Inspiratie voor de Avant-garde

Bladerend door een bestuursblaadje wemelt het van de foto’s van veel te grote groepen mensen die luisteren naar een oninteressante spreker. Vaak zijn het sprekers die iets vertellen over een betere administratie van onbelangrijke zaken, betere sturingsmodellen en KPI’s voor dingen die een organisatie niet vooruit helpen of een betere data-analyse om appels met peren te kunnen vergelijken. Suboptimale afspraken in de suboptimale systemen die veel grote organisaties zijn zorgen eerder voor werkverschaffing van de meerderheid dan voor inspiratie van de minderheid, de Avant-garde; koplopers die de organisatie vooruit kunnen helpen dankzij hun visie, inzicht en lef.

Dè uitdaging voor de meeste grote organisaties van vandaag is dan ook het zorgen voor inspirerende verhalen voor die Avant-garde. De neiging om een verhaal te vertellen wat de meerderheid van de werknemers inspireert (dat wil zeggen aanspreekt op de eigen verworvenheden of vaak egoïstische wensen) is echter een hardnekkige natuurlijke neiging. Terwijl die meerderheid van de mensen minder goed dan de Avant-garde in staat is zichzelf of de organisatie vooruit te helpen; omdat men wat meer moeite heeft zich open te stellen voor de zo noodzakelijke ontwikkeling, van zichzelf.

Dat is de reden dat er vooral saaie verhalen vertelt worden. En dankzij het internet en het samenvoegen van organisaties tot steeds grotere eenheden, worden die saaie verhalen aan steeds grotere groepen verteld. En foto’s ervan worden vaak ook nog eens buitengewoon trots rond getweet, zeker als de bijeenkomst in het teken stond van een van de hedendaagse zogenaamd heel goede ‘want disruptieve’ maar teveel mainstream onderwerpen. Kijk eens ik was erbij en behoor dus tot de koplopers. Welnee, om daarbij te horen moet je buitengewoon selectief zijn in het bijwonen van populaire bijeenkomsten over actuele thema’s. Als je ze überhaupt al moet bijwonen. Niets zo veranderlijk immers als actuele thema’s, en een echt lid van de Avant-garde heeft een stabiele, originele en eigen lijn nodig om de vooruitstrevende weg naar de toekomst af te kunnen leggen.

De meerderheid bezweert echter met het vertrouwde saaie verhaal, dat die meerderheid de heel prettige illusie geeft dat men goed bezig is, de voor de conservatieve medemens natuurlijke angst voor vernieuwing. Zo consolideert men het eigen werk, de eigen status, ‘dat wat men altijd al zo gedaan heeft’ oftewel bestaande zaken. Maar begrijp me niet verkeerd; daar is niets mis mee – het is een volstrekt begrijpelijk, want natuurlijk proces. Maar voor vernieuwing; vooruitgang naar een hoger plan van de plaatselijke cultuur of beschaving, is het funest als de middelmaat de toon aan gaat geven, het ritme bepaald en de melodie mag uitkiezen. Iets wat in vrijwel alle op suboptimale democratische gedachten gebaseerde organisaties van individuen gebeurt. In al deze organisaties is het dan ook tijd om te gaan erkennen dat voor iedere verzameling van individuen geldt dat die alleen duurzaam is als de natuurlijke leiders (degenen dus met invloed in plaats van de door kunstmatige systemen en afspraken gerealiseerde macht) die groep op inspirerende – en dus vernieuwende – wijze vertellen waar het heen moet met de wereld in het groot en de organisatie van individuen in het klein, waarom het daarheen moet en hoe alle individuen in de groep dat nieuwe doel gaan bereiken. Dat zal een klein groepje mensen inspireren en de rest opwekken: tot anders denken.

Anders denken; het sleutelwoord voor succesvolle ideeën, individuen en organisaties. Door anders dan voorheen te denken, anders dan veilig, zonder al teveel risico voor je was, en binnen die andere denkwijze vooral te zoeken naar de verbeterpunten voor jezelf, in plaats van voor anderen of de organisatie, ook als je van nature helemaal niet zo van verbetering houdt, creëer je de zo noodzakelijke energie voor jezelf, voor wat je doet en, vooral, voor het waarom van wat je doet.

Zingeving, zelfreflectie en zelf vervulling, drie eerste zetjes die we nodig hebben om vooruit te gaan. Want blijf je, om de meerderheid tevreden te stellen, met saaie, vaak nageaapte verhalen open deuren open doen dan help je ook iemand die van nature minder voorop loopt naar nieuwe doelen natuurlijk niet echt. Je zorgt slechts voor tijdelijk comfort die de voor betreffend individu noodzakelijke verandering weliswaar uitstelt, maar des te schokkender, verwoestender en moeilijker te verwerken maakt wanneer die zich, onvermijdelijk, uiteindelijk wel aandient.

Nee, de fanatiek conservatieve individuen moeten als geen andere mensen geprikkeld worden om hun wordende talenten aan te spreken, in een noodzakelijke nieuwe toekomst, om überhaupt te kunnen overleven, in die toekomst. Iemand die niet vooruit wil zal dat dus uiteindelijk toch wel moeten om mee te kunnen gaan in de evolutie die ieder individu en iedere organisatie continu doormaakt om up to date te blijven; om de juiste energie richting zichzelf te kanaliseren doordat de evolutie het beschavingsniveau van de kudde op een hoger plan heeft gebracht dankzij haar wapen logische verbetering in haar tendens naar het objectieve optimum van een bepaalde plek en een bepaald moment in de tijd.

Iemand die niet vooruit schijnt te willen kent zichzelf dan ook eigenlijk gewoon niet zo goed. Zo iemand denkt in feite alleen maar niet vooruit te willen. Andere dingen dan de ratio spelen op bepaalde terreinen gewoon een grotere rol in zijn denken. Omdat de persoon die met het verfrissende idee kwam, het logische verbeterpunt, hem niet aanstaat, omdat hij zelf dat idee had willen bedenken, of – voor de slimmeriken onder de conservatieven – omdat hij de relativiteit van logische verbeterpunten te goed inziet. Maar niet te onderschatten vaak speelt de begrijpelijke loyaliteit jegens het kunstmatige systeem van de organisatie een grote rol in het afwijzen van de logische verbeterpunten die door de Avant-garde worden aangedragen. Wie is zij om te bepalen dat we die kant op moeten?

Vooruitgang is juist daarom vooral een durven kiezen voor op inzicht gebaseerde invloed in plaats van voor op macht gebaseerde ‘visie’.

Maar laten we nooit vergeten dat als dit soort irrationele, gevoelsmatige overwegingen geen rol zouden spelen bij een groot deel van de wat meer volgzame individuen in organisaties, wij theoretisch gezien binnen de kortste keren een slechts nog rationeel ambtenaren apparaat kunnen hebben dat de treinen spreekwoordelijk weer laat rijden. De politieke constellatie hoeft maar om te buigen naar een partij als de PVV die de nieuwe zondebok, de moslim, op de voor de xenofobe conservatieve fanaticus gebruikelijke en eeuwenoude manier, in de juiste hoek weet te manoeuvreren. Geholpen door armoede als gevolg van een stilstaande status quo met haar onbereikbare bastions van het ‘goede’ leven en, soms ook, (staats)geweld staan de neuzen dan heel snel weer dezelfde maar verkeerde kant op.

Doorgeslagen rationeel denken is de voorbode van het nihilisme. De mens heeft, de juiste, inspiratie nodig.

Gelukkig wordt het mijns inziens niet spannender dan de constatering dat een (fanatiek) conservatief individu in de veiligheid van het midden van de kudde graag op een hem of haar bekende manier mee hobbelt naar de nieuwe noodzakelijke situatie. De nieuwe status quo dus. Die aangegeven wordt door de Avant-garde onder de Homo Sapiens; de Homo Universalis. (Voor de volledigheid: een echte Avant-garde zorgt uiteraard wel dat die status quo en het bijbehorende bastion van Avant Gardisten direct wijzigt, vernieuwt, als aantoonbaar betere individuen zich aandienen.)

Maar een status quo is natuurlijk vaak hardnekkig. Vooral de grotere organisaties, door hun omvang zo nauw gelinkt aan de politiek van het eigen ego, de eigen machtspositie en de status quo, hebben de democratische neiging het de stilstaande werknemer (te) gerieflijk te maken. De kudde hoeft immers niet zo nodig verder te zoeken naar grazige weilanden; het toppunt van de macht, onderdeel worden van de status quo, is immers al bereikt. Een vast contract, eventueel de bijbehorende gouden kettingen zijn de beloning voor zijn buigen voor de macht, voor de kunstmatige en dus suboptimale systemen, begrippen en aannames. De ‘staat van dienst’ of de geschikte wijze waarop betreffende persoon ‘zo sociaal’ opereert in het betreffende netwerk zijn de foutieve redenen om die persoon niet aan te spreken op zijn stilstand. Panta Rhei, alles stroomt. Of zou dat althans moeten doen. Want iemand moet weliswaar zichzelf kunnen blijven, of worden, mensen die weigeren vooruit te gaan, anderen tegenwerken die vooruit willen gaan of in het algemeen vaak onverbloemde haat koesteren tegen de logische verbeterpunten die niet op draagvlak van een bekende meerderheid kunnen rekenen, zijn de politieke dieren bij uitstek, de mensen dus die anderen lastigvallen omwille van de eigen machtswellust, oftewel anderen pesten. Iets dat niet alleen volgens de Arbowet verboden is, het is ook onnatuurlijk gedrag dat ontstaat uit angst voor het onbekende, vernieuwende en uit de drang de status quo ook te behouden als die niet bijdraagt aan vooruitgang van het individu. Zij zullen zichzelf dus moeten aanpassen. En hun kracht, het conservatisme, al dan niet van een meer of minder sociale variant, moeten inzetten op de momenten en plaatsen waar een organisatie daar, nu of in de toekomst, wel behoefte aan heeft. Mensen hiertoe inspireren, dat is een uitdaging die hoognodig opgepakt moet worden door de leidende figuren binnen grote organisaties en de samenleving als geheel. En dat kan alleen met een inspirerend verhaal voor de Avant-garde.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *