Duurzaamheid

DE vraag van vandaag is wat duurzaamheid eigenlijk is. Want duurzaamheid is inmiddels hot geworden. Gelukkig kun je er iedere definitie aan geven, omdat het een woord is wat voor meerdere uitleg vatbaar is. Mijn definitie zou zijn:

Een kans is duurzaam als de bijbehorende acties in een gegeven situatie het natuurlijk ecosysteem objectief aantoonbaar het meest optimaal verbeteren.

Duurzaamheid is per definitie integraal: omdat het betrekking heeft op het ecosysteem aarde, en dus op alles wat wij hier op aarde kennen. Dit betekent bijvoorbeeld dat duurzaamheid naast op ons milieu ook van toepassing is op sociaal, politiek en economisch gebied. Omdat de manier waarop wij de kansen voor duurzame ontwikkeling van deze onderwerpen hebben opgepakt, met al dan niet duurzame acties, effect heeft op het ecosysteem aarde.

Nu we een definitie hebben is het goed een aantal concrete voorbeelden te geven van duurzame kansen. We focussen hierbij op de stad en het omringende land (inclusief lucht, water en andere onderdelen van het plaatselijke ecosysteem) in plaats van op kunstmatige systemen en de daarvan afgeleide instrumenten of niet-integrale cijfermatige doelstellingen. Binnen deze afgeleiden van het natuurlijk ecosysteem focussen we weer op de te organiseren zaken. Dat betekent dat we ons bezighouden met duurzame individuen en de manier waarop ze binnen dat natuurlijk ecosysteem stad, land en individuen zo duurzaam mogelijk kunnen ontwikkelen.

Een duurzame stad heeft duurzame bestuurders: de koplopers.

Alle discussie over participatie ten spijt is het aantoonbaar zo dat er geboren leiders nodig zijn om de lijnen uit te zetten. Duurzame leiders die de intrinsieke behoefte voelen zich ook na hun geboorte duurzaam te blijven ontwikkelen. En zoals we eerder zagen, kan alleen de Avant-garde die duurzame leiders leveren. Dat die leiders burgers meer of minder betrekken bij hun keuzes door het gesprek over hun ideeën aan te gaan is evident. Maar het misverstand van deze tijd lijkt te zijn dat de burger zou moeten bepalen wat de bestuurder besluit. Een dergelijke bestuursvorm is echter nogal ondoordacht; ze leidt namelijk tot niets anders dan stilstand en achteruitgang. De mening van de meerderheid is vrijwel nooit de objectief aantoonbaar juiste basis voor het nemen van beslissingen. Reden zijn vaak de media en de haatpredikers: twee partijen die met demagogie een deel van het volk weten te misleiden in wat goed voor hen is. Vandaar dat we in ons sub-optimale democratische systeem hebben gekozen voor zogenaamde evenredige vertegenwoordiging. Of met andere woorden: een soort buffer tegen het misleide deel van de meerderheid.

Halen we die buffer weg zonder objectief aantoonbaar duurzame keuzes voor verbetering van ons democratisch systeem te maken dan leidt zo’n bestuursvorm tot een nihilistische maatschappij. Onze eigen neoliberale samenleving is zo langzamerhand een goed voorbeeld van zo’n nihilistische maatschappij aan het worden. Het besef van het belang van (het ontwikkelen van) duurzame waarden is inmiddels vrijwel volledig verdrongen door de behoudzucht van de status quo en het eigen ego. Er is dus niets duurzaams aan een maatschappij die de mening van de meerderheid als ijkmiddel gebruikt voor het nemen van besluiten, omdat daar het natuurlijk ecosysteem niet door verbeterd wordt.

Een geboren leider is altijd een koploper; iemand die voorop loopt dus. Leiden zonder voorop te lopen slaat immers nergens op. En dan hebben we het hier dus over voorop lopen bij de objectief aantoonbaar noodzakelijke vernieuwingen. Vernieuwingen dus die noodzakelijk zijn voor duurzame ontwikkeling. Dat zijn tegelijkertijd de vernieuwingen die onvermijdelijk plaats zullen vinden. Ze kunnen alleen tijdelijk tegengehouden worden – door bestuurders die geen koploper, en dus geen progressieve vernieuwer zijn. Het is dus veel meer de vraag hoe snel we vooruitgaan, dan of we vooruitgaan als individuen. Te snel, in de vorm van een revolutie, is niet goed; omdat dat voor chaos en geweld kan zorgen. Maar te langzaam is ook niet goed, omdat dat voor een sub-optimale maatschappij kan zorgen en dus voor individuen die neergedrukt worden door een sub-optimaal systeem.

Bestuurders die niet van nature voorop willen lopen passen slechts op de winkel van een kunstmatig en dus sub-optimaal systeem. Het zijn de eeuwige tussenpauzen, tot een betere situatie zich aandient. Maar de Rationele Ecolutie, de evolutie naar individuen die, met gevoelens als belangrijkste leidraad voor hun aangeboren talent en inzicht, alleen de ratio nog gebruiken om de objectief aantoonbaar juiste keuzes te maken, moet ons nu juist brengen van een maatschappij die in dat kunstmatige systeem het eigen ego en de mens en haar cultuur wil behouden door inferieure leiders in het zadel te houden, naar een duurzame maatschappij die ecosysteem aarde wil behouden en de mens en haar cultuur wil verbeteren. Kortom: de zichzelf verbeterende mens; de duurzame leider die vooroploopt naar de nieuwe, objectief gezien noodzakelijke, situatie is degene die een samenleving van individuen zou moeten besturen om deze optimaal duurzaam te laten ontwikkelen.

Van op macht gebaseerde visie naar op inzicht gebaseerde invloed. Een belangrijk onderdeel van de Rationele Ecolutie is het verbeteren van onze democratie, ons politieke systeem. Tot nu toe functioneerde dat altijd door op macht gebaseerde visies te verkopen aan zoveel mogelijk kiesgerechtigden. Een voorbeeld van de volledige controle van het neoliberalisme over de democratie: ook in de democratie zoals wij die nu kennen bepaalt de marktwerking wat goed is en wat niet. Net zoals de Hema goed draait als er voldoende worsten verkocht worden, draait een politieke partij als er voldoende leden zijn, en voldoende stemmen op de binnen de partij zelf overigens nauwelijks democratisch tot stand gekomen kieslijst.

Deze Jakobijnse vorm van democratie, ontstaan tijdens de Franse revolutie, loopt op haar laatste benen. De roep om vernieuwing schreeuwt ze inmiddels van de daken. En daarbij zijn referenda slechts een weinig duurzame teruggang naar een beginstadium van onze westerse democratie. Een beginstadium dat, aan het eind van de 18-de eeuw, gekenmerkt werd door vele tienduizenden mensen die op bevel van journalist (!) Jean-Paul Marat naar de guillotine werden afgevoerd. Al die doden waren nodig voor de Franse voorganger van onze westerse democratieën. Een voorganger die vooral een totalitaire vrijheidsideologie was – die bang was voor andersdenkenden. En die andersdenkenden werden met (sub-optimale) democratische middelen, zoals referenda onder de eigen aanhang, en aangevuurd door xenofobe conservatieve fanatici als Marat, meedogenloos vermoord. De Franse revolutie was in die zin de wegbereider van de neoliberale democratieën van vandaag, die immers overal in verre buitenlanden andersdenkenden vermoorden, maar ook van de democratisch gekozen, en door de journalistiek aangejaagde xenofobie aan de macht.

Maar wat moeten die duurzame bestuurders dan concreet willen, als we echt duurzaam willen zijn in stad en land?

Duurzame energie. 

De energiehuishouding moet slim en dynamisch zijn. Dat betekent dat het einddoel geschetst moet worden en de weg ernaartoe, ook wel de transitie-fase genoemd, moet helder beschreven zijn, zodat iedereen weet wat de toekomst is en hoe we daar komen. Dat het einddoel een stad moet zijn die energie levert in plaats van energie verbruikt is evident. Dat in die stad burgers zelfvoorzienend zijn door de meest optimale vormen van isolatie en energie-opwekking en -opslag, ook. Maar hiermee zeggen we dus ook dat off-grid nieuwbouw de toekomst is, oftewel gebouwen die losgekoppeld zijn van zowel het aardgas- als van het elektriciteitsnetwerk. Dat dat voor bestaande bouw en lopende nieuwbouwprojecten onhaalbaar is doet daar niets aan af. We slaan straks het kleine beetje door onszelf opgewekte energie natuurlijk op in een batterij en laten dat gedurende de dag vrijkomen voor onze dagelijkse behoefte. Auto’s worden straks allemaal zelf-ladend door in het dak geïntegreerde zonnepanelen. Een bedrijf als Sono Motors brengt in 2017 al het eerste, betaalbare, model op de markt. Energie wordt kortom volledig elektrisch in de toekomst. Fossiele energiebronnen zullen nu zeer snel verdwenen zijn. Benodigde plastics zullen biobased en waar mogelijk biodegradable zijn, natuurlijk nadat we eerst bespaard hebben op de situaties waarin we überhaupt producten van plastic nodig hebben.

En hoe worden die duurzame bestuurders dan gekozen?

Democratie. 

In de duurzame stad van de toekomst worden bestuurders gekozen uit alle burgers. Of die bestuurders nu eerst at random in een grote groep geselecteerd worden aan de hand van criteria voor duurzame ontwikkeling van zichzelf (visie, inzicht en lef) en de maatschappij (objectief aantoonbaar concrete genomen besluiten of bereikte duurzame resultaten) waarna ze zichzelf online voorstellen aan het publiek zodat iedereen aan de hand van een al dan niet goed verhaal op de aspirant bestuurder kan stemmen, of dat alle burgers zelf kans maken bestuurder te worden en alleen maar een goed verhaal online moeten plaatsen, het belangrijkste is dat gelijke kansen en transparantie samen met het internet ervoor zorgen dat alleen de objectief aantoonbaar besten naar boven komen drijven, en niet degenen die zich omhooggewerkt hebben door kleurloos, populistisch, of demagogisch te zijn. De machtswellust leidt tot niets in de politiek. Een goede duurzame bestuurder zit er niet voor zichzelf maar voor de burger en het ecosysteem aarde en wil beiden in de rol van bestuurder ontwikkelen omdat hij/zij daar het best voor in de wieg gelegd is en zichzelf daarvoor het best ontwikkeld heeft.

Vervolgens vind het stemmen op de zeer uitgebreide kandidatenlijst die open is voor zoveel mogelijk individuen, ondanks al het (conservatieve) geneuzel over privacy, online plaats via een beveiligde verbinding waarop is ingelogd vanaf een digid-achtig account. Tot zover een eerste schets van de meest logische details van de nabije toekomst voor onze democratie. En logica is iets belangrijks in die democratie van de toekomst. We moeten ons er namelijk bewust van zijn dat wanneer we de ratio toepassen op dit democratische systeem vooruitgang onvermijdelijk is voor dit systeem. Het is alleen de vraag hoe snel die vooruitgang plaatsvindt en of het systeem vooruitstrevend, vernieuwend blijft, door bestuurders die hun eigen weerstand creëren; om zichzelf en het systeem kritisch te bevragen, om haar te kunnen vernieuwen – met weer een nieuwe lichting aantoonbaar betere bestuurders. De democratie van de toekomst zal dus ook en vooral een dynamisch systeem moeten zijn.

Een duurzame democratie is een democratie zonder partijen, met uitsluitend onafhankelijke kandidaten. Een duurzame democratie is bovendien een democratie die een veiligheidsklep inbouwt voor het moment dat het systeem objectief gezien vernieuwd dient te worden omdat nieuwe inzichten ervoor zorgen dat het systeem duurzamer ontwikkeld kan worden. Op zo’n moment mag het niet meer kunnen gebeuren dat, zoals nu wel het geval is, de zittende bestuurders vernieuwingen, zoals de Rationele Ecolutie naar een partijloze democratie met onafhankelijke kandidaten, tegenhouden met argumenten die irrationeel en alleen bedoeld zijn om het eigen ego en de status quo te behouden. De partij-democratie zal volledig verdwijnen omdat ze een sub-optimaal onderdeel is van een democratie en we zullen in de nabije toekomst alleen nog onafhankelijke kandidaten hebben voor de positie van duurzame bestuurder, omdat een onafhankelijke kandidaat wel zonder last en ruggespraak de vooruitgang naar een objectief betere, duurzame wereld ter hand kan nemen.

Economie.

Alles wat geldt voor de democratie geldt ook voor grote zowel als kleine organisaties. Gelijke kansen voor iedereen en transparantie over wat je waarom doet, wat dat het bedrijf, de werknemer en de burger kost, waar de winst van de organisatie naartoe gaat en in welke verhoudingen naar welk doel, inclusief een transparant overzicht van alle salarissen, hoeveel er geleend wordt, waarvoor en van welke (duurzame) instelling.

Duurzame ontwikkeling.

Voor het onderwijs in de duurzame toekomst geldt dat duurzame opvoeding en continue duurzame ontwikkeling de basis zijn van alle verbetering. Ook binnen het onderwijs moet echt talent, van zowel student als docent herkend en erkend worden zodat ook hier weer de besten de andere individuen opvoeden en ontwikkelen. Daarbij geldt ook: behoud het goede en ontwikkel het slechte. Het is tijd om te stoppen het onderwijssysteem eens in de zoveel tijd volledig om te gooien. Echte keuzes voor de meest optimale onderwijs- en ontwikkel vormen en een keus voor de juiste doelen die daarbij horen zorgen er al voor dat de inferieure onderwijsvormen duidelijk worden, vanzelf kleiner zullen worden en uiteindelijk, dankzij de Rationele Ecolutie, geheel zullen verdwijnen.

Vrijheid.

Een echt duurzame bestuurder zorgt voor een zo groot mogelijke vrijheid voor iedere individuele mens; met alleen een grens aan die vrijheid wanneer die vrijheid een ander individu of de mogelijkheden voor duurzame ontwikkeling van een ander individu objectief gezien lastigvalt.

Het opheffen van neerdrukkende systemen.

Een echt duurzame bestuurder onderzoekt en gebruikt de mogelijkheden van het postanarchisme voor het verbeteren van de individuele vrijheid, door het opheffen van zoveel mogelijk onnodige neerdrukkende systemen en regels die de duurzame ontwikkeling van mens en maatschappij objectief gezien vertragen zonder daarmee voldoende voordelen te bieden voor die duurzame ontwikkeling.

Het instellen van de Laïcité.

Een duurzame bestuurder staat een strikte scheiding van kerk en staat voor, dat wil zeggen een scheiding van kerk en staat op de inhoud, en niet op de vorm. Iedereen is dus volledig vrij om zichzelf te kleden zoals hij of zij wil (daarmee val je namelijk niemand lastig in zijn of haar eigen vrijheid), maar religieuze uitingen, in woord of geschrift, mogen niet in openbare instanties te horen of te lezen zijn. Dus ook niet in de Tweede Kamer. Een openlijk Christelijk staatshoofd, zoals we die nu kennen, zal dan ook verdwijnen in de duurzame toekomst, net als Christelijke partijen. Bovendien moet ook de president of het staatshoofd op een transparante manier, met gelijke kansen voor iedereen, gekozen worden in plaats van door geboorte aangesteld te worden. De reden van dit alles is eenvoudig: mensen een boven-natuurlijke en dus onbereikbare want niet-bestaande God voor te houden is, samen met het geloof in een fantasieloos hiernamaals dat ons in de werkelijke, zeer relatieve, relevantie van ons bestaan doet berusten is in en in nihilistisch, zoals we eerder al zagen. Zonder scheiding van kerk en staat op bovenstaande wijze doet een bestuurder dus niet aan optimale duurzame ontwikkeling van individu en maatschappij maar behoudt ze een achterhaalde situatie die negatieve energie geeft aan individuen en hen daarmee lastigvalt en op zijn best doet stilstaan, als ze niet mee genomen worden in de achteruit van de haatpredikers onder de xenofobe conservatieve fanatici.

Het creëren van gelijke kansen voor ieder individu.

Mannen, vrouwen, mensen met verschillende religieuze of andere overtuigingen, mensen afkomstig uit verschillende gebieden of met roots in verschillende gebieden, mensen met een andere kleur of een andere, oudere leeftijd dienen door duurzame bestuurders gelijke kansen gegeven te worden. Dit betekent dat duurzame bestuurders xenofobie (en niet het niet-bestaande racisme, omdat rassen niet bestaan) beter gaan definiëren, lokaliseren en aanpakken. We moeten daarbij nadat we het gedefinieerd hebben accepteren wat xenofobie is, namelijk iets menselijks, en toegeven dat mensen, en sommige individuen meer dan andere, onderwezen en ontwikkeld moeten worden over het belang van diversiteit, van mensen en culturen voor de noodzakelijke duurzame ontwikkeling naar een betere wereld.

De apensoort mens heeft namelijk als enige diersoort de kans zichzelf weloverwogen te verbeteren, en niet alleen door zichzelf te ontwikkelen, maar ook door zijn partners (degenen waar hij voor kiest mee om te gaan in zijn leven) objectief uit te kiezen vanwege zijn of haar objectief aantoonbaar sterkere kanten, en daarmee zichzelf, die partners en wellicht zelfs de kinderen die uit die relaties vloeien op te stuwen in de eeuwige evolutie van de individuele mens naar een hoger beschavingsniveau. Alleen door gelijke kansen kunnen wij na een duurzame ontwikkeling een kosmopolitische, diverse en dynamische cultuur krijgen – met steeds meer individuen die zichzelf ontwikkeld hebben tot de duurzame mens van de toekomst: de kosmopoliet, oftewel de Homo Universalis.

Echte keuzes.

Wat ten slotte belangrijk is voor duurzame bestuurders om een echt duurzame ontwikkeling op gang te brengen is het maken van echte keuzes. Dus geen keuzes om de meerderheid te vriend te houden of het eigen ego te vergroten danwel de status quo of de eigen machtspositie te behouden.

Echte, rationele en transparante keuzes om de omslag naar een duurzame samenleving op sociaal, politiek, milieu en economisch gebied te bevorderen:

Die keuzes zijn nog het meest eenvoudig voor vervoer, energie en voedsel. Duurzame bestuurders bewerkstelligen:

  • een volledig elektrisch en groen vervoer
  • een volledig elektrische en groene energievoorziening
  • volledig zelfvoorzienende en energie-leverende steden en gebouwen
  • volledig ecologisch verantwoord gebouwde en onderhouden gebouwen en gebieden
  • een volledig biologische landbouw
  • een volledig biologische voedselketen

Verder zorgen duurzame bestuurders voor:

Echte keuzes voor het ontwikkelen van een objectieve selectie van talent. In het onderwijs, de politiek, de overheid en bij de immigratie. Wat betreft de immigratie: kom op duurzame bestuurder, het kan toch anno 2016 niet meer zo zijn dat we als enige criterium voor immigranten hebben dat ze afkomstig moeten zijn uit een oorlogsgebied waar ze niet meer naartoe terug kunnen. Ook immigranten moeten we, net als de hier al verblijvende individuen, aangeven wat we wel willen en niet wat we niet willen (terroristen, xenofobe conservatieve fanatici etc.) want dat laatste is zo langzamerhand meer dan logisch: dat zijn immers de potentiële haatpredikers die voor het tegengaan van duurzame ontwikkeling van maatschappij en individuen kunnen zorgen en dus in potentie voor chaos en geweld.

Het opheffen van een aanvalsleger, en het volstaan met een klein en flexibel inzetbaar verdedigingsleger. Het is hoog tijd voor duurzame bestuurders om te stoppen met buitenlandse militaire avonturen. Het verleden heeft bewezen, lang voor de onvoorstelbaar absurde, bemoeizuchtige en bloedige kruistochten, dat we niet alleen niets te zoeken hebben in verre buitenlanden met onze militairen, maar de plaatselijke situatie bovendien alleen maar gevaarlijker maken met onze totaal ongepaste bemoeienis. Laat vrije individuen overal ter wereld vrij zijn – zo lang ze jouw vrijheid niet beperken.

Echte keuzes voor staatsmedia met inhoud. Echt duurzame bestuurders maken echte keuzes die ervoor zorgen dat alle media uitingen die betaald worden door de staat niet het zoveelste slappe neoliberale aftreksel zijn die stilstand en achteruitgang bevorderen met plat vermaak en inhoudsloos tijdverdrijf. Kwaliteit moet weer de boventoon voeren als we betalen voor media uitingen. De kosten mogen niet meer opgaan aan bekende gezichten of stemmen die niet op basis van hun inzicht en invloed op de duurzame ontwikkeling, maar op basis van hun op macht gebaseerde visie zendtijd krijgen. Die kosten moeten gestoken worden in het sturen op media uitingen die duurzame ontwikkeling van individuen en dus de maatschappij bevorderen, in het weghalen van storende reclamezendtijd, in het verbeteren van onze cultuur kortom. Een dagje kijken in de studio van een Belgische, Franse of Duitse kwaliteitszender zou verplichte kost moeten zijn voor iedere duurzame bestuurder. Daar kunnen wij in Nederland schrikbarend veel van leren.

Tot zover een eerste schets van wat duurzaamheid wat mij betreft zou moeten zijn. Een basis die uiteraard verder ontwikkeld moet worden. Daarvoor ben je echter zelf aan zet, mocht mijn duurzaamheid ook die van jou zijn.

Lessen uit de Franse revolutie

Als je in onze westerse democratie te weinig vrijheid wil en liever keuzes maakt voor het een of ander, dan moet jij of je cultuur verdwijnen, letterlijk danwel figuurlijk. Terwijl beschaving en cultuur nu juist betekenen jezelf bijschaven, bijsturen en beperken op de punten waar je de vooruitgang van andere individuen beperkt, keuren we mensen die duidelijke keuzes maken om hun eigen vrijheid wat in te perken af, uit angst dat we anders zelf ooit wel eens in onze vrijheid beperkt zouden kunnen worden.

Natuurlijk gaat achter die angst vooral een pessimistische levenshouding en een ongeloof in objectieve waarheid schuil. Alleen logische verbeterpunten voor je eigen beschavingsniveau kunnen jou immers bijschaven tot een hoger niveau. Maar wie weet dat nog tegenwoordig. Of anders gezegd: wie durft dat nog te onderkennen? Wie laat zich nog geruststellen in deze hysterische tijden?

Wat we in het Westen missen is een vooruitstrevende Avant-garde die ons gerust stelt door als een moderne, vredelievende Napoleon de juiste doelen te stellen en uit te dragen. Door die doelen zelf te volgen. Mensen inspireren, ze opstuwen tot het toppunt van hun kunnen is het vredelievende doel van de echte Avant-garde.

De Franse revolutie geeft aanleiding te denken dat zo’n Avant-garde binnen afzienbare termijn weer zou kunnen opstaan, gezien het feit dat de diersoort mens niet zozeer vooruitgaat alswel evolueert – in een eeuwige wederkeer – dankzij vooruitstrevende individuen die de kudde tot het einde der tijden op sleeptouw zullen blijven nemen naar betere weidegronden.

Napoleon, die trekker aan het dode paard met de naam Revolutie, was in feite een reactie op de hysterie van de massa, die naast de dictatuur van de Jakobijnen, met haar 10-duizenden moorden-door-de-guillotine tot gevolg, ook aan de basis stond van de Jakobijnse democratie. Aha, hoor ik u denken, dus met al die moorden ontstond er toch nog iets goeds, een democratie? Ja, maar het is maar zeer de vraag of Brissot, Danton en de Dantonisten, Hébert en de Hébertisten, Cloots en de atheïsten, Robespierre en de Robespierristen niet voor niets zijn gestorven.

Revoluties brengen namelijk nooit iets anders dan chaos en geweld voort. En de Jakobijnse versie van democratie was een revolutionaire vorm van democratie. Wat niet verwart moet worden met een radicale vorm van democratie, zoals die tijdens de Klassieke Oudheid in Griekenland voorkwam.

De Jakobijnse democratie staat ook aan de basis van onze huidige westerse opvatting van wat democratie is. Algemeen stemrecht (maar zonder de daarvoor benodigde transparantie en gelijke kansen die het internet nu nog beter mogelijk maakt) is één van de kernwaarden van die westerse democratie, al sinds de eerste voortekenen dat de Jakobijnen met massa-onthoofdingen hun dogmatische ideologie zouden opleggen aan iedereen die hun revolutie niet steunde.

Hoewel leidende figuren onder de Jakobijnen als Marat met de achterhaalde term (extreem) links aangeduid zouden kunnen worden, hoeven we ons geen illusies te maken: Jakobijnen waren over het algemeen xenofobe conservatieve fanatici Avant-la-Lettre en hun arme meelopers; de Sansculottes met hun cultus van de rede. Het gevaar kwam toen, net als nu, van de fanatici, niet van links of rechts.

Het nadeel van algemeen stemrecht is dat de van nature manipulerende en egoïstische journalistieke macht, maar ook andere xenofobe, fanatiek conservatieve politieke en bestuurlijke machten de toon aangeven in het debat van vandaag, simpelweg door het feit dat de echte leiders door hen zeer effectief uit dat debat geweerd worden.

Gelukkig in het Westen tegenwoordig niet meer door hen te onthoofden. Maar de massa wordt dankzij dit algemeen stemrecht en de hysterie die de manipulatie door met name de media teweeg brengt nog steeds een gevaarlijke, onvoorspelbare macht – die alles behalve vooruitgang nastreeft.

Maar inmiddels kunnen we de vraag stellen: hoe lang blijven de fanatici van nu eigenlijk nog vredelievend? Hoe lang weten normale, goedwillende burgers – die vooruitgang, en terecht, spannend vinden – de immense hoeveelheid nonsens en leugens van journalisten (en politici) te doorzien, te negeren en te relativeren?

Zolang als het gezonde verstand het wint van het populisme natuurlijk.

Dankzij dat populisme verwordt algemeen stemrecht al gauw tot een van tevoren bepaalde uitslag, omdat de demagogie van politiek, journalistiek en bestuur de inferieure leiders altijd in zo’n positie weet te manoeuvreren dat alleen die inferieure leiders nog kans maken om gekozen te worden.

Onze westerse democratie is een gesloten bolwerk van mensen zonder visie, maar met macht, een democratie die alles behalve transparant is. Omdat transparantie haar zou dwingen te veranderen, te verbeteren, en daarmee bestaande machtsposities op het spel te zetten.

Er zijn daarom in het Vrije Westen maar weinig mensen die beseffen hoe onvrij we eigenlijk zijn – en hoe we in de greep verstrikt zijn geraakt van degenen die dag in dag uit ons gezond verstand proberen te manipuleren voor het eigen gewin; onze zogenaamde ‘elite’.

Het cordon sanitair ligt in Nederland net als in de rest van het Westen daar waar ze nu juist niet zou moeten liggen: rond de Avant-garde oftewel rond de mensen die van nature wel tot de elite of de voorhoede van iedere maatschappij behoren. De echte leiders, degenen met zowel visie op en inzicht in waar het naartoe moet met een samenleving als met het lef daar zelf naartoe te lopen. Individuen met de schijnbaar steeds zeldzamer wordende eigenschappen gevoel en een logisch en helder verstand.

Hoe zou het toch komen dat sinds de Franse revolutie vooral dat logische verstand steeds verder achteruit gegaan lijkt te zijn? De Franse revolutie, met haar ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’, termen die voor geen enkele westerse staat van nu echt van toepassing zijn. We weten niet eens meer wat vrijheid inhoudt, laat staan dat we haar nog bezitten. Gelijkheid in de goede zin des woords heeft eigenlijk sinds we het uit het water kwamen, sinds het allerprilste begin van de diersoort mens dus, nog nooit bestaan. En of onze neoliberale, oorlogszuchtige democratieën een teken zijn van broederschap? Ik dacht het niet.

Afgedwongen eenheid van opvatting is dan ook de kern van een Jakobijnse democratie: ‘Geen vrijheid voor de vijanden van de vrijheid’ (Saint-Juste). Zie daar de reden dat mensen die het wagen af te wijken van de in het Westen algemeen aanvaarde opvatting van wat vrijheid is, zoals salafisten en heel veel andere individuen met een ideaal, zo hardnekkig lastiggevallen worden door onze democratisch gekozen volksmenners: minder vrijheid willen dan de meerderheid wenselijk acht is nog steeds zeer verdacht.

Politici als bijvoorbeeld Lodewijk Asscher zijn een schoolvoorbeeld van de moderne Jakobijn; niet de ratio, niet het gevoel, niet het logisch verstand en niet het inzicht, maar een achterhaald dogma en het eigen ego zijn leidend voor al het handelen.

De bijbehorende moordzuchtige inborst wordt in onze Geenstijl-democratie ternauwernood gestild door de in brede lagen van de bevolking inclusief de xenofoob-conservatieve ‘elite’ goedgekeurde virtuele slachtpartijen op mensen die Anders zijn.

Zo kan het gebeuren dat Marokkaanse Nederlanders, door diezelfde politieke elite zonder een spoor van gewetenswroeging ‘Kutmarokkanen’ genoemd, in Marokko worden gekort op hun Nederlandse uitkering, maar Israëlische Nederlanders in het door Israël bezette Palestina een uitkering krijgen zonder daar zelfs maar recht op te hebben. De xenofobie, de irrationaliteit maar eigenlijk vooral de fanatieke behoefte de eigen dommigheid ten koste van de democratie te etaleren spatten er vanaf.

Ten koste van vredelievende burgers worden mensen als Asscher in westerse democratieën echter als nooit tevoren in staat gesteld ons te besturen. Het neoliberalisme is niet alleen nihilistisch, het is ook een ideologie die het vakkundig liegen als grootste goed waardeert. Als dat liegen maar goed verkoopt.

Om er maar eens een actueel onderwerp aan de bedekte haren bij te slepen: hoewel de Boerkini verbieden natuurlijk totaal onlogisch is, het is voor iedereen op gevoelsniveau begrijpelijk (hoewel ook op dat niveau vrij ondoordacht). Wat we nodig hebben in plaats van een boerkini verbod zijn koplopers die echte, universele waarden beschermen; door ze voor te leven en te beschrijven. Door zich in het debat te mengen. We hebben geen politici van behoud en achteruitgang nodig.

We hebben weer een echte Avant-garde nodig die een alternatieve, vooruitstrevende en kosmopolitische toekomst schetst, voor alle individuen met welke aanleg en welk ontwikkelingsniveau dan ook, door hen mee te nemen in een groei- en zoekproces dat uiteindelijk moet leiden… tot henzelf. Dat is wat nu meer dan ooit noodzakelijk is. Als we tenminste niet steeds meer het equivalent willen worden van welke willekeurige politiestaat dan ook.

Maar er is wel een uitdaging te overwinnen. De tijdens de Franse revolutie onder de guillotine gesneuvelde politiek georganiseerde liberale bourgeoisie (grotendeels te generaliseren met de term Girondijnen) werd namelijk met een haat tegemoet getreden die van alle tijden is; namelijk met de haat tegen die Avant-garde. Een haat die iedere samenleving overal ter wereld altijd neerdrukt, en de evolutie naar een hoger beschavingsniveau vertraagt (maar overigens, en gelukkig maar, het natuurverschijnsel dat de evolutie van een beschaving is nooit kan tegenhouden). Een haat die dus eerst moet worden omgebogen, in de Rationele Ecolutie, tot een algemeen aanvaarde noodzaak tot continue en radicale verbetering, oftewel tot vooruitgang. En daar is iedereen voor nodig, ook de nu nog grotendeels onwetende xenofobe conservatieve fanatici.

Door de neerdrukkende systemen die de mens gevormd dat wil zeggen klein gehouden hebben in de loop van de evolutie denkt een zeer groot aandeel (ca. 40-60% in vrijwel ieder land) van de mensen; namelijk die xenofobe conservatieve fanatici, dat niets zo gevaarlijk is voor de individuele mens als de Avant-garde. Vandaar dat tijdens de Franse revolutie al die kleine groepjes mensen die durfden staan voor een ideaal een kopje kleiner moesten worden gemaakt: van de waarde van een vooruitstrevend ideaal gaat nog wel de grootste dreiging uit als je aanleg en ontwikkelingsniveau je doen denken dat je stil moet blijven staan, dat je jezelf niet hoeft te verbeteren door je te verdiepen in de ander – door zijn aantoonbaar betere eigenschappen over te nemen.

Die angst voor verbetering komt natuurlijk doordat het individu door de xenofobe conservatieve fanaticus altijd wordt verward met de groep, oftewel de mensheid als geheel. Als Jakobijnen – oftewel xenofobe conservatieve fanatici – beweren (of simuleren) niet vooruitstrevend te (willen) zijn dan verwarren ze de mogelijkheden voor vooruitgang van de individuele mens al dan niet bewust met de (on)mogelijkheid van vooruitgang voor de mensheid. We blijven als Homo Sapiens immers toch primaten.

De obsessieve angst voor verschillen in kwaliteitsniveau tussen individuen, van de aanleg en persoonlijke ontwikkeling van een individu, komt daar vandaan. De westerse versie van democratie is een lompendemocratie, de voortzetting van de dictatuur van de Sansculottes. Onze democratie is nog niet verder geëvolueerd dan de revolutie van de gelijkheidsdenkers, de anti-autoritaire Jakobijnen. Stilstand wordt achteruitgang wordt chaos en kan ook geweld worden wanneer de macht, dankzij deze suboptimale versie van democratie, per abuis in handen komt van de aantoonbaar slechte leiders, zonder de voor vreedzame vooruitgang vereiste visie, inzicht en lef en het vermogen andere individuen te inspireren en op te stuwen naar een nieuw en hoger beschavingsniveau.

We zullen in het Westen dan ook nog veel moeten leren van onze grootste angst: andere culturen van individuen uit het (Midden) Oosten en (Noordelijk) Afrika, gebieden en landen waar die individuen zich nog niet volledig hadden onderworpen aan onze Jakobijnse vorm van democratie. Maar waar ze overigens ook nog niet echt voldoende tijd hebben gehad om te evolueren naar een alternatief, een meer optimale vorm van democratie.

Wat we vooral missen in het Westen zijn waarheid, universele waarden en verhalen die het individu doen groeien – en het (Midden) Oosten en Afrika zijn daar toch wel wat verder mee. We halen dan ook naast de producten voor onze neoliberale economieën inmiddels ook steeds meer wijsheid uit landen als India, China en bijvoorbeeld de Maghreb en andere delen van (Noord-) Afrika, over voeding, gezondheid en het worden van een beter mens.

Tegelijkertijd probeert ons neoliberale systeem dat Oosten kapot te concurreren en dat Midden-Oosten en Noordelijk Afrika kapot te bombarderen. De parallel met de zogenaamd welkome vluchtelingen uit oorlogsgebieden is pregnant. Individuen die vluchten voor de door het Westen tijdens de koloniale periode en latere oorlogen gecreëerde en/of om financiële redenen (wapen- en voedselhandel) hardnekkig gesteunde chaos en geweld en de tegelijkertijd heftig ontluikende xenofobie in Europa.

Veel ondankbaarder leerlingen kan het Oosten en Afrika zich niet wensen. Xenofobie is voor sommigen de rode lijn in onze westerse samenleving. Als weinig anders heeft het neoliberalisme, en de neoliberale westerse democratie deze xenofobie bevorderd; omdat echte waarden langzamerhand onbekend zijn geworden voor de massa en verbetering voor hen irrelevant is geworden – wanneer die geen geld oplevert.

De genocide die al decennialang in Palestina plaatsvindt is een rechtstreeks uitvloeisel van het net na de oorlog nog prille neoliberalisme: het niet willen accepteren van De Ander; een andere cultuur, het niet willen accepteren van de verbeterpunten voor de eigen cultuur, maar het hardnekkig vasthouden aan het bestaande – ook al is dat helaas soms het achterhaalde. Het willen vernietigen van alle leven, zo kenmerkend voor de met het neoliberalisme samenhangende op geld gebaseerde religie van het nihilisme en bijbehorend monomane efficiëntie-denken. Door efficiëntie, uniformering, het opdelen van de verkeerde delen en het neerdrukken van al het vrije denken denkt de neoliberale nihilist, oftewel de xenofobe conservatieve fanaticus, de diversiteit van het leven te kunnen vernietigen.

Maar dat zal niet lukken omdat natuurwetten dat verbieden. Het Sterke, de Goede Krachten hebben weerstand nodig om het Slappe, het Slechte te overwinnen.

Het is tijd dat het Vrije Westen echt vrij wordt voor ieder individu, en dat individuen beperkt worden door een Avant-garde die de juiste keuzes maakt; keuzes tegen het beperken van andere individuen in hun groei, naar de volwassenheid van hun eigen natuur.

Onze westerse samenlevingen kunnen ondanks alle behoudzucht en nationalisme alleen overleven door te groeien, door over grenzen heen te kijken en te leren van andere culturen, en ook alleen door inferieure leiders uit alle gremia met zachte hand te verwijderen door ze hun eigen natuur, en daarmee onze natuur te laten omarmen.

En door hen te vragen, of liever: van ze te eisen, dat ze genoegen gaan nemen met het lagere niveau dat hen van nature toekomt, en daar rust in te vinden in plaats van de maatschappij aan hun inferieure leiderskwaliteiten bloot te blijven stellen.

Slecht leiderschap zorgt altijd voor onrust en maakt ook van de individuen die zeggen de inferieure leider te volgen, aangeschoten wild. Er is maar één natuurlijke leider voor iedere samenleving van individuen die willen blijven bestaan door te groeien: de Avant-garde. Zij kan en moet de mogelijkheden voor het individu doen ontwaken en het individu doen opstaan; omdat culturen vaak te sterk zijn om de erin levende individuen in hun eentje aan het neerdrukkende effect van sterke culturen te laten ontkomen.

Ons onvolkomen individualisme zal ons daarbij steeds sterker dwingen; van groep naar individu, van compromis naar objectief aantoonbare vooruitgang voor het individu, van op macht gebaseerde ‘visie’ naar op inzicht gebaseerde invloed.

Dat dit een onvermijdelijk proces is bewijst de opkomst van de boze xenofobe kiezer; het chagrijn van de grote groep xenofobe conservatieve fanatici, de moderne Sansculottes (de eerder besproken ca. 40 – 60%, de potentiële PVV-stemmers in iedere samenleving) die nu als enige uitlaatklep voor hun xenofobie het internet en verkiezingen hebben. Dit proces vreedzaam te laten verlopen is echter een grote opgave; de vooruitgang is namelijk niet te stoppen. En de, harde, waarheid is dat die vooruitgang geen boodschap heeft aan de status quo, suboptimale culturele afspraken, grenzen of onvrijheid voor individuen.

Als de populariteit van extreem rechts en nationalisme in het Europa van vandaag iets bewijst dan is het wel de noodzaak onze democratie en met name haar algemeen kiesrecht te herzien om bij te blijven met de vooruitgang. Algemeen kiesrecht dient gekoppeld te zijn aan absolute transparantie en gelijke kansen voor iedereen om toegelaten te worden tot de macht. Zonder die transparantie en gelijke kansen verwordt iedere democratie uiteindelijk tot terreur van de middelmaat met een stilstaande maatschappij – of erger, teruggang naar en met een dictatuur – tot gevolg.

De tragedie van de mensheid is dat we geen vredelievende Napoleons hebben getolereerd, niet onze meerdere hebben willen erkennen in degenen met meer talent en meer invloed, dankzij hun scherper inzicht en betere visie. Gelukkig komt de Avant-garde er weer aan en durft een voorhoede binnen afzienbare termijn weer een vooruitstrevend totaalplaatje te schetsen, bijbehorende waarden te omschrijven en de benodigde doelen vast te stellen. Een Avant-garde die als geen ander weet dat je je meerdere moet creëren en stimuleren – om zelf vooruit te kunnen gaan naar die noodzakelijke doelen.

Het zijn die zeer zeldzame vrije geesten, degenen die de eenzaamheid en de wijsheid durven verkiezen boven aanzien en macht, het zijn degenen die leiden door alleen te gaan. In de wetenschap dat de kudde hen zal proberen te volgen om te kunnen overleven moet de Avant-garde haar doelen zorgvuldig uitkiezen – en wel zodanig dat de massa wordt gedwongen naar zichzelf terug te gaan.

Kortom, door zichzelf te vinden na een lange reis, zoals Napoleon uiteindelijk zichzelf vond na een lange reis die begon met een revolutie, zullen individuen in die massa ontwikkeld kunnen worden. En laat die revolutie dan een evolutie zijn; van het waarderen van ieders aangeboren en ontwikkelde talenten, van het ontwikkelen van echte vrede, echte duurzaamheid, respect voor ieder individu, transparantie en gelijke kansen voor iedereen.