, iedere maand, iedere week iets anders, aangepast aan de natuur – en dus aan de behoeftes van de mens. Dat betekent in mei onder meer raapstelen; boordevol ijzer, vitamine C en foliumzuur. Maar ook rabarber, waarvan de steel pariëtine bevat, een stof die tumorgroei remt. En de paksoi die ik voor het eerst zelf oogstte heeft, net als alle koolsoorten, ook een kanker-remmende werking; dankzij de glucosinolaten in de plant.

Maar dat is nog niet alles. Met deze aankoop van vers, biologisch voedsel van de tuinderij om de hoek geef ik boer Sijmen de kans zich toe te leggen op iets waar hij goed in is, en waar hij energie van krijgt, en wat steeds meer in de verdrukking raakt in de traditionele landbouw: kwalitatief goed voedsel.

De gangbare landbouw, vaak verenigd in coöperaties als de LTO, die niet alleen gezamenlijk voor de belangen van de groep opkomen maar ook gezamenlijk in- en verkopen, of bij die in- en verkoop een grote vinger in de pap hebben door hun advies, hun kennis en hun netwerk. Een netwerk dat bestaat uit het bedrijfsleven (Bayer, Monsanto, de medicijnenindustrie, maar ook de olie-industrie), de overheid en universiteiten zoals de Wageningen Universiteit, die – met de Mantra dat Nederland de wereld zou moeten voeden – een nogal dubieuze rol speelt.

Door ons poldermodel zijn wij in een paar dingen heel goed geworden; we zijn ons gaan specialiseren. Onder andere in framing, toonhoogte en ons neerleggen bij suboptimale oplossingen. Dit alles hebben wij geleerd om onze eigen suboptimale ideeën zo goed mogelijk te kunnen verkopen, in Nederland handelsland. Idealiter met een volledig wetenschappelijk verantwoord onderzoek – vol verwijzingen naar de ‘juiste’ wetenschappers dus – maken we vervolgens goedgemutst en masse…de verkeerde keuzes. Door het frame dat wij de wereld zouden moeten voeden legt een heel land zich neer bij een vorm van landbouw die alle leven wil vernietigen. En ondertussen klinkt er geen onvertogen woord. Tot vandaag.

Dat we in Nederland dankzij het poldermodel hebben gekozen voor roofbouw in plaats van landbouw is eigenlijk nog best knap. Meestal maken we helemaal geen keuze, uit angst het zo geliefde poldermodel, de heilige verbinding met de Ander, te verliezen.

Een mooi voorbeeld van zo’n vanwege gevoeligheden nog steeds niet gemaakte keuze, is de keuze voor biologische landbouw, net als het vrijwel volledig ontbreken van focus van de overheid op zogenaamde nutricijnen, en de bijbehorende preventie in de zorg. Nutricijnen zijn namelijk geneesmiddelen die gratis zijn, er valt geen geld aan te verdienen door het systeem, omdat ze in goed en zorgvuldig uitgebalanceerd voedsel zitten.

Maar dat past niet in het frame, in de verbinding, wat zeg ik, in de verstrengeling van overheid, agribusiness en medicijnenlobby. Wat daarbij het bestaande achterhaalde systeem enorm helpt is het grote aantal mensen dat eten nog slechts ziet als genotmiddel om energie door te verkrijgen – in plaats van als gezonde bron van leven. En het is voor het systeem van het grootste belang om een zo groot mogelijk aantal mensen in deze staat van willoos slachtoffer te houden. Vandaar dat ook dit systeem vooral bezig is zichzelf te consolideren, door individuen te indoctrineren en neer te drukken.

De reden waarom de LTO, de overheid, de agrarische industrie, de chemische industrie en zelfs de zorg nooit voor biologische landbouw zal pleiten is heel eenvoudig: al die miljarden kilo’s roundup ready soja die door hun toedoen of met hun medeweten zijn geïmporteerd als voer voor onze veel te grote veestapel, al dat gif zoals bijvoorbeeld glyfosaat dat is gebruikt op onze gewassen, met alle – inmiddels algemeen aanvaarde – gezondheidsschade van dien, hier en in de landen van herkomst, het zal nooit uit te leggen zijn.

Het is een totaal gestoord systeem – dat naast grote indirecte gezondheidsschade, veroorzaakt door het vergiftigen van water, lucht, aarde, ons voedsel en het vernietigen van ecosystemen, ook zorgt voor werkgelegenheid voor tienduizenden mensen – en enorme winsten voor de agribusiness, de chemische- en olie-industrie.

In plaats van de patiënt te genezen door te stoppen met het toedienen van gif, worden er dan ook telkens nieuwe soorten gif op haar toegepast. Als het ene gif toch teveel gezondheidsschade tot gevolg had, wordt er weer een nieuw gif ontwikkeld. En die patiënt is niet alleen de echte patiënt in ons achterhaalde neoliberale zorgsysteem, maar ook de landbouw, in hetzelfde achterhaalde systeem, dat we dan ‘agribusiness’ noemen.

De schoorsteen moet ongestoord roken, dus verandering is veel te gevaarlijk. Terwijl er natuurlijk minstens zoveel mensen in de landbouw inclusief de toeleverende en verwerkende industrie zouden kunnen werken wanneer de focus op kwaliteit, op gifvrij, op biologisch zou zijn, houdt de status quo ons met behulp van het poldermodel zeer effectief tegen.

Het systeem van wereldhandel en marktdenken dat ervoor zorgde dat Nederlandse boeren, opgejaagd door technische ‘innovaties’ die niet duurzaam waren omdat ze alleen kwantiteit en winst voor de intermediairs ipv winst voor boeren en consumenten najoegen, hun voer anno 2017 nog steeds vaak zo goedkoop mogelijk inkopen in Brazilië om vervolgens het vlees met zoveel mogelijk winst te kunnen verkopen in China, is een vorm van roofkapitalisme die zijn weerga niet kent in de geschiedenis.

De agribusiness is samen met de voedselverwerkende industrie en passant verantwoordelijk voor het verdwijnen van unieke natuur (tropisch regenwoud en savannes in Zuid Amerika en Azië) en voor landbouw en veeteelt die niet nodig zouden zijn geweest als we anders hadden durven denken. Over minder en biologisch vlees bijvoorbeeld.

En wat was ondertussen het enige dat een kennisinstituut als Wageningen Universiteit eind jaren ’90, begin 2000 kon bedenken over biologisch voedsel? Dat het hetzelfde zou zijn als geloven in kaboutertjes; om zo snel mogelijk de toen nog prille vakgroep biologische landbouw, nota bene onder het mom van de ratio, de nek om te kunnen draaien.

Wageningen Universiteit is net zo gecompromitteerd als de rest van de agribusiness en zal zichzelf vrijwillig in het gezicht slaan als ze opeens openlijk gaat pleiten voor biologische landbouw – terwijl ze jarenlang de boeren heeft wijs gemaakt dat alleen innovaties ten behoeve van nog meer kwantiteit de moeite waard waren.

De Wageningse mantra dat we in Nederland de wereld zouden moeten voeden lijkt oppervlakkig gezien misschien een duurzame of sociale boodschap: het is niets minder dan het herhalen van de mantra-van-de-markt, enkel bedoeld om gevestigde belangen veilig te stellen.

Een mantra waardoor met het loslaten van de melkquota door Rutte 2 niet alleen de mest-belasting van het Nederlandse grond-en oppervlaktewater tot grote hoogtes is gestegen, waarvoor Nederland dan doodleuk in Brussel weer vrijstelling krijgt, maar waardoor de melkprijs ook dramatisch gedaald is.

Tot een niveau waardoor in Frankrijk kleinere melkveehouders ondanks dag in dag uit keihard ploeteren voor hun gezin, nauwelijks het hoofd boven water kunnen houden. Met als triest resultaat iedere twee dagen een suïcide onder kleinere Franse melkveehouders voor wie de prijs van melk te laag en de hypotheek te hoog wordt.

Hieruit blijkt maar weer eens dat de zo noodzakelijke Europese droom een droom van kannibalisme wordt als we er niet in slagen sociale en economische harmonisaties door te voeren, met een duidelijke focus op kwaliteit in plaats van geld.

Aan het ultra liberale, niet biologische systeem zal de overheid zelf, laat staan de internationale agribusiness, echter nooit een eind maken, het is een zichzelf eeuwig door schulden in geld en geweten verder omlaagdraaiende, diabolische tombola van winst, ego en afbraak.

De enigen die hier wel iets tegen kunnen doen zijn wijzelf. Lokaal geproduceerd biologisch voedsel door een nieuwe samenwerking tussen consumenten en landbouwers, een samenwerking die de tussenhandel zoveel mogelijk uitsluit.

Voor onze gezondheid en de natuur moeten we weer onze eigen boontjes doppen – we moeten het helemaal zelf rooien: door de landbouwer in staat te stellen weer kwaliteit te leveren.

Geef mij dan maar mijn eigen oplossing; een dag in de week een gezellig dagje uit in de natuur, om mijn kinderen te leren hoe en in welke jaargetijden onze groentes en fruit groeien, samen nadenken over de vraag welke invloed de maan heeft op gewassen, hoe de plant eruit ziet waar we spinazie van maken, of hoe we rabarber oogsten.

Maar ook welke bloemen er eigenlijk groeien op een gezonde grond, welke prachtige insecten er eigenlijk op onze groentes en fruit horen te leven (wel even goed wassen na het oogsten), kortom: welke wonderen de kosmos en de aarde met het leven daarop ons schenkt.

Maar niet onbelangrijk, mijn kinderen leren ook meteen dat door te durven kiezen voor een dergelijke microstructuur van de tuinderij om de hoek het grotere systeem vrij eenvoudig te verslaan is. Door dieper na te denken over je keuzes, en zorgvuldiger te kiezen voor meer kwaliteit van leven; voor de boer, voor jou en je naasten en, in het geval van gifvrij voedsel, voor de aarde.

Deze vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid, door niet de gemakkelijkste weg te kiezen met het kopen van producten die van over de hele wereld worden aangevoerd, of met chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest worden grootgebracht op mega-akkers, de zogenaamde akkerwoestijnen met monoculturen, is een pact dat je sluit met de landbouwer in de directe omgeving van je huis, liefst op fietsafstand.

Niet alleen om kwalitatief en betaalbaar voedsel te krijgen, maar ook om de wereld voor jezelf en de landbouwer een beetje mooier, gezonder, uitdagender en draaglijker te maken. Waardoor we bovendien onze kinderen beter kunnen opvoeden in onze eigen persoonlijke filosofie van de natuur.

En al die mensen die wijzen op het feit dat de hoeveelheid gifresten op ons voedsel verwaarloosbaar klein is beseffen niet dat degenen die de grootste gevaren lopen door al dat gif… naast de aarde en alles wat daarop leeft, vooral de boeren zelf zijn.

Maar los daarvan: een hoeveelheid gif op je voedsel die ‘binnen de norm’ is volgens de Voedsel en Waren Autoriteit, waarom accepteren we dat eigenlijk? Welke norm voor gifresten vinden wij dan acceptabel als we onszelf en onze kinderen eten geven? Willen we echt, ook maar de geringste hoeveelheid, gif binnenkrijgen? En vinden we het geen probleem als degenen die dag in dag uit voor ons voedsel moeten ploeteren, genetische afwijkingen en tumoren krijgen door het onnodige gebruik van enorme hoeveelheden gifstoffen als glyfosaat?

Want de bewijzen voor de effecten op de gezondheid van een product als glyfosaat zijn groot en overvloedig. De enorme winsten die met de agribusiness worden gemaakt, de tienduizenden arbeidsplaatsen die er in de agribusiness inclusief de ermee samenhangende chemische industrie mee gemoeid zijn, de overheid, de belangenclubs; de koepels van coöperaties, alles werkt mee om deze ongemakkelijke waarheid te bagataliseren – of zelfs glashard te ontkennen – en de bewijzen te verdoezelen.

Maar ook zonder bewijs zouden wij al voldoende moeten weten: wij die niet van plan zijn de aarde of onszelf te vernietigen: wanneer je voedsel eet dat met gif is grootgebracht, gif dat gemaakt is om leven te doden, dan doodt je jezelf, vrijwillig. We hebben de burgeroorlogen in Europa nagenoeg uitgebannen; de volgende stap zal zijn het uitbannen van de langzame maar nog veel te snelle dood door het eten van te veel, te vet, en met gif geproduceerd voedsel.

Je eigen tuintje op fietsbare afstand om de hoek is de enige manier voor landbouwers en consumenten om uit het systeem van steeds meer voor steeds minder te ontsnappen: door burgers die hun met liefde in plaats van met gif geproduceerde groente en fruit kopen. Het is niet alleen de echte oplossing voor het wereldvoedselprobleem, maar ook voor het probleem van een neoliberaal systeem dat ons, in weerwil van allerhande wetenschappelijke bewijs, ter ere van de winst uit alle macht wil doen geloven dat het gebruik van gif op voedsel ok is.

Als de gifsoort maar onderzocht is door de Wageningen Universiteit en toegelaten door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen (Ctgb) – dat een onderdeel is van diezelfde Wageningen Universiteit.

Tja. Hoe dom denkt het systeem eigenlijk dat wij zijn?

Nog een paar dagen en ik oogst weer mijn eigen groente en fruit, voor een nieuwe week, vol kwaliteit – en lekker eten.

 

Een nieuwe Europese droom

De VS en Rusland hebben een roofkapitalist als president. Europa heeft de kans een belangrijk alternatief voor dat roofkapitalisme vorm te geven door te breken met het neoliberalisme. De installatie van de verfrissende en vooruitstrevende Franse president Macron kon weleens een goed momentum voor een nieuwe Europese droom zijn.

Roofkapitalisme gaat altijd samen met andere misstanden in samenlevingen, zoals dogmatisch conservatisme, xenofobie, het verheerlijken van een statische vorm van de dominante cultuur en de ermee samenhangende negatieve vorm van nationalisme. Maar het belangrijkste kenmerk van roofkapitalisme is haar nihilisme en haar obsessieve ondergangsdrang.

Het neoliberale roofkapitalisme wil niet alleen achterhaalde zaken zoals fossiele energie en een egoïstische vorm van bedrijfsleven en overheid behouden, ze loopt zelfs doelbewust, met de vingers in de oren, achteruit de afgrond in. Een afgrond waarin zwakkeren, moslims, immigranten, de natuur en het klimaat door de roofkapitalist vertrappelt worden, terwijl deze zijn innerlijke drang tot zelfvernietiging volgt.

Een afgrond dus ook van een steeds verder verslechterend natuurlijk ecosysteem; het enige systeem waarin de mens wel thuishoort. Die verslechtering van het natuurlijk ecosysteem, door vervuiling, droogte en uitputting van natuurlijke gebieden, zorgt ervoor dat een groot deel van de door oorlogen opgejaagde individuen op de wereld overblijft met niets – of nog minder.

En zoals gebruikelijk in de natuur trekken de sterke individuen weg uit gebieden waar ze niet of minder goed kunnen overleven, op zoek naar een beter leven voor henzelf en hun familie. Is immigratie, de vrije uitwisseling van individuen (en genen), in de natuur het sleutelwoord voor vooruitgang, in Nederland sneuvelt er volgens zeggen een formatie op. Wat natuurlijk nonsens is; er zijn oneindig veel meer vooruitstrevende keuzes die de gemiddelde hardcore neoliberaal niet pruimt – omdat die zijn ego aantasten en zijn drang tot zelfvernietiging teveel vertragen.

Ondertussen is de, zeker in meer Angelsaksisch georiënteerde Noord-Europese landen als Nederland volledig ‘gelijkgeschakelde’ neoliberale pers (of heeft u wel eens verdieping, enige warmbloedigheid of zelfs, Godbetert, een Frans nummer gehoord op Radio 1?), vooral bezig met het dehumanificeren van vluchtelingen en andere immigranten.

Overigens ook als iemand een andere kleur haar heeft maar hier al circa 5 generaties woont is, voor alles, Xenofobie zijn deel. Want ondanks onze geveinsde afkeer van het nazisme tijdens de dodenherdenking op 4 mei, is alles wat teveel afwijkt van het ideaalbeeld van het blonde haar en de blauwe ogen, nog altijd een potentieel gevaar – zeker als het zo op het eerste gezicht sterker lijkt te zijn dan wij.

En mensen die, op zoek naar een beter leven, komend uit door ons westerse kolonialisme en neokolonialisme geplunderde landen, sterven op zee, worden door een groot deel van die media allemaal over één kam geschoren en weggezet als ‘domme moslims’; die we niet kunnen gebruiken in onze toch zo geweldige vermeend joods-christelijke cultuur.

We weten, al was het maar onbewust, maar al te goed dat ieder individu dat wegtrekt uit een neerdrukkende groep, iedere immigrant dus, de sterkste uit die groep was. En laten we daar nu als weinig anders bang voor zijn – uit puur lijfsbehoud. Die ander kon namelijk wel eens sterker zijn dan wijzelf; die moeten we dus ver van ons houden – zodat onze verbeterpunten niet teveel in het oog lopen.

Xenofobie is dan ook een eigenschap die als geen andere eigenschap bij de mens hoort; en ze wordt versterkt door iets wat we ons hebben aan laten praten door het neoliberalisme: dat we een groepsdier, een kuddedier zelfs zouden zijn, een dier dat nota bene zou moeten bijdragen aan dezelfde groep die ons neerdrukt; in dit geval met behulp van een neoliberaal systeem gericht op de macht van de groep, op kwantiteit – kortom: op winst. En systemen worden, zoals we weten, altijd opgericht om de sterkere individuen in een groep klein te houden.

Maar de noodzakelijke werkelijkheid is uiteraard heel anders. Met de toenemende vergrijzing en de afkeer van de gemiddelde Europeaan van het eenvoudiger handwerk, maar ook met de toenemende vraag naar sterke, intelligente talenten voor allerlei innovatie-, advies- en bestuurs-functies, zal Europa iedere nieuwe immigrant veel harder nodig hebben dan we denken. Sterker nog: als er niet snel een Europese immigratiepolitiek komt die mensen, net als de Canadese premier Trudeau deed, met een luchtbrug ophaalt in de conflictgebieden, gaan we spoedig de hevige concurrentie met de rest van de wereld verliezen. En als we Noord Amerika voor willen blijven zullen we moeten zorgen voor een nieuwe verhaal in plaats van het aloude, verstikkende neoliberalisme. Daarin is Noord Amerika veel beter dan wij. Wij in Europa kunnen ons de achteloze omgang van het neoliberalisme met Moeder Aarde niet veroorloven. En als we dat in gaan zien, zullen we niet meer te stoppen zijn.

Wat dat nieuwe Europese verhaal dan moet zijn? De nieuwe Europese droom is in ieder geval een droom van Nieuwe Nederlanders, Nieuwe Fransen, Nieuwe Duitsers, kortom: van Nieuwe Europeanen. Maar die Nieuwe Europeanen zullen, helaas voor sommigen, niet altijd blond haar of blauwe ogen hebben. Of altijd man zijn. Of nooit een vrouw met een hoofddoek. Of altijd bij een politieke partij horen. En geloof me: dat is allemaal helemaal niet eng.

En datgene waar we het meest bang voor zijn: de moslim, bestaat niet eens. Net als in het neoliberale of Christelijke geloofssysteem heeft iedere individuele moslim zijn eigen interpretatie van zijn of haar geloof. Of, zoals al meermalen tevergeefs is aangegeven door vele mensen overal op de wereld: als we zo bang zeggen te zijn voor een moslim-immigrant vanwege zijn religie, en dan met name vanwege zijn heilige boek de Koran, in plaats vanwege zijn sterkere natuur (intelligentie of beschavingsniveau) of zijn kleur haar, waarom zijn we dan eigenlijk niet ook buitengewoon angstig voor iedere Christen die de bijbel letterlijk zegt te nemen. Christenen zitten immers al in veel grotere getale, en zelfs op het merendeel van de machtsposities, om ons heen!

Heeft u bijvoorbeeld wel eens zelf gelezen wat er in het Oude Testament staat? Weet u wat sommige orthodoxe Joden en Christenen geloven? Maar veel belangrijker (want geruststellender): weet u dat er binnen alle orthodoxe geloofsgroepen altijd ook weer individuen opstaan die vooruitstrevender zijn dan de kudde, om de individuen in die groep vooruit te helpen naar een minder dogmatisch, of zelfs vooruitstrevend leven?

De enige manier om echt vooruit te gaan als individu is daarbij om als eerste op te staan, om aan kop te lopen, en dat… kan alleen wanneer we geïnspireerd worden door vooruitstrevende bestuurders. Het nieuwe ijzeren Gordijn staat niet meer tussen ideologieën en hoewel degenen in het conservatieve kamp die het achterhoedegevecht tegen immigratie blijven leveren het daar graag zouden willen optrekken, al helemaal niet meer tussen mensen met een andere religie – of andere roots.

De samenwerking van een politicus als Macron met progressieven uit vroeger met elkaar op leven en dood concurrerende Franse partijen, laat niet alleen zien dat hij wel begrijpt dat echte progressieven niet meer in partijen georganiseerd willen zijn maar ook dat ze kosmopolitisch zijn; doordat ze niet dezelfde afkomst of overtuigingen hoeven te delen maar vooral een gemeenschappelijk streven om vooruit te gaan.

‘Sociaal liberaal’ Macron heeft een ‘conservatieve’ president aangesteld, die overigens ex-lid van de Parti Socialiste is, dezelfde partij als waar Macron tot voor enige tijd geleden lid van was en zelfs minister van Economie, Industrie en Digitalisering voor was onder Hollande. Wat de twee vooruitstrevende individuen Macron en Philippe bijvoorbeeld delen is de liefde voor een ander vooruitstrevend individu; sociaal democraat Rocard, van la ‘deuxième gauche‘.

Ondanks de oppervlakkige schijn, doordat beiden binnen een andere van de twee grote partijen van Frankrijk hun bestuursfuncties bekleedden, kan die schijn niet verhullen dat de partij van een bestuurder er niet meer toe doet, maar alleen nog het gezamenlijke progressieve streven.

Minister van Sport en voormalig schermkampioene Laura Flessel

En ook de keus van Macron voor de overige ministers spreekt boekdelen: ik denk dat we wel kunnen zeggen dat de meest vooruitstrevende regering van Europa is aangetreden in Frankrijk. Een regering met de prachtige voormalig schermkampioene Laura Flessel als minister van sport, ecoloog Nicolas Hulot als minister van milieu en ‘links-radicaal’ Jacques Mézard als minister van landbouw. En de lijst is langer.

Welkom in de 21-ste eeuw.

Links en rechts zijn passe, alleen progressief en conservatief voldoen nog om verschillen in politieke opvattingen van individuen te beschrijven. De oude partij-democratieën in Europa zullen dan ook de komende decennia in rap tempo verdwijnen om plaats te maken voor een systeem dat vergelijkbaar is met het Amerikaanse systeem – maar dan beter; een nieuwe Europese droom, waarbij verbinding tussen het progressieve en het conservatieve kamp het sleutelwoord zal zijn.

De volledig achterhaalde roofkapitalisten a la Trump en Poetin, die belang hebben bij een nieuw IJzeren Gordijn tussen mensen met andere roots, zullen nu snel het onderspit delven. Hun hoop op het conserveren van het roofkapitalisme door nu in plaats van tussen ideologieën als communisme en kapitalisme een grens te trekken tussen mensen op basis van hun afkomst en dus vaak macht, om gelijke kansen en transparantie te voorkomen, zal ijdele hoop zijn.

In het progressieve kamp zowel als in het conservatieve kamp zal om die hoop van de roofkapitalist op achteruitgang voorgoed kansloos te maken nu eerst de xenofobie, die angst voor de immigrant, van onze rug af moeten worden geschud. Doen we dit niet omdat we gelijke kansen, vredelievendheid en transparantie belangrijk vinden, de reden waarom we het natuurlijk zouden moeten doen, laten we het dan doen voor onze economie, en nog liever om vooruit te komen, naar een samenleving die echte waarden weer waardeert.

Dus niet de eigen statische cultuur, of we die nu Joods-Christelijk of Frans noemen, maar een kosmopolitische cultuur; een cultuur die nodig is om aan kop te gaan in de wereld, en die ons helpt de vele culturen die de komende decennia Europa zullen blijven binnenstromen, goedschiks danwel kwaadschiks, positief in ons op te nemen; haar sterkere kanten te omarmen. Want, zoals wij weten: integratie hoort van twee kanten te komen – om samen iets van waarde op te kunnen bouwen.

Laten we uit alle culturen datgene overnemen wat ons aantoonbaar vooruit helpt, naar een kosmopolitische samenleving. Maar laten we ons daarbij ook bewust zijn van de angst van de xenofobe conservatieve fanatici in ons midden, de angst voor de Ander, en de gevaren die die angst teweeg kan brengen.

Omdat het nieuwe IJzeren Gordijn een niet bestaande landsgrens vormt voor xenofoben en nationalisten. Een landsgrens met zaken die juist daarom gedoemd zijn te verdwijnen: monoculturele nationalistische staten met xenofobe, fanatiek conservatieve bestuurders, die met hun populisme degenen in angst en verwarring naar hartelust gebruiken in het politieke spel om het eigen ego, zoals dat al eeuwen gedaan wordt door machtsbeluste politici.

Met hartverscheurende gevolgen, juist voor degenen die bang zijn en hopen op een beter leven dat hun gegeven zou kunnen worden door een ‘sterke leider’ in het zadel te helpen. Een leider die de enge Ander wel eens mores zal leren. En dus helpen sterke leiders altijd de zo belangrijke diversiteit om zeep. Diversiteit die de wil om vooruit te gaan creëert, als gevolg van de ermee samenhangende eeuwige zoektocht naar de waarheid, naar een betere cultuur, naar zelfinzicht en -ontwikkeling.

De ontwikkeling van de xenofobe volgers van de xenofobe populist begint met het maken van duidelijke keuzes voor degenen die in staat gesteld mogen worden om ons te besturen. Laten we eens beginnen te accepteren dat niet ieder individu geschikt is andere individuen te leiden. Daarvoor moet je om te beginnen vooruitstrevend zijn en gebroken hebben met het levensgevaarlijke neoliberalisme. Levensgevaarlijk, omdat het ook nu, net als in de aanloop naar WO2, de hartstochtelijke wens in zich koestert om het opkomende fanatiek xenofobe conservatisme in onze samenleving, oftewel de voorbode van het fascisme, te normaliseren.

Om te voorkomen dat de nihilistische aspecten van de West-Europese cultuur, het veel teveel op de Angelsaksische cultuur gefocuste neoliberale marktdenken, op welke manier dan ook de bange burger in een gevaarlijke staat van verwarring achterlaat door de halsstarrige weigering van het neerdrukkende systeem dat het neoliberalisme is, om vooruit te gaan naar een nieuwe Europese droom met vooruitstrevende waarden en bestuurders, zal de bij die nieuwe Europese droom horende nieuwe politiek een brug moeten slaan naar die bange burger, om te voorkomen dat hij in de greep van het populistische nationalisme en de xenofobie afdrijft. De bange burger zal duurzaam ontwikkeld moeten worden om die nieuwe Europese droom überhaupt te kunnen verwezenlijken.

Pas dan zullen we dat nieuwe Europa, zonder het alomtegenwoordige marktdenken, zien bloeien. Een Europa met een Avant-garde die het ondanks de Tweede Wereldoorlog weer aandurft openlijk onderscheid te maken tussen een goede en een minder goede cultuur, maar dan wel op een objectieve manier, zoals gezegd, door de goede aspecten van andere culturen in zich op te nemen. In de volle wetenschap dat ieder individu zijn eigen persoonlijke levensvisie, zijn eigen persoonlijke cultuur heeft. Alleen de noodzakelijke overkoepelende waarden, de waarden die de duurzame ontwikkeling van allen naderbij brengen – en blijvend verder stimuleren – zal door die Avant-garde verder ontwikkeld en met het goede voorbeeld uitgedragen moeten worden.

Maar ook het accepteren van het weggevallen onderscheid links-rechts, is belangrijk voor die nieuwe Europese droom, omdat in beide kampen de xenofoben, de dogmatici, de conservatieven, de neo- of ultraliberalen te vinden zijn. En we moeten in gaan zien dat er in beide kampen topapen voorkomen; de fanatici van de vrije markt, de roofkapitalisten a la Trump en Poetin.

Waneer we dit accepteren zullen we in Europa, net als overal elders in de wereld, zowel de conservatieve als de vooruitstrevende universele waarden beter kunnen definiëren en deze democratisch ontwikkelde waarden in beide kampen onophoudelijk kunnen blijven ontwikkelen, tot een steeds hoger niveau. Individuen zullen zich net als in het Frankrijk van Macron, nu eens in het ene dan weer in het andere kamp bevinden, afhankelijk van het onderwerp. En onze aangeboren wil tot waarheid zal ervoor zorgen dat, in de democratie van de toekomst, alleen de meest vooruitstrevende lange termijn besluiten nog genomen worden.

Het einde van het zo Nederlandse poldermodel is dus nabij, we zullen haar in stilte moeten begraven nadat we haar hebben bedankt voor bewezen diensten. Haar neiging om tegenstelling te overbruggen door een objectief gezien minder goede uitkomst te accepteren voldoet niet meer; we accepteren in dit informatie-tijdperk geen second best oplossingen. Na een sub-optimaal of openlijk dom besluit staat de objectief aantoonbaar betere keuze immers, voor de hele wereld zichtbaar, binnen no time op twitter – en andere social media.

Maar niet alleen de volgers van de xenofobe populisten lopen gevaar in verwarring te raken door die nieuwe Europese droom. Ook een deel van onze vooruitstrevende en conservatieve ‘intellectuelen’ zullen in verwarring raken van de Nieuwe Tijd die op punt van aanbreken staat; de tijd dat we weer durven geloven in een droom van gelijke kansen, transparantie en de wil tot waarheid, om ons vooruit te helpen.

Het breed gedeelde misverstand bijvoorbeeld dat je succesvol zou zijn als je omhoogvalt in het dominante neoliberale systeem zal ook voor hen de komende decennia pijnlijk duidelijk worden. Begrijpelijkerwijs is een leven lang in dienst van iets wat aantoonbaar slecht is een schok, iets waar je danig van in de war kunt raken.

Als de stofwolken zijn opgetrokken boven zowel degenen die op het verkeerde been gezet zijn door xenofobe conservatieve fanatici in media, politiek, overheid en bedrijfsleven, de populisten die we vroeger rechts noemden maar in feite net zo goed tot het ook niet meer bestaande linkse kamp behoren, als boven de zich intellectueel noemende en zich vooruitstrevend denkende, maar ondertussen de xenofobie en de stilstand legitimerende ‘elite’, dan is het maar te hopen dat er in de tussentijd een focus op zelfinzicht en zelfontwikkeling is ontstaan.

In plaats van op de veel eenvoudiger reactie: het afreageren van het eigen ongelijk op de zwakkeren in de samenleving, ten koste van de vooruitgang, ten faveure van de negatieve variant van chaos, en ter ere van het heilige eigen ego – en het eigen Gelijk.

De kern van het probleem dat intelligente, zichzelf vooruitstrevend denkende individuen er in Nederland niet in slagen voldoende tegenwicht te bieden tegen de door en door egoïstische, neoliberale conservatieven is juist dat misverstand, van succes, vaak gepaard gaande met het neoliberale marktdenken in kwantiteit, oppervlakkigheid en het buigen voor of toch op zijn minst het onvoldoende kritisch zijn op een inferieur systeem als het neoliberalisme, een systeem dat als geen ander systeem kwantiteit in plaats van kwaliteit waardeert door haar nihilisme van de winst als enig richtsnoer.

Je eigen integriteit en kwaliteit bewaken ten opzichte van een systeem is ook zorgen dat je niet verstrikt raakt in dat systeem, vaak zonder dat je het zelf doorhebt. Het is in de kern – jezelf ontwikkelen. Want loop je eigenlijk wel voorop, ben je eigenlijk wel de beste, als je omhoog valt in een inferieur systeem? Het antwoord is: vrijwel nooit.

Een hoge bankrekening zal echter nooit de voortreffelijkheid van je karakter naderbij brengen, en al helemaal niet als je de ambitie hebt om als bestuurder in de een of andere organisatie andere individuen te leiden. Daarvoor zul je simpelweg een koploper moeten zijn, iemand die durft te vertrouwen op zijn inzicht voor het verkrijgen van invloed en de macht om vooruitstrevende besluiten te nemen.

Dus, wanneer denken we dat Rutte het net als Macron zal aandurven om in zijn kabinet 50% vrouwen op te nemen, mensen van kleur en in het algemeen mensen met talent voor het besturen van andere individuen op een thema waar ze de beste in zijn, in plaats van hen als minister aan te stellen vanwege het simpele feit dat ze lid zijn van de een of andere politieke partij?

Wanneer zal een logische voorwaarde voor optimaal bestuur, gelijke kansen en transparantie, doorgevoerd worden door een Tweede Kamer met leden die juist door het ontbreken van gelijke kansen en transparantie in die kamer zijn beland? En dientengevolge noodgedwongen vooral afhankelijk zijn van het onophoudelijk samen met bevriende media uitbuiten van obsessieve verzinsels als het gevaar dat de roots van een individu zou vormen, en vele andere verzinsels?

Het antwoord is weinig hoopgevend. Nederland (lees: Nederlandse politici en bestuurders) zal als we niet uitkijken nog lang achter blijven lopen in Europa.

Maar… dat weerhoudt geen enkele burger van dit land zijn eigen Europese droom vorm te geven en te volgen!

De inmiddels mede dankzij de media door en door provinciale Nederlandse cultuur kan wel wat meer uitgesproken kosmopolieten gebruiken. Zodat we stoppen met alles wat afwijkt van wat we kennen als een kikkervisje in een jampot op de vensterbank te bekijken, in de continue volle zon, om alles goed in de gaten te kunnen houden.

Want nee, moslims, immigranten, vooruitstrevenden, vooruitgang, de eigen financiële zorgen, het eigen ongeluk, de eigen angst, het gaat allemaal niet weg als we onszelf opsluiten en conserveren door te gaan navelstaren naar onze joods-christelijke Zwarte Piet-cultuur. Onze xenofobie wordt warmer, gaat broeien en kwaakt op een gegeven moment zo hard als een lelijke kikker, waarna we vervolgens zelf roemloos ten onder gaan, net als het kikkervisje dat ooit zo lief, veilig en leuk leek – in die jampot in de zon.

Laten we afsluiten met de oproep om die nieuwe Europese droom nu samen met alle vooruitstrevenden en degenen die vooruitstrevend willen worden vorm te gaan geven, of ze zich (op dit moment) nu in het conservatieve of in het progressieve kamp bevinden.

Draag die droom uit en ontwikkel haar – zodat we niet als dat kikkervisje in de zon eindigen. Het is tijd om op te staan en voorop te lopen naar een Europese droom van gelijke kansen en transparantie, van op inzicht gebaseerde invloed in plaats van op macht gebaseerde visie, van het selecteren van individuen voor bestuursfuncties op basis van hun talent om voorop te lopen, het richting geven aan andere individuen in plaats van hen te selecteren op basis van hun lidmaatschap van de een of andere politieke partij, het is tijd om de achterhaalde links-rechts indeling in te ruilen voor een onderscheid in progressieve en conservatieve keuzes – zonder individuen voor altijd op te sluiten in het ene of het andere hokje.

Maar het is ook tijd om ons na de oorlog zo nuttig gebleken poldermodel nu eindelijk te begraven en te kiezen voor verbinding door optimalisatie, voor kwaliteit, door onszelf niet meer af te laten schepen met second best om de lieve vrede te bewaren; door elkaar niet teveel te bekritiseren.

Het is tijd om ons te ontdoen van het neerdrukkende Angelsaksisch georiënteerde neoliberale systeem van kwantiteit in plaats van kwaliteit. Dat ondanks de schijn van kosmopolitisme in alles provinciaals en kleinburgerlijk is.

Het is, kortom, tijd voor vooruitstrevende kosmopolitische individuen en bestuurders in overheid, politiek, media en bedrijfsleven. Individuen die een nieuwe gezamenlijke Europese droom uitdragen zoals de regering Macron dat in Frankrijk ons voordoet.

Dus hopsakee, aan het werk Nederland; en Marche !