De landbouw van de toekomst

Ik heb sinds lange tijd weer eens een aandeel gekocht. Deze keer een zogenaamd ‘oogst-aandeel’; vanaf nu komt mijn groente en fruit alleen nog maar van de biologische boerderij om de hoek (land en boschzigt, de oudste biologisch dynamische tuinderij van Nederland).

Zelf te oogsten, dus vanmorgen ben ik er maar eens naartoe gefietst, met een kind voor- en een kind achterop. Met mijn fiets en mijn handen heb ik vanmorgen de tussenhandel even helemaal uitgeschakeld, net als de oliehandel, want er hoefde geen machine over het land om mijn groentes te oogsten – dat deed ik zelf, met de hulp van twee kinderen.

Heerlijk vers voedsel, ieder seizoen, iedere maand, iedere week iets anders, aangepast aan de natuur – en dus aan de behoeftes van de mens. Dat betekent in mei onder meer raapstelen; boordevol ijzer, vitamine C en foliumzuur. Maar ook rabarber, waarvan de steel pariëtine bevat, een stof die tumorgroei remt. En de paksoi die ik voor het eerst zelf oogstte heeft, net als alle koolsoorten, ook een kanker-remmende werking; dankzij de glucosinolaten in de plant.

Maar dat is nog niet alles. Met deze aankoop van vers, biologisch voedsel van de tuinderij om de hoek geef ik boer Sijmen de kans zich toe te leggen op iets waar hij goed in is, en waar hij energie van krijgt, en wat steeds meer in de verdrukking raakt in de traditionele landbouw: kwalitatief goed voedsel.

De gangbare landbouw, vaak verenigd in coöperaties als de LTO, die niet alleen gezamenlijk voor de belangen van de groep opkomen maar ook gezamenlijk in- en verkopen, of bij die in- en verkoop een grote vinger in de pap hebben door hun advies, hun kennis en hun netwerk. Een netwerk dat bestaat uit het bedrijfsleven (Bayer, Monsanto, de medicijnenindustrie, maar ook de olie-industrie), de overheid en universiteiten zoals de Wageningen Universiteit, die – met de Mantra dat Nederland de wereld zou moeten voeden – een nogal dubieuze rol speelt.

Door ons poldermodel zijn wij in een paar dingen heel goed geworden; we zijn ons gaan specialiseren. Onder andere in framing, toonhoogte en ons neerleggen bij suboptimale oplossingen. Dit alles hebben wij geleerd om onze eigen suboptimale ideeën zo goed mogelijk te kunnen verkopen, in Nederland handelsland. Idealiter met een volledig wetenschappelijk verantwoord onderzoek – vol verwijzingen naar de ‘juiste’ wetenschappers dus – maken we vervolgens goedgemutst en masse…de verkeerde keuzes. Door het frame dat wij de wereld zouden moeten voeden legt een heel land zich neer bij een vorm van landbouw die alle leven wil vernietigen. En ondertussen klinkt er geen onvertogen woord. Tot vandaag.

Dat we in Nederland dankzij het poldermodel hebben gekozen voor roofbouw in plaats van landbouw is eigenlijk nog best knap. Meestal maken we helemaal geen keuze, uit angst het zo geliefde poldermodel, de heilige verbinding met de Ander, te verliezen.

Een mooi voorbeeld van zo’n vanwege gevoeligheden nog steeds niet gemaakte keuze, is de keuze voor biologische landbouw, net als het vrijwel volledig ontbreken van focus van de overheid op zogenaamde nutricijnen, en de bijbehorende preventie in de zorg. Nutricijnen zijn namelijk geneesmiddelen die gratis zijn, er valt geen geld aan te verdienen door het systeem, omdat ze in goed en zorgvuldig uitgebalanceerd voedsel zitten.

Maar dat past niet in het frame, in de verbinding, wat zeg ik, in de verstrengeling van overheid, agribusiness en medicijnenlobby. Wat daarbij het bestaande achterhaalde systeem enorm helpt is het grote aantal mensen dat eten nog slechts ziet als genotmiddel om energie door te verkrijgen – in plaats van als gezonde bron van leven. En het is voor het systeem van het grootste belang om een zo groot mogelijk aantal mensen in deze staat van willoos slachtoffer te houden. Vandaar dat ook dit systeem vooral bezig is zichzelf te consolideren, door individuen te indoctrineren en neer te drukken.

De reden waarom de LTO, de overheid, de agrarische industrie, de chemische industrie en zelfs de zorg nooit voor biologische landbouw zal pleiten is heel eenvoudig: al die miljarden kilo’s roundup ready soja die door hun toedoen of met hun medeweten zijn geïmporteerd als voer voor onze veel te grote veestapel, al dat gif zoals bijvoorbeeld glyfosaat dat is gebruikt op onze gewassen, met alle – inmiddels algemeen aanvaarde – gezondheidsschade van dien, hier en in de landen van herkomst, het zal nooit uit te leggen zijn.

Het is een totaal gestoord systeem – dat naast grote indirecte gezondheidsschade, veroorzaakt door het vergiftigen van water, lucht, aarde, ons voedsel en het vernietigen van ecosystemen, ook zorgt voor werkgelegenheid voor tienduizenden mensen – en enorme winsten voor de agribusiness, de chemische- en olie-industrie.

In plaats van de patiënt te genezen door te stoppen met het toedienen van gif, worden er dan ook telkens nieuwe soorten gif op haar toegepast. Als het ene gif toch teveel gezondheidsschade tot gevolg had, wordt er weer een nieuw gif ontwikkeld. En die patiënt is niet alleen de echte patiënt in ons achterhaalde neoliberale zorgsysteem, maar ook de landbouw, in hetzelfde achterhaalde systeem, dat we dan ‘agribusiness’ noemen.

De schoorsteen moet ongestoord roken, dus verandering is veel te gevaarlijk. Terwijl er natuurlijk minstens zoveel mensen in de landbouw inclusief de toeleverende en verwerkende industrie zouden kunnen werken wanneer de focus op kwaliteit, op gifvrij, op biologisch zou zijn, houdt de status quo ons met behulp van het poldermodel zeer effectief tegen.

Het systeem van wereldhandel en marktdenken dat ervoor zorgde dat Nederlandse boeren, opgejaagd door technische ‘innovaties’ die niet duurzaam waren omdat ze alleen kwantiteit en winst voor de intermediairs ipv winst voor boeren en consumenten najoegen, hun voer anno 2017 nog steeds vaak zo goedkoop mogelijk inkopen in Brazilië om vervolgens het vlees met zoveel mogelijk winst te kunnen verkopen in China, is een vorm van roofkapitalisme die zijn weerga niet kent in de geschiedenis.

De agribusiness is samen met de voedselverwerkende industrie en passant verantwoordelijk voor het verdwijnen van unieke natuur (tropisch regenwoud en savannes in Zuid Amerika en Azië) en voor landbouw en veeteelt die niet nodig zouden zijn geweest als we anders hadden durven denken. Over minder en biologisch vlees bijvoorbeeld.

En wat was ondertussen het enige dat een kennisinstituut als Wageningen Universiteit eind jaren ’90, begin 2000 kon bedenken over biologisch voedsel? Dat het hetzelfde zou zijn als geloven in kaboutertjes; om zo snel mogelijk de toen nog prille vakgroep biologische landbouw, nota bene onder het mom van de ratio, de nek om te kunnen draaien.

Wageningen Universiteit is net zo gecompromitteerd als de rest van de agribusiness en zal zichzelf vrijwillig in het gezicht slaan als ze opeens openlijk gaat pleiten voor biologische landbouw – terwijl ze jarenlang de boeren heeft wijs gemaakt dat alleen innovaties ten behoeve van nog meer kwantiteit de moeite waard waren.

De Wageningse mantra dat we in Nederland de wereld zouden moeten voeden lijkt oppervlakkig gezien misschien een duurzame of sociale boodschap: het is niets minder dan het herhalen van de mantra-van-de-markt, enkel bedoeld om gevestigde belangen veilig te stellen.

Een mantra waardoor met het loslaten van de melkquota door Rutte 2 niet alleen de mest-belasting van het Nederlandse grond-en oppervlaktewater tot grote hoogtes is gestegen, waarvoor Nederland dan doodleuk in Brussel weer vrijstelling krijgt, maar waardoor de melkprijs ook dramatisch gedaald is.

Tot een niveau waardoor in Frankrijk kleinere melkveehouders ondanks dag in dag uit keihard ploeteren voor hun gezin, nauwelijks het hoofd boven water kunnen houden. Met als voorlopig eindresultaat: een gemiddelde van twee suïcides per dag onder Franse melkveehouders.

Hieruit blijkt maar weer eens dat de zo noodzakelijke Europese droom een droom van kannibalisme wordt als we er niet in slagen sociale en economische harmonisaties door te voeren, met een duidelijke focus op kwaliteit in plaats van geld.

Aan het ultra liberale, niet biologische systeem zal de overheid zelf, laat staan de internationale agribusiness, echter nooit een eind maken, het is een zichzelf eeuwig door schulden in geld en geweten verder omlaagdraaiende, diabolische tombola van winst, ego en afbraak.

De enigen die hier wel iets tegen kunnen doen zijn wijzelf. Lokaal geproduceerd biologisch voedsel door een nieuwe samenwerking tussen consumenten en landbouwers, een samenwerking die de tussenhandel zoveel mogelijk uitsluit.

Voor onze gezondheid en de natuur moeten we weer onze eigen boontjes doppen – we moeten het helemaal zelf rooien: door de landbouwer in staat te stellen weer kwaliteit te leveren.

Geef mij dan maar mijn eigen oplossing; een dag in de week een gezellig dagje uit in de natuur, om mijn kinderen te leren hoe en in welke jaargetijden onze groentes en fruit groeien, samen nadenken over de vraag welke invloed de maan heeft op gewassen, hoe de plant eruit ziet waar we spinazie van maken, of hoe we rabarber oogsten.

Maar ook welke bloemen er eigenlijk groeien op een gezonde grond, welke prachtige insecten er eigenlijk op onze groentes en fruit horen te leven (wel even goed wassen na het oogsten), kortom: welke wonderen de kosmos en de aarde met het leven daarop ons schenkt.

Maar niet onbelangrijk, mijn kinderen leren ook meteen dat door te durven kiezen voor een dergelijke microstructuur van de tuinderij om de hoek het grotere systeem vrij eenvoudig te verslaan is. Door dieper na te denken over je keuzes, en zorgvuldiger te kiezen voor meer kwaliteit van leven; voor de boer, voor jou en je naasten en, in het geval van gifvrij voedsel, voor de aarde.

Deze vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid, door niet de gemakkelijkste weg te kiezen met het kopen van producten die van over de hele wereld worden aangevoerd, of met chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest worden grootgebracht op mega-akkers, de zogenaamde akkerwoestijnen met monoculturen, is een pact dat je sluit met de landbouwer in de directe omgeving van je huis, liefst op fietsafstand.

Niet alleen om kwalitatief en betaalbaar voedsel te krijgen, maar ook om de wereld voor jezelf en de landbouwer een beetje mooier, gezonder, uitdagender en draaglijker te maken. Waardoor we bovendien onze kinderen beter kunnen opvoeden in onze eigen persoonlijke filosofie van de natuur.

En al die mensen die wijzen op het feit dat de hoeveelheid gifresten op ons voedsel verwaarloosbaar klein is beseffen niet dat degenen die de grootste gevaren lopen door al dat gif… naast de aarde en alles wat daarop leeft, vooral de boeren zelf zijn.

Maar los daarvan: een hoeveelheid gif op je voedsel die ‘binnen de norm’ is volgens de Voedsel en Waren Autoriteit, waarom accepteren we dat eigenlijk? Welke norm voor gifresten vinden wij dan acceptabel als we onszelf en onze kinderen eten geven? Willen we echt, ook maar de geringste hoeveelheid, gif binnenkrijgen? En vinden we het geen probleem als degenen die dag in dag uit voor ons voedsel moeten ploeteren, genetische afwijkingen en tumoren krijgen door het onnodige gebruik van enorme hoeveelheden gifstoffen als glyfosaat?

Want de bewijzen voor de effecten op de gezondheid van een product als glyfosaat zijn groot en overvloedig. De enorme winsten die met de agribusiness worden gemaakt, de tienduizenden arbeidsplaatsen die er in de agribusiness inclusief de ermee samenhangende chemische industrie mee gemoeid zijn, de overheid, de belangenclubs; de koepels van coöperaties, alles werkt mee om deze ongemakkelijke waarheid te bagataliseren – of zelfs glashard te ontkennen – en de bewijzen te verdoezelen.

Maar ook zonder bewijs zouden wij al voldoende moeten weten: wij die niet van plan zijn de aarde of onszelf te vernietigen: wanneer je voedsel eet dat met gif is grootgebracht, gif dat gemaakt is om leven te doden, dan doodt je jezelf, vrijwillig. We hebben de burgeroorlogen in Europa nagenoeg uitgebannen; de volgende stap zal zijn het uitbannen van de langzame maar nog veel te snelle dood door het eten van te veel, te vet, en met gif geproduceerd voedsel.

Je eigen tuintje op fietsbare afstand om de hoek is de enige manier voor landbouwers en consumenten om uit het systeem van steeds meer voor steeds minder te ontsnappen: door burgers die hun met liefde in plaats van met gif geproduceerde groente en fruit kopen. Het is niet alleen de echte oplossing voor het wereldvoedselprobleem, maar ook voor het probleem van een neoliberaal systeem dat ons, in weerwil van allerhande wetenschappelijke bewijs, ter ere van de winst uit alle macht wil doen geloven dat het gebruik van gif op voedsel ok is.

Als de gifsoort maar onderzocht is door de Wageningen Universiteit en toegelaten door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen (Ctgb) – dat een onderdeel is van diezelfde Wageningen Universiteit.

Tja. Hoe dom denkt het systeem eigenlijk dat wij zijn?

Nog een paar dagen en ik oogst weer mijn eigen groente en fruit, voor een nieuwe week, vol kwaliteit – en lekker eten.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *