Eenzaamheid

Wij zijn allemaal filosofen. Ieder individu op aarde draagt op zijn manier bij aan de wereld van de ideeën door zijn eigen wijsheid, zijn eigen levensfilosofie te ontwikkelen.

Het woord filosoof stamt af van het Oudgrieks ‘philosophos’ (φιλόσοφος), een samenstelling van de woorden ‘philos’ (φίλος = vriend) en ‘sophia’ (σοφία = wijsheid) en betekent letterlijk ‘vriend van de wijsheid’.

Dat de mens God is voor de mens bewijst het feit dat wij allemaal vrienden van de wijsheid zijn. Want als het begrip God iets is dan is het wel wijsheid. En die God is dus in de natuur te vinden. In de bossen, de bergen, de meren en de dalen, in de afzonderlijke planten en dieren, waaronder de Homo Sapiens Sapiens – oftewel de mens.

Er is dan ook geen enkele aanleiding om te denken dat een willekeurige boer niet ook een filosoof zou kunnen zijn. Ook bij een boer kunnen wij vrienden van de wijsheid belangrijke ideeën voor onze levensfilosofie opdoen. Want Gilles Deleuze begreep het goed; wij zijn bij uitstek bedenkers van nieuwe ideeën en concepten. De eerste hindernis voor de filosoof is dan ook altijd in de hectiek van iedere dag een nieuw concept te bedenken en grondig door te denken. De tweede uitdaging, en dat is misschien nog wel de grootste, is deze gedachte te bestuderen en te toetsen in de praktijk van het alledaagse, ook en misschien wel vooral als dat alledaagse het ‘lagere’ is. De derde hindernis die we moeten nemen is altijd de optimaal bijgeschaafde gedachte zonder onnodige poespas op papier te laten belanden.

De vraag die dit vandaag oproept is of het nu wel of niet van wijsheid getuigt als je er voor kiest zoveel mogelijk alleen te zijn. Gesteld dat alleen zijn niet hoeft te betekenen dat je geen contacten met anderen hebt – weinig dommer dan de kluizenaar – lijkt het mij het meest verstandig om alleen te leven, zonder kinderen of partner waar je dag in dag uit mee samenleeft. Individuele vrijheid is een zeer kostbaar goed voor de denker. De moderne tijd biedt er dankzij de contacten die bijvoorbeeld via je werk, het internet of de supermarkt om de hoek eenvoudig gelegd zijn, de meest uitgelezen mogelijkheid voor. Het is een kwestie van durven loslaten.

Daarvoor zul je dan wel een goede focus moeten hebben bij je denkwerk; oftewel een levensdoel dat sterker is dan alleen het instinct tot overleven. Dat hogere levensdoel, want dat zal het moeten zijn voor de positieve vorm van eenzaamheid, kan immers beter gehaald worden wanneer er geen afleiding is tijdens de noeste arbeid die dat doel naderbij moet brengen.

In het zweet des aanschijns je mengen tussen de meer barbaarse versies van onze soort, is een vorm van noeste arbeid die weliswaar weinig aangenaam is; we moeten er nooit voor weglopen. Het canaille vanuit een stil hoekje observeren, er is weinig belangrijker voor het bedenken en toetsen van de allerbeste nieuwe ideeën.

Dat het kiezen voor vrienden, een partner, kinderen slechts angst voor de eenzaamheid is bewijst niet alleen het canaille iedere dag weer. Ook wijzelf geven vaak het slechte voorbeeld. Voordat we onszelf goed en wel vast hebben houden we vaak al een ander vast in een verstikkende omhelzing. In de hoop de eenzaamheid te kunnen ontlopen bidden we ‘dat de ander nooit weggaat’. Het misverstand dat huwelijk heet appelleert aan die oeroude angst, om niet verlaten te worden door de kudde. Maar is er eigenlijk nog wel iemand die zich nog oprecht afvraagt hoe eenzaam zijn partner eigenlijk is in de relatie?

En wat betreft het maken van kinderen; doen dat niet al genoeg andere mensen? Hiermee dragen we echt weinig anders bij dan het levensgeluk van onszelf – puur egoïsme ! – en die kinderen, als ze tenminste in staat zullen zijn dat levensgeluk te vinden; door een goede aanleg, een goede opvoeding en de nodige dosis geluk.

Lukt het je als vrouw, homo, individu van kleur of anderszins van de kudde afwijkend individu bijvoorbeeld de zeer sterk neerdrukkende en geestelijk en dus lichamelijk ziekmakende krachten af te weren op je weg naar volwassenheid, zelfstandigheid en vrijheid? Lukt het je om je individuele vrijheid te beschermen en optimaal te ontwikkelen, of wordt je al voordat je weerbaar genoeg bent in de knop gebroken door seksueel, geestelijk en of lichamelijk geweld en misbruik?

En – de belangrijkste vraag voor ons filosofen, wij die nog op zoek zijn naar wijsheid – conformeer je jezelf wel of niet aan de eeuwige druk van de kudde. De kudde, die wil dat je je conformeert aan ‘hoe het hoort’. Lekker meedoen: met excessief gebruik van alcohol, sex, drugs, of totaal absurd maar door de druk van de kudde onnoemlijk vaak gedoogd misbruik en geestelijk of lichamelijk geweld. Om van de vrijheidsbeperkende maatregelen die de kudde haar leden altijd oplegt nog maar te zwijgen! Geven wij onze vrijheid om te denken en te handelen wel of niet op; dat is in de kern de belangrijkste vraag voor de filosoof.

We weten allemaal dat het bestaat, maar schijnen telkens weer geschokt als blijkt dat iemand door die vrijheidsberovende groepsdruk van de kudde ten onder is gegaan. En vergis je daarbij niet: ook je partner – en je kinderen! – moeten voor jou een stukje vrijheid opgeven dat hen veel dierbaarder zou moeten zijn dan een tijdelijk samenzijn of een emotionele band. Want hoe kan liefde ooit het opzij zetten van je individuele vrijheden zijn? Gesteld natuurlijk dat die individuele vrijheden andere individuen – objectief gezien – niet lastigvallen of anderszins neerdrukken. Maar wie weet nog wat objectieve waarheid is? Wie durft nog te beweren dat Zij überhaupt bestaat?

The disbelief in objective truth makes the majority – for practical purposes – de arbiter as to what to believeBertrand Russell.

En wie kent filosoof, graaf, bestuurder, vrijdenker en wiskundige Bertrand Russell eigenlijk nog? Kinderen opvoeden door ze te inspireren om als een ware filosoof, als de nieuwe, minder technische, minder vrouwenverslindende Bertrand Russell, ook de eeuwigheid na te jagen; dat is pas belangrijk. En hoe kan je de eeuwigheid beter najagen dan door jezelf als voorbeeld te stellen en jezelf in alle vrijheid te ontwikkelen – want zoals gezegd ieder mens bezit wijsheid die de wereld voorgoed kan veranderen. Het is een kwestie van focus, van loslaten en van vrij zijn. En van in voldoende mate alleen zijn.

Maar kunnen we dat eigenlijk nog wel? Heeft 100 jaar emancipatie er ook voor gezorgd dat we echt begrijpen waarom het een rijkdom is om kinderen te hebben maar misschien nog wel een grotere rijkdom, voor mannen zowel als vrouwen, om juist geen kinderen te hebben of als mensheid als geheel minder kinderen – om onszelf te ontwikkelen – en daarmee anderen te inspireren? Inspiratie om eenzaam te worden. Wat is er nu mooier dan überhaupt alleen te kunnen zijn. En…wie kan dat eigenlijk nog? Wie weet alleen zijn nog op zijn juiste meritus te schatten? Je dagen indelen naar je eigen wensen en met niemand rekening te hoeven houden, een rijkdom die alleen de echt vrijen van geest gegeven is.

Ik heb het gemopper over eenzaamheid dan ook nooit zo begrepen. Eenzaamheid is pure rijkdom. Als je tenminste nog voor jezelf kunt zorgen – en natuurlijk kunt lezen en schrijven; de eerste levensbehoeftes voor ons, zeldzamere versies van de psycholoog, naast een goede boswandeling per dag, het liefst ‘s ochtends genoten voor de thee.

Het is alleen de sterken onder ons gegeven om de groepsdruk van de bezorgde gewone Nederlander te kunnen weerstaan; om gelukkig en alleen te zijn. En alleen de meest verketterden onder ons nemen de noodzakelijke besluiten om alleen verder te gaan, omdat zij toch al alle respect van de kudde verloren hebben of omdat ze dat respect nog nooit gezocht hebben – er geen behoefte aan hebben, lopen ze soms meerdere keren per dag opeens onverwacht weg van de afgrond waar de kudde toch tot in de eeuwigheid vol goede moed en drang tot zelfvernietiging op af zal blijven razen. Hun adagium?

Liever alleen in de hoogte om diep te kunnen zien dan met gelijken in de afgrond – en niets meer zien; niet omhoog en niet omlaag; niet meer de diepte in.

Gesteld dat wij het ons veroorloven om onszelf van meer waarde te achten dan de kudde, dan het canaille, is het dan vreemd dat wij graag en veel alleen zijn maar met onszelf? Wij die nog weten dat alleen zijn iets heel anders is dan eenzaam of ongelukkig zijn? Dat het zelfs iets heel anders is dan zonder contacten met allerhande mensen, van hoger en lager allooi, te zijn?

Omdat wijsheid een vrouw is – en volgens mij heeft ze een Franse naam; Vérité – ter afsluiting een verhaal over twee vriendinnen van haar:

Er waren eens twee vrouwen. De eerste vrouw ging altijd enthousiast gesprekken aan met vreemden waarmee ze in contact kwam; ze nam de oppervlakkigheid op de koop toe en toonde telkens weer door haar verhaal te vertellen de ander haar leven. Wat had ze immers te maken met het leven van die ander? Een klik was niet van belang om contact te leggen op haar manier, door haar levenswijze over te brengen, door informatie uit te wisselen – of door simpelweg de tijd te doden met zoiets banaals als gezelligheid, om ondertussen tussen de oogharen door ook de ander te kunnen observeren en analyseren.

De tweede vrouw hield zich vaker gereserveerd op de achtergrond bij mogelijkheden tot contact met onbekenden. Hoewel ze wist dat het wijzer was om de leiding te nemen, het ijs te breken en de klik te faken had ze besloten dat het van wijsheid getuigde om gereserveerd te zijn tegenover het onbekende, misschien wel afwijzende of erger nog: het negerende ego.

Onbewuste domheid! Er is niemand wijzer dan degene die zijn eigen lijn uitstippelt in nauw contact met de ander en in het volle bewustzijn van het ontbreken van de klik, misschien zelfs wel in het volle bewustzijn van het inferieure niveau van die ander, wanneer wij ons uit pure nood en doelbewustheid omgeven met het canaille! Het canaille, dat immers altijd nog inspireert tot hoe het niet moet! En geef het canaille wat het wil: toneelspel! Brood en spelen!

Om daarna, met nog meer overgave, en vooral nog beter, want nog scherper, alleen te zijn. Niemand tot last en iedereen potentieel tot voorbeeld. Als je toneel speelt, wees je er dan van bewust, maar denk nooit dat er iets mis is met het toneelspel, als de toevallige mensen om je heen je niveau niet halen; als ze nog niet alleen en eenzaam durven te zijn.

It’s lonely at the top.

Kan een mens alleen leven?

Oktober is een maand voor bespiegeling. Nu ook de nazomer echt voorbij is, is er niets mooier dan vanuit je eigen warme, droge huis naar buiten te kijken. Vaak om te zien dat het buiten koud en vochtig is.

Dat is de reden dat je venster op de wereld vaak vertroebeld raakt. En als je je naar buiten begeeft ga je wennen aan die kou die je zenuwen op de proef stelt en je gevoel een ander referentiekader opdringt.

De buitenwereld dwingt je de logica van een warm en droog huis te vergeten. Het vocht in de lucht, waar je gewrichten normaal gesproken direct tegen protesteren, vind je opeens minder erg. Je eigen warmte wordt opgebruikt, gecondenseerd tot iets vloeibaars, iets vormeloos.

Het water kijkt je altijd aan, zoekt altijd contact vlak voordat het je verzwelgt, om je vervolgens te kunnen negeren. Het is de middelmaat van de massa, die je aangrijnst. Koud en gevoelloos, badend in het water dat het uit je gewonnen heeft. Verlangend naar rust kijk je naar die zee van gelijkgestemden. Onbewust van het gevaar om leeggezogen te worden. Als een meerpaal bij vloed op de eb-lijn, klaar om overspoeld en weggewerkt te worden, tot alleen nog het gladde, spiegelende oppervlak van de zee in de zon schittert.

Een zee waar uiteindelijk ook de laatst overgebleven golven neergedrukt zullen worden, in het geweld van de middelmaat. Terwijl het juist de pieken van de golven zijn die ons in staat zouden stellen iets te leren over onszelf – en onze mogelijkheden voor ontwikkeling.

Niets dat echter zoveel neerdrukkende krachten oproept als een hoge golf in een glad oppervlak; het sterke karakter. Dat is de reden dat het zo goed voor je is om binnen in je eigen hoge, droge huis te blijven. Zodat je eigen golven zich vrij kunnen ontwikkelen, om de middelmaat te overspoelen – in plaats van overspoeld te worden. Een hoge golf verlaagt zich niet tot de middelmaat van degenen die zich lieten neerdrukken door de moraal van de kudde.

Maar dankzij het feit dat de mens slechts uit individuen van de (apen)soort Homo Sapiens bestaat kunnen we gerust zijn. We beschikken allemaal over een gelijksoortige aanleg en instinct en dezelfde mogelijkheden voor ontwikkeling. We maken dus allemaal in zekere zin net zoveel kans om niet overspoeld te worden door de kuddemoraal. De verschillen zitten slechts in kleine dingen als talent voor dingen die ons sneller en beter vooruit brengen, talent voor het beheersen van onze primitieve instincten en, vooral, ons ontwikkelingsniveau. Waarbij alleen dat ontwikkelingsniveau minder aan het toeval is overgeleverd; het is het gevolg van een sterk karakter – en de bijbehorende sterke wil om vooruit te gaan.

Hoewel niets zo belangrijk is als de dynamische ontwikkeling van dat karakter: uitstijgen boven de Homo Sapiens zal ons niet lukken. Wat niet betekent dat we het niet moeten proberen. We moeten de lat hoog leggen, niet waar? Moeder Aarde heeft er daarbij gelukkig voor gezorgd dat we genoeg aan onszelf hebben. Het enige wat we hoeven te doen is onszelf te ontdekken. De echte ontdekkingsreiziger reist niet naar het einde van de wereld, maar naar zichzelf. Een reis vol ontberingen en voor het grootste deel zonder reisgezelschap, maar aan het eind wacht de warmte van een droog huis, op je eigen terp in de neerdrukkende zee van de massa.

Ons lichaam is een tempel, met onze eigen religie of ideologie om ons warm te houden, onze waarheden om ons droog te houden en waarden en rituelen om het gezellig te houden. Wat dit alles concreet voor ieder individu afzonderlijk betekent is een kwestie van een individuele ontwikkeling, met veel geduld en inzicht als belangrijke ingrediënten. Dat ook lef een belangrijk ingrediënt is voor die ontwikkeling betekent echter niet dat we het gevaarlijkste moeten doen wat er bestaat voor ons comfort en dus onze gezondheid: ons mengen tussen de massa.

Lef is juist kiezen voor die individuen die voldoen aan je eigen waarden en waarheden, kortom aan je eigen maatlat; ook al ligt die hoog. Juist als die hoog ligt en je daar naar durft te handelen ben je moedig: je bent dan die unieke maar eenzame eenling – die de moeilijkste confrontatie durft aan te gaan die er is in het leven: de confrontatie met jezelf. En wel door je te meten met jezelf – en de juiste anderen.

Maar voordat je weet welke anderen nu de juiste waren ben je minstens 35. Dat moet gezegd. Fouten maken mag dus. Moet zelfs, een andere manier om jezelf te leren kennen is er niet. Maar je verdiepen in, en daarmee verlagen tot individuen uit de middelmatige massa is nergens voor nodig.

Waarschijnlijk is een goede selectie van een stuk of 40 boeken al voldoende voor de ontwikkeling of stimulering van de meest noodzakelijke inzichten. Hoewel het zeer de vraag is of een bepaalde mate van aanleg en talent met de nodige dosis wilskracht om te denken niet voor iedere Homo Sapiens leidt tot dezelfde mogelijkheden voor ontdekking van de eigen geest. Van inzichten die je helpen bij de ontwikkeling in de juiste richting voor jezelf.

De richting waar aan het eind, op een eeuwig hoger groeiende berg, jouw echte zelf staat. Waarbij het maar de vraag is of wij wel in staat zijn onszelf echt te leren kennen. Hoedt je dus voor degenen die uit eigen gewin aanbieden je te helpen jezelf te vinden. Het zijn de farizeeërs van ons neoliberale systeem die de goedwillende, vooruitstrevende mens op het verkeerde been zetten. Het zijn de mensen die voortdurend primitieve gevoelens verwarren met inhoudelijke verbeterpunten. Het zijn de helpers voor individuen met een sterk karakter – dat echter niet sterk genoeg was om niet naar het gepreek van de farizeeër te willen luisteren.

Een ander zal het in ieder geval nooit lukken jouw zelf te vinden, daar kunnen we zeker van zijn. Die behulpzame ander hebben we dus niet nodig. Het beste wat je kunt doen is je eigen voorbeeld scheppen, een grote broer of zus die altijd voorop wil lopen, dezelfde berg op. Een variant op de Sisyphos figuur, die niet eeuwig een steen de berg opdraagt, maar eeuwig voor loopt op een steen die telkens naar beneden wil rollen, naar een rustpunt in de eenvormige massa; de zee die beneden aan de berg de steile hellingen en mooie toppen omsingelt in de ijdele hoop die neer te drukken.

De steen ben je natuurlijk zelf, maar mocht je de top gevonden hebben dan kun je desondanks altijd heel soepel door de omsingeling heen glippen; door simpelweg over het water en door de omsingeling heen te varen, in een eenzame reis naar je volgende, nog hogere top. Een reis waarbij je nooit die Ander zult vinden, maar als je geluk hebt wel jezelf.