De zorg is een zieke markt geworden

Management door standaardisering, uniformering en het opknippen tot de verkeerde delen is een teken van gebrek aan talent voor leidinggeven. Het wordt vaak gedaan door luie mensen zonder visie en inzicht – en door politici.

Sinds kort ben ik gespreksleider van een gespreksgroep waaraan ook bejaarden deelnemen. Bejaarden die een bejaardentehuis niet meer in mogen omdat ze psychisch en lichamelijk niet ziek genoeg zijn volgens de nieuwe regels van de overheid, de WMO. Zogenaamd om kosten te besparen wordt in feite de onbewuste drang naar asociale omgangsvormen gecultiveerd met het maar weer eens herhalen van de mantra van de markt.

De geestelijk verzorger die vroeger deze gespreksgroep leidde mag dat nu niet meer doen; een groepsgesprek is volgens de nieuwe regels geen geestelijke verzorging meer, zeker niet als er ook mensen meedoen die niet onder betreffende geestelijke verzorging vallen. Mensen die in de buurt van het verzorgingstehuis in een aanleunwoning wonen bijvoorbeeld.

Het opknippen tot de verkeerde delen heeft ervoor gezorgd dat een integraal aspect van een beroep, het in een groepsgesprek bespreken van levensvragen, niet meer uitgeoefend kan worden met de ouderen die daar behoefte aan hebben. Wat wel goed en strikt geregeld is, is dat de oudjes ondertussen van de zorginstelling ter plekke per pin moeten betalen voor het bijwonen van de gespreksgroep, die overigens begeleid wordt door vrijwilligers. De nieuwe tijd is meedogenloos voor haar eigen en ons geheugen. Zij weet niets meer, wij proberen te vergeten.

Ook de medische wereld is verworden tot een enigszins chaotisch geheel. Door het alomtegenwoordige gebrek aan logisch verstand, visie en inzicht bij degenen die de besluiten nemen. Hoog tijd dus voor wat opbouwwerk. Gelukkig zal veel vanzelf gaan, omdat de Rationele Ecolutie objectieve besluiten voor verbetering zal afdwingen. Binnen afzienbare termijn zullen we bijvoorbeeld een cyclische beweging zien in de ouderenzorg. Al was het alleen maar zodat minder valide mensen degenen die hen uit bed komen halen weer mogen vragen dan ook van beneden de krant even mee te nemen en degenen die hen onder de douche komen zetten ook accepteren dat iemand liever niet meer doucht – maar wel graag naar de wc wil. Ook als dat niet past in de regels die, zonder zicht op de werkelijkheid, het werk van een verzorgende omschrijven. Oftewel in het algemeen zodat individuele patiënten weer de zorg krijgen die zij nodig hebben en niet de zorg die de verzorgende moet verlenen vanuit de verkeerde motieven; motieven die zaken efficiënter en dus uniformer en daarmee economischer moeten maken, in plaats van – objectief aantoonbaar – kwalitatief beter.

Ons sociale systeem en dus ook de gezondheidszorg wordt verziekt. Aan de basis van deze ziekte staat de westerse versie van democratie en economie, die niet leiders maar irrationele managers, bestuurders en politici aan het roer zet van een nihilistisch, neoliberaal systeem. Mensen die door gebrek aan leiderschap en zonder visie en inzicht weinig verder kunnen kijken dan het eigen ego. Achteruitgang is een keuze, en dit trio van talentloze machtswellustelingen kiest daar iedere keer weer zorgvuldig en zeer bewust voor. De mantra van de markt ondersteund hen hierbij volledig. Maar volledig ten onrechte.

Niet een sociaal netwerk, maar artsen, zorg-managers en vooral bestuurders en politici gaan heden ten dage sociale problemen te lijf, en wel met uniformering van een in de basis fout systeem dat vooral leidt tot het zo efficiënt en winstgevend mogelijk oplossen van problemen – in plaats van het voorkomen van problemen. Spil in dit foute systeem: de productie en verkoop van chemische preparaten die we medicijnen noemen. Terwijl artsen nog steeds op geen enkele manier kunnen bepalen wat de effecten zijn op ons interne ecosysteem van de vooral synthetische medicijnen die ze voorschrijven, worden ze meer dan ooit voorgeschreven. Het is een enorme business geworden, zonder dat iemand weet wat de effecten van het medicijn zijn op de rest van het lichaam.

Al zou met name het fanatiek conservatieve deel van de wetenschappers het maar al te graag willen, voor God spelen; sommige geheimen van moeder natuur kunnen wel ontrafeld, maar niet ‘opgelost’ worden. Wel bewonderd; vanwege haar verleden, heden en toekomst en haar objectief aantoonbare mogelijkheden voor vooruitgang. Aangemoedigd door wetenschap en bedrijfsleven blijven artsen desondanks veel te veel en vaak de verkeerde, synthetische, medicijnen voorschrijven. De gevolgen zijn onduidelijk voor de gezondheid, maar overduidelijk voor de gezondheidszorg. Niet alleen de kosten daarvan rijzen de pan uit, ook het aantal zieke mensen. De vergrijzing vormt voor politici, bestuurders en zorgmanagers een welkom rookgordijn van cijfers, maar ondanks dat zijn we echt niet steeds minder gezond doordat de baby-boom generatie en hun ouders ouder worden. Dat is een misverstand dat ontstaat door denken in kwantiteit in plaats van in kwaliteit.

Ziek worden en beter maken heeft weinig te maken met leeftijd als wel met gezond leven en dus preventie. En dat laatste is, hoewel de wetenschappelijke bewijzen zeer overdadig aanwezig zijn (1), niet interessant. We blijven de meest vieze en objectief aantoonbaar ongezonde dingen eten, drinken, roken en anderszins gebruiken. Tegen de vaak onbewuste menselijke drang tot zelfdestructie lijkt geen medicijn opgewassen.

Uiteraard is er dan ook in de gezondheidszorg een zeer perverse prikkel, de olifant in de kamer die niemand zegt te zien. Hoe meer mensen ziek zijn, hoe meer degenen die werken in de gezondheidszorg natuurlijk verdienen! Zelfs de verzekeraar, die dankzij de mantra van de markt inmiddels zonder daar de benodigde vorm van ambitie voor preventie en terugdringen van het gebruik van (niet-natuurlijke) medicijnen bij te hebben, namelijk met uitsluitend economische motieven als leidraad, bepaald welke behandeling wel en welke niet vergoed wordt.

De wetenschap heeft over het algemeen geen benul welk symptoom het gevolg is van welk echte probleem, en artsen dus ook niet. Maar artsen volgen de wetenschap desondanks over het algemeen blindelings. Op het gevoel van de patiënt, eeuwenoude wijsheden en out of the box ideeën voor aanpak van de basis van het probleem; een ongezonde leefwijze, durven we nauwelijks te vertrouwen. Dieper nadenken en doorvragen wordt gezien als een teken van zwakte van de wetenschap zelf. Een zwakte die tijd en dus geld kost. Er zijn dus moeilijk te interpreteren symptomen maar ‘gelukkig’ duidelijke handboeken, regels en formats en natuurlijk de vele medicijnmerken van de grote farmaceutische bedrijven die na toelating door de overheid vooral passen bij het etiket dat de zorgverzekeraar patiënten opplakt.

De manier waarop omgegaan wordt met de ziekte van lyme is een treurig stemmend voorbeeld, maar hetzelfde gaat op voor andere ziektes, als ms en me. Er zijn symptomen, die per patiënt verschillen en die per patiënt en per probleem ook anders worden opgelost door het interne ecosysteem. Artsen hebben echter uniforme regels waardoor bij een foute analyse als je niet oplet allerhande, bijvoorbeeld reuma-, medicijnen worden toegepast op lyme tot dat de betreffende persoon op de rand van de afgrond toch noch een juiste diagnose krijgt door iemand die doorvraagt en dieper nadenkt over heden, verleden en toekomst van de patiënt. Mensen met ME of MS krijgen afhankelijk van het humeur van de behandelend arts een diagnose MS of ME, of helemaal geen diagnose en worden al dan niet volgestopt met medicijnen die voornamelijk het farmaceutische bedrijfsleven stimuleren, maar de gezondheid van de patiënt op zijn zachtst gezegd ‘niet bevorderen’. Maar gelukkig zijn de toegepaste synthetische medicijnen wel volledig wetenschappelijk onderzocht en toegelaten door de overheid. Dat scheelt wanneer iemand het waagt de beroepsvrijheid van de (‘toch wetenschappelijk opgeleide?’) arts ter discussie te stellen die ervoor zorgde dat u een willekeurige behandeling kreeg voor iets waar u niet aan leed.

Maar hoe ziet preventie er dan uit? Zo eenvoudig als gezond water, gezonde lucht, gezond voedsel gecombineerd met een gezonde, vrije geest en wat beweging zal het toch niet zijn? Natuurlijk wel. Van Aristoteles tot en met Nietzsche waren alle oude filosofen intensief bezig met het belang van gezonde voeding, schone lucht en zuiver water voor een zuivere geest en vice versa. De vaak arbitraire grenzen die in medische handboeken worden aangehouden voor de ene of de andere diagnose zijn voor niemand een oplossing, behalve voor de markt; de farmaceutische industrie, met ijzeren regels en wetten ondersteund door de overheid en overige delen van een overigens achterlijk systeem.

Heeft iemand een etiketje dan volgen de medicijnen vanzelf. Niet of ze passen bij het etiket, maar of ze passen in het systeem met kunstmatige medicijnen is belangrijk. Vandaar dat de homeopathie zo intensief wordt bejaagd door zowel commercie als overheid. De manier waarop de overheid de medicijnboeren aan uniforme regels onderwerpt, gaat niet op voor de homeopathie. Kwakzalvers zijn het, de mensen die niet wetenschappelijk kunnen aantonen dat iets werkt en ‘maar’ plantenextracten gebruiken om het herstellend vermogen van het lichaam zelf te benutten. Dat een medicijn op basis van planten soms al duizenden jaren in gebruik is met zichtbaar effect op de van toepassing zijnde aandoening is irrelevant – omdat het niet past in een relatief nieuw, uitermate bureaucratisch systeem van chemische bestrijdingsmiddelen die zonder blikken of blozen worden toegepast – op de mens zelf.

Desondanks heeft de preventie van kanker door interessant en out of the box wetenschappelijk onderzoek (1) geweldige stappen vooruit kunnen doen. De onderbouwing van de effecten van zogenaamde nutricijnen als geelwortel, groene thee, broccoli, noten, fruit enzovoort bij het voorkomen en bestrijden van beginnende vormen van kanker is indrukwekkend. Preventie wordt in de medische wetenschap door de grote gemene deler echter nogal ondergewaardeerd. Interessant om te onderzoeken of hierbij wellicht een verschil van inzicht in de maakbaarheid van mens en samenleving een rol speelt. Ik vermoed van wel, maar dat terzijde.

Het gros van de activiteiten van de reguliere geneeskunde is gericht op behandeling, van kanker en andere ziektes. Er is geen tijd (want geen geld) voor het allerbelangrijkste middel om de gezondheidszorg goedkoper te maken: door met een integrale blik te kijken naar oorzaken van ziektes en preventie. Terwijl preventie een veel interessantere tak van sport zou moeten zijn voor iedere medicus. Dat bevorderd immers de kwaliteit van leven optimaal, en wel aan het begin van het proces; als het lichaam nog niet ziek is. En misschien dat zelfs de grote voedingsreuzen met een duidelijker focus op preventie eindelijk eens aangepakt kunnen worden. Voedingsreuzen die maar door blijven gaan met ziekmakend voedsel te verkopen aan zoveel mogelijk mensen. De mantra van de markt en de kwantiteit is ten dode opgeschreven, maar wordt nog steeds verpleegd door de zieke aspecten van ons medische systeem.

Het kankerfonds collecteert al jaren voor meer geld voor onderzoek naar nog meer synthetische medicijnen. Als ze bij mij aan de deur komen zeg ik dat ik niet doneer omdat ik vind dat er te weinig met bestaande kennis over preventie wordt gedaan en teveel met nieuwe ‘innovaties’. De medische wetenschap is te intelligent om simpel te denken en heeft niet voor niets het wiel van de gezondheid opnieuw uitgevonden met dank aan de scheikunde en het vermogen steeds weer nieuwe synthetische stoffen te produceren. Die scheikunde moet benut worden zodat we op de heilige markt iedereen een beetje beter kunnen maken. Iedereen… behalve de patiënt. Innovatie is niet per definitie duurzame innovatie.

Zoals Nietzsche al zei: ga weg van de markt. Doe niet mee in een irrationeel systeem. Wordt gezond. Verbeter het systeem, het ecosysteem, jouw ecosysteem. In het groot en in het klein; respectievelijk de aarde, je eigen sociale netwerk en je eigen lichaam. Het juiste voedsel, schone lucht, schoon water en een sociaal netwerk met niveau ondersteunt de helende werking van lichaam en geest zèlf; en dat is de essentie van gezond worden.

Medicijnen kunnen niet genezen wanneer ze niet het lichaam (inclusief de geest) zelf aanzetten tot actie en dus rekening houden met het precaire evenwicht in je interne ecosysteem – en haar oerkracht. En dan nog moet die actie de juiste actie zijn. En welke actie nodig is, is niet eenvoudig te bepalen in het interne ecosysteem van de mens. Zonder toevoegingen gaat dat goed wanneer zowel geestelijk als lichamelijk het juiste voedsel wordt opgenomen, de juiste lucht wordt ingeademd, het juiste water wordt gedronken, etc. Ontstaan er afwijkingen dan zijn chemicaliën over het algemeen vooral onzekere metgezellen van Ziekte zelf.

Begrijp me niet verkeerd; er zijn medicijnen die onmisbaar zijn omdat ze mensenlevens redden, mensenlevens die door wat voor reden dan ook toevallig even niet sterk genoeg waren om bacteriën, virussen of tumoren zelf te kunnen aanpakken. Maar het merendeel van met name de synthetische medicijnen doet meer kwaad dan goed of rekt op zijn best een suboptimale situatie. Een situatie die eenvoudig voorkomen had kunnen worden met een goede objectieve visie op het voorkomen van ziekte, gevolgd door concrete daadkracht om ziekte dan ook te voorkomen.

Zoals de gemiddelde manager ervoor zorgt dat zijn medewerkers in een grote organisatie van alle toeval ontdaan zijn en zich bezighouden met het deelstukje van de verdeelde taart zodat precies duidelijk is wie waarop en wanneer afgerekend kan worden en hoe kan worden voorkomen dat mensen allround worden, zo zorgt de medische wetenschap dat er voor ieder ziekteverschijnsel een deeloplossing is die volledig wetenschappelijk onderzocht en onder controle is.

Natuurlijk is er ook veel literatuur te vinden over interactie van het ene medicijn met het andere, maar de interactie van het lichaam met haar eigen en lichaamsvreemde stoffen is wel te onderzoeken, maar lastig wetenschappelijk te objectiveren. Populatie-onderzoek biedt kansen maar is niet altijd eenvoudig. Al is het alleen maar omdat het veel mensen betreft die over meerdere jaren dienen te worden gevolgd, waarbij zij-effecten van het lokale ecosysteem moeten worden gecorrigeerd. Welhaast het moeilijkste van alles is nodig bij de analyse van dit soort onderzoek: logisch nadenken. Weten is meer dan meten.

Logisch nadenken helpt weliswaar enorm, het is voor de wetenschap vrij onbelangrijk – als het op die wijze nadenken niet wetenschappelijk onderbouwd is. Het moet wetenschappelijk onderbouwd, vrijwel onweersproken en liefst door grote farmacie-bedrijven ondersteund zijn voordat we medicijnen vaak als ware het voedsel gaan aanbieden. Hoe meer omzet hoe meer winst; voor de lobbyclubs in Brussel en de farmaceuten zelf.

Maar worden we ook gezonder? Is het niet beter sommige geheimen van de natuur maar even aan te nemen, en te laten rusten? Durven vertrouwen dat een paar miljoen jaar evolutie vast gezorgd zal hebben dat, indien de randvoorwaarden goed zijn, een lichaam inderdaad, en wel op een wonderbaarlijke manier, zelfhelend is, zoals iedere arts met passie voor zijn vak in plaats van zijn portemonnee u zal kunnen vertellen. Natuurlijk moet het lichaam soms geholpen worden – maar zeker niet door de markt.

Blijven we in de zorg doen wat we tot nu toe deden dan geven we toe aan de neoliberale machtswellust en bijbehorende controle-drang van de uniformeerders die we managers noemen en die net als de farmaceutische industrie maar 1 belang hebben: rijk worden van uw onvermogen integraal te denken en handelen.

Vertrouw dus op de natuur, uzelf en uw lichaam. En op een integraal en objectief denkende vakman, die ook uw arts of apotheker zou kunnen zijn.

 

1: Eten tegen kanker – de rol van voeding bij het ontstaan van kanker – Dr. Richard Beliveau, Dr. Denis Gingras