Ode aan de vakman

 

Met de economie werd ook de metselaar

Steeds sneller

Totdat de vakman nergens meer met plezier

Een huis bouwde

Nu metselt hij alleen nog stenen

In plaats van dat hij af en toe ook

Een stuk hout bewerkt;

Een vakman in een vaste baan is niet duurder

Maar integraal, vriendelijk en rustig

Maar dat – zijn we niet meer…

Helaas.

 

 

De nieuwe opium voor het volk

In onze westerse samenlevingen schijnt er een niet te stoppen tendens te zijn naar het eenzijdig waarderen van oppervlakkig uiterlijk vertoon. Je ziet het heel mooi bij de wat gladdere (sommige mensen zeggen liever commerciële) medemens.

Het mooiste moment om onze commerciële medemens te observeren is als deze zichzelf presenteert. Of het nu in de Tweede Kamer, bij de bakker, op je werk, op een verjaardag of, zoals bij mij recent het geval was, tijdens het geven van een cursus is; altijd dringt zijn neerdrukkende leegte zich aan ons op.

Tijdens deze cursus deed zich eindelijk weer eens de gelegenheid voor om die wat gladdere versie van de Homo Sapiens op mijn gemak van dichtbij te bestuderen.

Ik denk weleens dat degenen die het uiterlijk vertoon wat teveel waarderen, degenen zijn die nog het meeste op de jager- verzamelaars van vroeger lijken. De volgende stap in de evolutie; die naar de landbouwers en stadsbewoners, is in hen nog niet echt gemaakt.

Ze vergeten als het ware om alle plantjes water te geven in plaats van alleen hun eigen plantje, zodat er geen voedsel voor een hele stad maar alleen voedsel voor het eigen ego ontstaat. Waardoor er geen mensen in de omgeving van de stad zijn die tijd hebben voor de toch zo belangrijke landbouw, de handel en dus vervolgens ook niet voor het belangrijkste van alles: de tijd voor contemplatie, die in iedere beschaving altijd na de landbouw en de handel in de steden ontstaat. Het is niet voor niets dat de westerse filosofie ontstond in de Griekse stadstaten.

Onze westerse cultuur stond nog nooit zo ver af van die Griekse cultuur als nu. Iedereen moet tegenwoordig, door het onnadenkende gedrag van de jager… de hele dag jagen. En jagen is een stressvol, oppervlakkig bestaan, met weinig inhoud of diepgang.

Maar de jager heeft een levensgroot voordeel ten opzichte van de landbouwer in ons. De jager kan namelijk veel makkelijker dan wij omgaan met oppervlakkige leegte, zeker als die leegte als enig doel schijnt te hebben het vangen van de prooi die het eigen ego, het eigen voordeel ten goede komt.

Die gave om de oppervlakkigheid te omarmen als je belangrijkste buit is een zegen als je leeft in de neoliberale cultuur waarin wij leven. Dat ook deze jagers daar zelf uiteindelijk net zoveel last van krijgen als de cultuur en vooruitstrevende individuen om hen heen doet voor de jager niet ter zake. Het gaat om het binnenhalen van de prooi.

Het is het trieste lot van enkele van de meest hardnekkige oppervlakkigen om zichzelf niet te willen leren kennen – en zichzelf niet te willen ontwikkelen in de enig mogelijke, vooruitstrevende richting, met als veelzijdigste prooi van allemaal: objectieve waarheid.

Uiteindelijk krijgt de jager overigens altijd overal bulten en eczeem van zijn jacht op de leegte. Geen menstype dat zo snel oud wordt als de jager en geen menstype dat ongezonder, oppervlakkiger, en dus korter leeft. Lichaam en geest moeten goed verzorgd worden als ze lang mee moeten.

De westerse cultuur is tot op het bot geïnfecteerd met deze neoliberale ziekte, misschien met uitzondering van individuen die zich verwant voelen met culturen als die in delen van het zuiden van Europa, en dan met name culturen die gezegend zijn met de veel rijkere Romaanse taal, zoals de Franse en de Spaanse. Maar bijvoorbeeld ook de Griekse, Indiase, Chinese, Latijns Amerikaanse, Indiaanse en Afrikaanse culturen bieden nog moedig weerstand tegen de verdijsselbloemisering van Europa – en de rest van grote delen van de wereld.

Jeroen Dijsselbloem is welhaast de meest begenadigde neoliberale politicus die ik ken. Hard, meedogenloos, binair denkend en volledig versmolten met het neoliberalisme. Ondertussen weet zijn geweten het ook nog zo te verkopen dat hij zelf oprecht denkt een sociaal democraat te zijn. Dat staat net even leuker op verjaardagen. Dan ligt het eigen ego er niet zo dik bovenop – en denkt Thierry Baudet zo af en toe dat je een vrouw bent omdat je je zo sociaal gedraagt, maar dat terzijde.

Onze neoliberale cultuur is onbedoeld vooral de peeskamer voor de schaamte van een Jeroen Dijsselbloem die zich per abuis liet bespringen door xenofobe gekken als Thierry Baudet. De Jeroens hebben namelijk de onfortuinlijke neiging telkens weer in het uiterlijk vertoon van de Thierries van deze wereld te trappen.

Het is daarom niet de vraag waarom Jeroen geen cursus gaat geven, want dat gaat hij ongetwijfeld straks ijskoud gewoon doen, net zoals totale nihilisten als Bert Brussen les geven aan scholen voor journalistiek, zullen mede-neoliberalen Jeroen uitnodigen om de ziekte van het eigen ego verder te verspreiden.

Het is veel meer de vraag waarom de nihilistische lessen die de xenofobie, de oppervlakkigheid (en het daarmee samenhangende nationalisme) ons al sinds mensenheugenis leren, niet gebruikt worden in ons dagelijks leven – en we ons zo angstvallig blijven vastklampen aan Jeroen en zijn neoliberalisme.

Het antwoord is simpel: het neoliberalisme is de nieuwe opium voor het volk geworden. Een systeem met religieuze kenmerken, dat appelleert aan primaire menselijke behoeften als veiligheid en gezelligheid – een systeem bovendien dat de oh zo angstaanjagende roep van het sterkere in onszelf doet verstommen. En dat is zeer welkom in ieder geloofssysteem; het is immers een roep die het waagt continue kritiek op onszelf te uiten. En dat willen we niet horen, omdat we te lui en te bang zijn om vooruit te gaan, naar onszelf, onze eigen individuele natuur. Want wat onder een klamme deken verborgen heeft gezeten, kon wel eens heel erg zijn gaan stinken.

Jeroen Dijsselbloem is geen politicus, maar een hele slechte docent wiskunde, die alleen naar de grote abstracte getallen kijkt, naar de kwantiteit in plaats van de kwaliteit, en zijn slechtste leerlingen verdrinkt in aandacht in plaats van de uitwisseling te bevorderen van objectieve en selectieve informatie, voor alle aspecten van de ontwikkeling – van alle leerlingen, en met extra aandacht voor de besten onder hen.

Sommige mensen zijn iconen van hun tijd. Ander mensen zijn hun tijd ver vooruit.

Dit alles kwam dus in mijn hoofd op terwijl ik oppervlakkig gezien fris geïnteresseerd bij mijn nieuwe cursus tussen mijn mede-cursisten was beland en vol verwachting en dus tot mijn teleurstelling de Jeroen Dijsselbloem van dienst naar binnen zag paraderen.

Terug dus naar mijn cursus, waar ik de neoliberale Homo Sapiens bestudeerde om te kijken waarom die vaak stil blijft staan bij zijn eigen oppervlakkige spiegelbeeld: de jager.

Iedereen weet nog van de middelbare school dat de goede docenten tijdens hun les rustig aan een tafel zaten om alleen heel af en toe op te staan om iets te verduidelijken op het bord, omdat zij hun energie hard nodig hadden voor hun wijsheid en dus geen energie over om druk heen en weer te rennen voor de groep, als een soort verkenner die de groep probeert uit te dagen tot een jacht op het lege niks. Desondanks hebben veel commerciële cursusleiders vooral energie om in een zo mooi mogelijk pakje, met zo recht mogelijke rug, energiek (lees: onrustig) heen en weer te lopen voor hun cursisten. Onderwijl een soort vrolijke onderbroekenlol doserend over de beschikbare tijd en vooral de mede-jagers onder de cursisten op een voetstuk te plaatsen. Zodat de evaluatie door zoveel mogelijk mensen positief wordt ingevuld.

Deze docent was ook zo’n geval, zo’n onrustige verkenner van de hoeveelheid jagers in de groep. Terwijl hij mij en mijn mede-studenten in hoefijzervorm tegenover zich had geplaatst, gebruikte hij de tussenliggende ruimte om rond te paraderen, als een volleerde acrobaat op een circuspaard.

Dit circus werd al jaren door hem en zijn bedrijf verzorgd. Vandaag was er iemand mee die het op termijn van hem over moest gaan nemen. Als die maar niet teveel opstak van zijn drafje, zijn kuur zonder muziek, die hij in ons midden afwerkte.

Terwijl ik moeite moest doen om niet telkens een mede student in zijn of haar gezicht te staren en mezelf in de meest absurde bochten moest wringen om zowel de beamertekst te kunnen lezen als de steeds weer ergens anders opduikende cursusleider te verstaan, ging de jager-verzamelaar in ons midden vrijuit – en kon hij zonder hinderlijk aangekeken te worden, zijn eeuwenoude, inhoudsloze verhaal afdraaien.

Deze man was weer een voorbeeld van het misverstand dat vernieuwing geen integraal onderdeel zou zijn van iedere waarde en iedere waarheid. Het misverstand dat een thema waarin je mensen echt onderwijst stabiel, hetzelfde kan blijven; oftewel überhaupt stil zou kunnen staan.

Zoals hijzelf wel onrustig van de ene kant van de zaal naar de andere draafde, netjes alle TEDx en andere neoliberale presentatie-stoomcursussen uit zijn hoofd toepassend, zo zou de informatie uit zijn cursus zich moeten ontwikkelen; wild, stormachtig, continu verspringend – naar een hoger niveau van wijsheid. Maar svp zonder die ingesleten maniertjes.

Het probleem is dat de nihilist niet wil begrijpen dat onderwijs moet evolueren als onze cultuur. Informatie kan nooit langer dan een dag, een uur, misschien wel een minuut gebruikt worden, cursussen die langer dan een jaar hetzelfde zijn … slaan nergens meer op.

Wijsheid is altijd het zoeken naar objectieve waarheid zonder je er al te lang of obsessief aan vast te klampen. Laat staan dat je jezelf er jarenlang aan vastklampt, zoals onze acrobaat op het circuspaard deed.

Je huwelijk met een bepaald objectief feit moet ieder moment ontbonden kunnen worden, voor het moment dat een objectievere waarheid zich aan heeft gediend.

Dit zodat de studenten aan de universiteit van het leven en de objectieve waarheid die dat leven nodig heeft, zo comfortabel mogelijk objectieve informatie kunnen verwerken voor hun individuele ontwikkeling.

Want er is weinig storender voor je vermogen tot geestelijke groei dan een docent die de inhoud onbelangrijk vind, haar desondanks zegt te kennen en het zich vervolgens parmantig permitteert alleen nog maar met uiterlijk vertoon bezig te zijn, zowel geestelijk als fysiek.

Uiterlijk vertoon dat de inhoud van de informatie die uitgewisseld wordt maar al te graag ondergeschikt maakt aan het in een zo mooi mogelijk pakje met rechte rug en ingehouden buik rondparaderen en jongleren met subjectieve informatie.

Gelukkig weten wij dat de waarheid nooit ondergeschikt gemaakt kan worden aan het eigen ego van de binair en oppervlakkig denkende jager, de neoliberaal pur sang. Nu het volk nog.

De Neoliberale Hemel

‘En Goddeloos is niet hij die de goden van de massa ontkent, maar hij die de opvattingen van de massa met de goden in verband brengt.’1

Joods-Christelijk

Het is niet toevallig dat in een land als Nederland, met zijn vermeende Joods-Christelijke cultuur, in veel vakantiehuizen en hotels naast de bijbel ook ergere dwalingen, zoals interpretaties van het typisch joods-christelijke Oude Testament (oftewel de Thora), geschreven door rechtlijnige en tekstvaste calvinisten als Nico ter Linden te vinden zijn. Onze gevaarlijkste want fanatiekste vorm van conservatisme is ook hierin gelegen, dat we niet alleen iets proberen te conserveren dat niet bestaat, maar voor zover het wel bestaansgrond heeft meteen ook maar even ruim tweeduizend jaar oude ideeën uit het Oude Testament op een listige manier presenteren aan de massa door ze aan elkaar te praten alsof ze zonder problemen voor wijsheid aangenomen kunnen worden in plaats van eerlijk te zijn over hoe gevaarlijk ze feitelijk zijn – voor individuen die gewend zijn het geschreven woord letterlijk te nemen althans.

‘De’ Joods-Christelijke cultuur, die zich onder meer baseert op het Oude Testament, bestaat niet, want wat is dat eigenlijk, een cultuur die de naam van twee religies op zichzelf plakt, en, niet onbelangrijk, waarom willen we juist die cultuur behouden, en niet bijvoorbeeld de nog veel oudere bandkeramische cultuur, van, zoals algemeen wordt aangenomen, de eerste sedentaire bewoners van het gebied dat we tegenwoordig Nederland noemen? Overigens keken de individuen die leefden in die bandkeramische cultuur waarschijnlijker de kunst van landbouw, veeteelt en pottenbakken af van de Starčevo-Köröscultuur. Dus welke cultuur gaan we nu kiezen om te behouden? En ondertussen moeten we ons maar eens de volgende vraag stellen: ontwikkelen we ons niet meer, gezien we blijkbaar een cultuur willen behouden? De eerste mensen die ons land wat permanenter bewoonden pasten hun cultuur al aan; ze werden van jagers- en verzamelaars…boeren. Voorwaar geen geringe prestatie!

Ik zeg het misschien wat vaak, maar dat maakt het nog niet minder waar: iedere zichzelf respecterende cultuur ontwikkelt en vernieuwt zich. Iets willen conserveren zonder dat het aantoonbaar voldoende waarde, oftewel voldoende bestaansgrond heeft, is niet alleen achterlijk, het is ook een teken van de volledige afwezigheid van enige relevante vorm van beschaving. De jager-verzamelaars die rond 5500 voor Christus nog in berenvellen rondliepen en van de natuur leefden zouden ons heel hard uitlachen – zij ontwikkelden zich tenminste nog.

Het Oude Testament is dan ook een boek voor de massa, voor de kudde en de gemiddelde, stilstaande mens die zich daarin bevindt. Het niveau van de ideeën is heel succesvol aangepast aan het doel; een zo groot mogelijke schare volgelingen uit die kudde aanspreken. Het Oude Testament was het eerste schrijfsel dat de onwil om de enorme potentie van democratische waarden te begrijpen uitmuntte. Het is een schrijfsel dat de volgende misvatting als eerste effectief te gelde maakte: als veel mensen iets vinden zal het wel waar of zelfs – godbetert – verstandig zijn.

De decadentie van het Westen

Het instituut kerk met haar bijbel en haar Oude Testament, en dus niet Jezus of individuele Christenen of iets dergelijks, is daarmee de wegberijder voor de huidige decadentie van onze westerse beschaving, van ons neoliberale, neerdrukkende machtssysteem inclusief het onwankelbare geloof in de markt en haar beschermer; een suboptimale want ultra liberale versie van democratie. Beiden gebaseerd op kwantiteit in plaats van kwaliteit doordat ze besluitvorming op basis van de wil van de meerderheid heilig verklaard hebben.

Het Christendom heeft tweeduizend jaar tevergeefs geprobeerd het individu ondergeschikt te maken aan de groep, het neoliberalisme vertoont momenteel de laatste stuiptrekkingen in haar obsessieve drang de eerste dogmatisch ideologie te zijn die de twijfelachtige eer te beurt valt dit nihilistische streven van de Christelijke kerk in zijn eentje toch nog tot een succes te hebben gemaakt, zodat de macht van de meerderheid gebruikt kan worden door die populisten in politiek en bedrijfsleven (het wordt tegenwoordig steeds meer 1) die de meerderheid het meest effectief weten te bespelen.

Tweeduizend jaar stilstand creëerde het neoliberalisme

Het monotheïsme met het Oude Testament als eerste geschreven leidraad, is niet voor niets uitgevonden, het veelgodendom van de daarvóór gebruikelijke natuurreligies werd effectief vervangen – en God werd op een onduidelijke en dus onbereikbare plek boven de mensen geplaatst. Toen God echter nog in alle dingen van de natuur te vinden was en menselijke helden nog Goden konden zijn, toen had de mens nog iets om zichzelf, anderen en de natuur te verheffen. Iets om naar toe te groeien, iets om zichzelf als individu te ontwikkelen. De reden waarom onze Westerse cultuur op het punt staat te verdwijnen is dat ze individuen niet meer optimaal in staat stelt zich te ontwikkelen, doordat ons ultra liberale systeem individuen in de wurggreep van de massa houdt. Tweeduizend jaar stilstand creëerde de ultieme vorm van nihilisme: het neoliberalisme.

Angst voor de sterkere ander

Wij zouden nu als individuen niet meer in staat zijn tot de Neolithische Revolutie, een enorme prestatie van de mensen uit de Bandkeramische cultuur, die ze realiseerden door zich open te stellen voor andere culturen, die de hunebedbouwers uit de Trechterbekercultuur opleverde. Tweeduizend jaar Christendom en het aansluitende neoliberalisme heeft ons als individuen verzwakt doordat ons neoliberale systeem drijft op de angstcultuur die niets zo effectief bevordert als slapte; van individuen en culturen. De angst voor de kracht van de Ander zorgt voor een instinctieve drang veilig op te blijven gaan in de kudde, in het nihilistische neoliberale systeem. Ook als die kudde achteruit de afgrond inrent. In plaats van ons op te trekken aan iemand die sterker en beter is, dwingt het nihilisme ons die ander neer te drukken.

Wij leven in een periode van decadentie, waarin we niet meer willen begrijpen dat absolute vrijheid niet bestaat en waarin zonder het beperken van die vrijheid door de juiste keuzes die met wijsheid gepaard gaan en zonder het garanderen van een zo groot mogelijke vrijheid voor individuen, er helemaal niets te conserveren valt voor de xenofobe conservatieve fanatici, de nationalistische politici die ons, deels zelfs zonder dat ze er zich zelf van bewust zijn, weer in dezelfde chaos willen storten als in de jaren dertig van de 20-ste eeuw. De wereld gaat nog eens ten onder aan idealisten die met ‘de beste bedoelingen’ achterhaalde zaken willen behouden. Spreekwoordelijk gesproken dan, want de vooruitstrevenden zullen in de strijd om het bestaan altijd de doorslag geven volgens de natuurwet van behoud. De Homo Sapiens wil immers maar twee dingen echt: genot en overleven.

De religie van de machtswellust

Met het Oude Testament werd de stilstand van de ontwikkeling van de beschaving van individuen desondanks gewenst en daartoe werden serieuze voorbereidingen getroffen met het op papier verschijnen van haar dwalingen, in steeds meer gezinnen. De Griekse filosofie traditie hield nog een paar honderd jaar moedig stand, maar toen de religie van de liefde dan eindelijk het doel van de schrijvers van het Oude Testament bereikt had en de religie van de machtswellust geworden was, toen ze het neoliberalisme avant la lettre was geworden, oftewel toen het Christendom zo’n duizend jaar later stevig in het zadel zat, toen werd niet alleen de stilstand genadeloos ingezet maar pakte men het nog veel voortvarender aan: men ging psalmen zingend en in de handen klappend in hemelse extase achteruit. Dankzij de ondergangsdrang die een doodsbange kudde kenmerkt. Doodsbang voor het laatste oordeel van de enige die nog wel gezocht werd: de Christelijke God. Alleen een ziekelijke machtswellust kon het gebrek aan echte zingeving en waarden dat samenging met de nakende duistere, vroeg-Christelijke middeleeuwen nog vervangen.

Het sluiten van de Griekse filosofenscholen

In het jaar 529 sloot de keizer van het Oost-Romeinse Byzantijnse Keizerrijk officieel alle ‘heidense’ filosofiescholen; de Academie van Plato, de Stoa van de Stoïcijnen, het Lyceum van Aristoteles en de tuin van Epicurus. Daarvoor in de plaats kwam de filosofie van de middeleeuwen, de scholastiek, die als voornaamste doel had de zoektocht naar wijsheid van de oude Griekse filosofen om te buigen in een zoektocht naar de Christelijke God. Het heeft ongeveer 1500 jaar geduurd voordat het westen weer wakker schrok, dankzij individuen die toch weer rationeel gingen nadenken met behulp van de dialectiek en de logica. Pas in de 17-de eeuw werd de metafysische vorm van filosofie die de scholastiek was zelf weer teruggebogen, dankzij de overgeleverde kennis over de ratio, de daarvoor benodigde dialectiek en de aangeboren behoefte van de Homo Sapiens aan rationeel denken, wijsheid en beschaving. Een aangeboren behoefte die 2000 jaar Christendom niet heeft weten uit te wissen. Onder andere doordat de geschriften van Aristoteles dankzij de Moorse koningen van Andalusië (AL Andalus) via de islamitische filosoof en homo universalis Averroes bekend werden bij 17-de eeuwse filosofen als Spinoza.

Slechte ideeën

Wat Christendom en andere monotheïstische religies wel hebben bereikt is een aangeboren neiging in onze cultuur (of misschien ook wel in de gemiddelde mens zelf?) ons te conformeren aan de macht, uit overgeleverd instinct tot zelfbehoud. Dat zou de bijdrage van de vele inquisities kunnen zijn. Inquisities die ieder suboptimaal machtssysteem nodig heeft wanneer het zich willens en wetens op slechte ideeën blijft baseren en daarvoor niet zonder het neerdrukken van de vooruitstrevende individuen onder de invloed van dat systeem kan. Hoe het Oude Testament die stilstand als kenmerk van het Christendom dan voorbereide? Met een heel scala aan slechte ideeën, waaronder:

  • Stellen dat er 1 God is;
  • Zeggen dat deze ene God alle dieren naar hun aard schiep, behalve de mens;
  • Die schiep hij naar zijn eigen voorbeeld;
  • Waarna er eerst de stelling volgt dat de mens moet heersen over de dieren;
  • Vervolgens (bladzijden lang) dat hij zich moet voortplanten;
  • Om alleen nog af te sluiten met het gebod de aarde te bewerken.

De mens is volgens het Oude Testament dus niet alleen een evenbeeld van God, het is ook – en begrijpelijkerwijs voor een beginnende religie – een variant op God die meer dan een dier is en wel eentje die dieren mag gebruiken voor zijn eigen voordeel, en hij moet ook vooral zorgen dat er meer van dat soort kleine Goden komen, die ook weer de natuur uit gaan buiten ‘omdat het geschreven staat’. Want daar komt dit alles natuurlijk op neer als je de mens, jouw evenbeeld, op deze manier boven de dieren zet en hen gebiedt de aarde en andere schepsels dan die mens te gebruiken voor je eigen voordeel. Zie hier het door het christendom gerechtvaardigde misverstand dat we het ego van de diersoort mens (met alle respect, maar toch echt een apensoort) in plaats van het ecosysteem aarde zouden moeten conserveren.

De Rationele Ecolutie naar de Homo Universalis

Gelukkig weten wij wel beter. Wij snappen wel dat we juist het ecosysteem aarde moeten conserveren en de individuele mens moeten ontwikkelen, moeten opvoeden tot beschaafde en dus vooruitstrevende wereldburgers, tot homo universalis dus, in de Rationele Ecolutie. Averroes was zijn tijd ver vooruit…Maar ons weten neemt niet weg dat een religie als het Christendom in potentie bij degenen die haar teksten letterlijk nemen (en dus lui nadenken) bewerkstelligt dat zij hun leven lang niet zichzelf zoeken, maar de God uit de bijbel. Een zoeken nota bene naar een aanname waarvoor nog nooit ook maar 1 enkel bewijs is geleverd in de geschiedenis van de mensheid. Naast het gevaar dat mensen niet meer op zoek gaan naar zichzelf speelt daarbij echter nog een veel groter en ernstiger gevaar.

Het kwaad van de tuin van Eden

Het gevaar namelijk dat ontstaat door het Oudtestamentische bijbelverhaal over de tuin van Eden. De moraal van dat verhaal is dat de mens niet van de boom van kennis van goed en kwaad mag eten. Want hoewel we naar zijn aard geschapen zijn: die tuin is van God, en niet van ons. De reden dat ieder integer mens, oftewel iedereen die zoekt naar wijsheid over zichzelf en de wereld om hem heen, geen rechtlijnige gelovige kan zijn, is dat hij zich niet senang kan voelen bij het letterlijk nemen van die dekselse bijbeltekst over goed en kwaad. Zonder een juist besef van goed en kwaad stevenen wij immers allemaal af op chaos en geweld en, in het ergste geval, op oorlog. Het is niet voor niets dat in deze decadente tijden, nu onze neoliberale westerse cultuur als logische opvolger van het ooit net zo machtige en neerdrukkende Christendom zo op haar retour is, die stervende neoliberale westerse cultuur overal ter wereld haar politieke, economische en militaire bemoeienis in alle hevigheid opvoert. Het is het teken van haar zwakte en van het feit dat haar neergang op een onvermijdelijk wijze is ingezet dat ze individuen overal ter wereld met politieke, economische en militaire middelen haar macht probeert op te leggen. Wat Hitler met nazi Duitsland echter niet lukte gaat ook nu niet lukken. De xenofobe conservatieve fanatici zullen eeuwig het onderspit blijven delven in de strijd om vooruitgang van het individu.

Het Oude Testament heeft dus een theorie bedacht die chaos, geweld en zelfs oorlog als gevolg van de xenofobe haat voor de Ander, rechtvaardigt door een verbod op het zoeken naar kennis van goed en kwaad. Alle kwaad begint immers met het lastigvallen van de gerechtvaardigde vrijheid van een ander individu die niet tot jouw groep behoort, die niet aan jouw subjectieve waarde-oordelen voldoet, van individuen die wel kennis van goed en kwaad willen hebben bijvoorbeeld. Jezus heeft daar weliswaar als individu tegenwicht aan proberen te bieden door het toekeren van zijn andere wang en zijn boodschap van liefde, maar het leed was toen al lang geschiedt: het Oude Testament was al een onlosmakelijk onderdeel van het Christendom geworden nog voor Jezus stierf aan het kruis.

De haat heeft Jezus vermoord, Jezus zelf is die haat met een boodschap van liefde tegemoet getreden, de bijbel heeft een poging gedaan die boodschap van liefde te vertalen. De Christelijke kerk en haar opvolger, ons neoliberale geloofssysteem, is daar echter zeer slecht in geslaagd. De boodschap van liefde wordt desondanks gehoord door een groot deel van de wereldbevolking, maar de 40 tot 60 % xenofobe conservatieve fanatici die de mensheid rijk is konden, zeker wanneer ze bijbelteksten wat te letterlijk nemen, de slechte ideeën, het kwaad, dankzij de bijbel weleens zonder enige gewetenswroeging omarmen. De verlossing is er immers voor iedereen, die goede man Jezus is voor onze zonden aan het kruis gestorven!

Het grootste kwaad is daarmee de Neoliberale hemel, de joods-christelijke cultuur. Voldoen aan haar belangrijkste gebod: niet eten van de vruchten van de boom der kennis van goed en kwaad, zorgt al ruim tweeduizend jaar voor telkens oplaaiende vormen van haat, chaos, geweld en oorlog. Om de machtswellust van enkelingen te bevredigen wordt de massa doelbewust op een dwaalspoor gebracht met betrekking tot kennis van goed en kwaad. Wat wij nodig hebben is een nieuwe opvoeding die de kennis van Goed en Kwaad weer centraal stelt, maar nu als de belangrijkste kennis die we kunnen verkrijgen: door middel van het geloof in het bestaan van objectieve waarheid en wijsheid.

Dat ik dit opschrijf betekent trouwens ongetwijfeld dat ik volgens goede kerktraditie niet in de hemel zal komen. Ik kan alleen maar hopen dat ik mij dan in de hel in het goede gezelschap zal bevinden van mijn oude vrienden Aristoteles, Averroes, Spinoza, Nietzsche, Russell, en wellicht ooit Michel Onfray.

  1. Epicurus in zijn ‘Brief aan Menoeceus’

Duurzaamheid

DE vraag van vandaag is wat duurzaamheid eigenlijk is. Want duurzaamheid is inmiddels hot geworden. Gelukkig kun je er iedere definitie aan geven, omdat het een woord is wat voor meerdere uitleg vatbaar is. Mijn definitie zou zijn:

Een kans is duurzaam als de bijbehorende acties in een gegeven situatie het natuurlijk ecosysteem objectief aantoonbaar het meest optimaal verbeteren.

Duurzaamheid is per definitie integraal: omdat het betrekking heeft op het ecosysteem aarde, en dus op alles wat wij hier op aarde kennen. Dit betekent bijvoorbeeld dat duurzaamheid naast op ons milieu ook van toepassing is op sociaal, politiek en economisch gebied. Omdat de manier waarop wij de kansen voor duurzame ontwikkeling van deze onderwerpen hebben opgepakt, met al dan niet duurzame acties, effect heeft op het ecosysteem aarde.

Nu we een definitie hebben is het goed een aantal concrete voorbeelden te geven van duurzame kansen. We focussen hierbij op de stad en het omringende land (inclusief lucht, water en andere onderdelen van het plaatselijke ecosysteem) in plaats van op kunstmatige systemen en de daarvan afgeleide instrumenten of niet-integrale cijfermatige doelstellingen. Binnen deze afgeleiden van het natuurlijk ecosysteem focussen we weer op de te organiseren zaken. Dat betekent dat we ons bezighouden met duurzame individuen en de manier waarop ze binnen dat natuurlijk ecosysteem stad, land en individuen zo duurzaam mogelijk kunnen ontwikkelen.

Een duurzame stad heeft duurzame bestuurders: de koplopers.

Alle discussie over participatie ten spijt is het aantoonbaar zo dat er geboren leiders nodig zijn om de lijnen uit te zetten. Duurzame leiders die de intrinsieke behoefte voelen zich ook na hun geboorte duurzaam te blijven ontwikkelen. En zoals we eerder zagen, kan alleen de Avant-garde die duurzame leiders leveren. Dat die leiders burgers meer of minder betrekken bij hun keuzes door het gesprek over hun ideeën aan te gaan is evident. Maar het misverstand van deze tijd lijkt te zijn dat de burger zou moeten bepalen wat de bestuurder besluit. Een dergelijke bestuursvorm is echter nogal ondoordacht; ze leidt namelijk tot niets anders dan stilstand en achteruitgang. De mening van de meerderheid is vrijwel nooit de objectief aantoonbaar juiste basis voor het nemen van beslissingen. Reden zijn vaak de media en de haatpredikers: twee partijen die met demagogie een deel van het volk weten te misleiden in wat goed voor hen is. Vandaar dat we in ons sub-optimale democratische systeem hebben gekozen voor zogenaamde evenredige vertegenwoordiging. Of met andere woorden: een soort buffer tegen het misleide deel van de meerderheid.

Halen we die buffer weg zonder objectief aantoonbaar duurzame keuzes voor verbetering van ons democratisch systeem te maken dan leidt zo’n bestuursvorm tot een nihilistische maatschappij. Onze eigen neoliberale samenleving is zo langzamerhand een goed voorbeeld van zo’n nihilistische maatschappij aan het worden. Het besef van het belang van (het ontwikkelen van) duurzame waarden is inmiddels vrijwel volledig verdrongen door de behoudzucht van de status quo en het eigen ego. Er is dus niets duurzaams aan een maatschappij die de mening van de meerderheid als ijkmiddel gebruikt voor het nemen van besluiten, omdat daar het natuurlijk ecosysteem niet door verbeterd wordt.

Een geboren leider is altijd een koploper; iemand die voorop loopt dus. Leiden zonder voorop te lopen slaat immers nergens op. En dan hebben we het hier dus over voorop lopen bij de objectief aantoonbaar noodzakelijke vernieuwingen. Vernieuwingen dus die noodzakelijk zijn voor duurzame ontwikkeling. Dat zijn tegelijkertijd de vernieuwingen die onvermijdelijk plaats zullen vinden. Ze kunnen alleen tijdelijk tegengehouden worden – door bestuurders die geen koploper, en dus geen progressieve vernieuwer zijn. Het is dus veel meer de vraag hoe snel we vooruitgaan, dan of we vooruitgaan als individuen. Te snel, in de vorm van een revolutie, is niet goed; omdat dat voor chaos en geweld kan zorgen. Maar te langzaam is ook niet goed, omdat dat voor een sub-optimale maatschappij kan zorgen en dus voor individuen die neergedrukt worden door een sub-optimaal systeem.

Bestuurders die niet van nature voorop willen lopen passen slechts op de winkel van een kunstmatig en dus sub-optimaal systeem. Het zijn de eeuwige tussenpauzen, tot een betere situatie zich aandient. Maar de Rationele Ecolutie, de evolutie naar individuen die, met gevoelens als belangrijkste leidraad voor hun aangeboren talent en inzicht, alleen de ratio nog gebruiken om de objectief aantoonbaar juiste keuzes te maken, moet ons nu juist brengen van een maatschappij die in dat kunstmatige systeem het eigen ego en de mens en haar cultuur wil behouden door inferieure leiders in het zadel te houden, naar een duurzame maatschappij die ecosysteem aarde wil behouden en de mens en haar cultuur wil verbeteren. Kortom: de zichzelf verbeterende mens; de duurzame leider die vooroploopt naar de nieuwe, objectief gezien noodzakelijke, situatie is degene die een samenleving van individuen zou moeten besturen om deze optimaal duurzaam te laten ontwikkelen.

Van op macht gebaseerde visie naar op inzicht gebaseerde invloed. Een belangrijk onderdeel van de Rationele Ecolutie is het verbeteren van onze democratie, ons politieke systeem. Tot nu toe functioneerde dat altijd door op macht gebaseerde visies te verkopen aan zoveel mogelijk kiesgerechtigden. Een voorbeeld van de volledige controle van het neoliberalisme over de democratie: ook in de democratie zoals wij die nu kennen bepaalt de marktwerking wat goed is en wat niet. Net zoals de Hema goed draait als er voldoende worsten verkocht worden, draait een politieke partij als er voldoende leden zijn, en voldoende stemmen op de binnen de partij zelf overigens nauwelijks democratisch tot stand gekomen kieslijst.

Deze Jakobijnse vorm van democratie, ontstaan tijdens de Franse revolutie, loopt op haar laatste benen. De roep om vernieuwing schreeuwt ze inmiddels van de daken. En daarbij zijn referenda slechts een weinig duurzame teruggang naar een beginstadium van onze westerse democratie. Een beginstadium dat, aan het eind van de 18-de eeuw, gekenmerkt werd door vele tienduizenden mensen die op bevel van journalist (!) Jean-Paul Marat naar de guillotine werden afgevoerd. Al die doden waren nodig voor de Franse voorganger van onze westerse democratieën. Een voorganger die vooral een totalitaire vrijheidsideologie was – die bang was voor andersdenkenden. En die andersdenkenden werden met (sub-optimale) democratische middelen, zoals referenda onder de eigen aanhang, en aangevuurd door xenofobe conservatieve fanatici als Marat, meedogenloos vermoord. De Franse revolutie was in die zin de wegbereider van de neoliberale democratieën van vandaag, die immers overal in verre buitenlanden andersdenkenden vermoorden, maar ook van de democratisch gekozen, en door de journalistiek aangejaagde xenofobie aan de macht.

Maar wat moeten die duurzame bestuurders dan concreet willen, als we echt duurzaam willen zijn in stad en land?

Duurzame energie. 

De energiehuishouding moet slim en dynamisch zijn. Dat betekent dat het einddoel geschetst moet worden en de weg ernaartoe, ook wel de transitie-fase genoemd, moet helder beschreven zijn, zodat iedereen weet wat de toekomst is en hoe we daar komen. Dat het einddoel een stad moet zijn die energie levert in plaats van energie verbruikt is evident. Dat in die stad burgers zelfvoorzienend zijn door de meest optimale vormen van isolatie en energie-opwekking en -opslag, ook. Maar hiermee zeggen we dus ook dat off-grid nieuwbouw de toekomst is, oftewel gebouwen die losgekoppeld zijn van zowel het aardgas- als van het elektriciteitsnetwerk. Dat dat voor bestaande bouw en lopende nieuwbouwprojecten onhaalbaar is doet daar niets aan af. We slaan straks het kleine beetje door onszelf opgewekte energie natuurlijk op in een batterij en laten dat gedurende de dag vrijkomen voor onze dagelijkse behoefte. Auto’s worden straks allemaal zelf-ladend door in het dak geïntegreerde zonnepanelen. Een bedrijf als Sono Motors brengt in 2017 al het eerste, betaalbare, model op de markt. Energie wordt kortom volledig elektrisch in de toekomst. Fossiele energiebronnen zullen nu zeer snel verdwenen zijn. Benodigde plastics zullen biobased en waar mogelijk biodegradable zijn, natuurlijk nadat we eerst bespaard hebben op de situaties waarin we überhaupt producten van plastic nodig hebben.

En hoe worden die duurzame bestuurders dan gekozen?

Democratie. 

In de duurzame stad van de toekomst worden bestuurders gekozen uit alle burgers. Of die bestuurders nu eerst at random in een grote groep geselecteerd worden aan de hand van criteria voor duurzame ontwikkeling van zichzelf (visie, inzicht en lef) en de maatschappij (objectief aantoonbaar concrete genomen besluiten of bereikte duurzame resultaten) waarna ze zichzelf online voorstellen aan het publiek zodat iedereen aan de hand van een al dan niet goed verhaal op de aspirant bestuurder kan stemmen, of dat alle burgers zelf kans maken bestuurder te worden en alleen maar een goed verhaal online moeten plaatsen, het belangrijkste is dat gelijke kansen en transparantie samen met het internet ervoor zorgen dat alleen de objectief aantoonbaar besten naar boven komen drijven, en niet degenen die zich omhooggewerkt hebben door kleurloos, populistisch, of demagogisch te zijn. De machtswellust leidt tot niets in de politiek. Een goede duurzame bestuurder zit er niet voor zichzelf maar voor de burger en het ecosysteem aarde en wil beiden in de rol van bestuurder ontwikkelen omdat hij/zij daar het best voor in de wieg gelegd is en zichzelf daarvoor het best ontwikkeld heeft.

Vervolgens vind het stemmen op de zeer uitgebreide kandidatenlijst die open is voor zoveel mogelijk individuen, ondanks al het (conservatieve) geneuzel over privacy, online plaats via een beveiligde verbinding waarop is ingelogd vanaf een digid-achtig account. Tot zover een eerste schets van de meest logische details van de nabije toekomst voor onze democratie. En logica is iets belangrijks in die democratie van de toekomst. We moeten ons er namelijk bewust van zijn dat wanneer we de ratio toepassen op dit democratische systeem vooruitgang onvermijdelijk is voor dit systeem. Het is alleen de vraag hoe snel die vooruitgang plaatsvindt en of het systeem vooruitstrevend, vernieuwend blijft, door bestuurders die hun eigen weerstand creëren; om zichzelf en het systeem kritisch te bevragen, om haar te kunnen vernieuwen – met weer een nieuwe lichting aantoonbaar betere bestuurders. De democratie van de toekomst zal dus ook en vooral een dynamisch systeem moeten zijn.

Een duurzame democratie is een democratie zonder partijen, met uitsluitend onafhankelijke kandidaten. Een duurzame democratie is bovendien een democratie die een veiligheidsklep inbouwt voor het moment dat het systeem objectief gezien vernieuwd dient te worden omdat nieuwe inzichten ervoor zorgen dat het systeem duurzamer ontwikkeld kan worden. Op zo’n moment mag het niet meer kunnen gebeuren dat, zoals nu wel het geval is, de zittende bestuurders vernieuwingen, zoals de Rationele Ecolutie naar een partijloze democratie met onafhankelijke kandidaten, tegenhouden met argumenten die irrationeel en alleen bedoeld zijn om het eigen ego en de status quo te behouden. De partij-democratie zal volledig verdwijnen omdat ze een sub-optimaal onderdeel is van een democratie en we zullen in de nabije toekomst alleen nog onafhankelijke kandidaten hebben voor de positie van duurzame bestuurder, omdat een onafhankelijke kandidaat wel zonder last en ruggespraak de vooruitgang naar een objectief betere, duurzame wereld ter hand kan nemen.

Economie.

Alles wat geldt voor de democratie geldt ook voor grote zowel als kleine organisaties. Gelijke kansen voor iedereen en transparantie over wat je waarom doet, wat dat het bedrijf, de werknemer en de burger kost, waar de winst van de organisatie naartoe gaat en in welke verhoudingen naar welk doel, inclusief een transparant overzicht van alle salarissen, hoeveel er geleend wordt, waarvoor en van welke (duurzame) instelling.

Duurzame ontwikkeling.

Voor het onderwijs in de duurzame toekomst geldt dat duurzame opvoeding en continue duurzame ontwikkeling de basis zijn van alle verbetering. Ook binnen het onderwijs moet echt talent, van zowel student als docent herkend en erkend worden zodat ook hier weer de besten de andere individuen opvoeden en ontwikkelen. Daarbij geldt ook: behoud het goede en ontwikkel het slechte. Het is tijd om te stoppen het onderwijssysteem eens in de zoveel tijd volledig om te gooien. Echte keuzes voor de meest optimale onderwijs- en ontwikkel vormen en een keus voor de juiste doelen die daarbij horen zorgen er al voor dat de inferieure onderwijsvormen duidelijk worden, vanzelf kleiner zullen worden en uiteindelijk, dankzij de Rationele Ecolutie, geheel zullen verdwijnen.

Vrijheid.

Een echt duurzame bestuurder zorgt voor een zo groot mogelijke vrijheid voor iedere individuele mens; met alleen een grens aan die vrijheid wanneer die vrijheid een ander individu of de mogelijkheden voor duurzame ontwikkeling van een ander individu objectief gezien lastigvalt.

Het opheffen van neerdrukkende systemen.

Een echt duurzame bestuurder onderzoekt en gebruikt de mogelijkheden van het postanarchisme voor het verbeteren van de individuele vrijheid, door het opheffen van zoveel mogelijk onnodige neerdrukkende systemen en regels die de duurzame ontwikkeling van mens en maatschappij objectief gezien vertragen zonder daarmee voldoende voordelen te bieden voor die duurzame ontwikkeling.

Het instellen van de Laïcité.

Een duurzame bestuurder staat een strikte scheiding van kerk en staat voor, dat wil zeggen een scheiding van kerk en staat op de inhoud, en niet op de vorm. Iedereen is dus volledig vrij om zichzelf te kleden zoals hij of zij wil (daarmee val je namelijk niemand lastig in zijn of haar eigen vrijheid), maar religieuze uitingen, in woord of geschrift, mogen niet in openbare instanties te horen of te lezen zijn. Dus ook niet in de Tweede Kamer. Een openlijk Christelijk staatshoofd, zoals we die nu kennen, zal dan ook verdwijnen in de duurzame toekomst, net als Christelijke partijen. Bovendien moet ook de president of het staatshoofd op een transparante manier, met gelijke kansen voor iedereen, gekozen worden in plaats van door geboorte aangesteld te worden. De reden van dit alles is eenvoudig: mensen een boven-natuurlijke en dus onbereikbare want niet-bestaande God voor te houden is, samen met het geloof in een fantasieloos hiernamaals dat ons in de werkelijke, zeer relatieve, relevantie van ons bestaan doet berusten is in en in nihilistisch, zoals we eerder al zagen. Zonder scheiding van kerk en staat op bovenstaande wijze doet een bestuurder dus niet aan optimale duurzame ontwikkeling van individu en maatschappij maar behoudt ze een achterhaalde situatie die negatieve energie geeft aan individuen en hen daarmee lastigvalt en op zijn best doet stilstaan, als ze niet mee genomen worden in de achteruit van de haatpredikers onder de xenofobe conservatieve fanatici.

Het creëren van gelijke kansen voor ieder individu.

Mannen, vrouwen, mensen met verschillende religieuze of andere overtuigingen, mensen afkomstig uit verschillende gebieden of met roots in verschillende gebieden, mensen met een andere kleur of een andere, oudere leeftijd dienen door duurzame bestuurders gelijke kansen gegeven te worden. Dit betekent dat duurzame bestuurders xenofobie (en niet het niet-bestaande racisme, omdat rassen niet bestaan) beter gaan definiëren, lokaliseren en aanpakken. We moeten daarbij nadat we het gedefinieerd hebben accepteren wat xenofobie is, namelijk iets menselijks, en toegeven dat mensen, en sommige individuen meer dan andere, onderwezen en ontwikkeld moeten worden over het belang van diversiteit, van mensen en culturen voor de noodzakelijke duurzame ontwikkeling naar een betere wereld.

De apensoort mens heeft namelijk als enige diersoort de kans zichzelf weloverwogen te verbeteren, en niet alleen door zichzelf te ontwikkelen, maar ook door zijn partners (degenen waar hij voor kiest mee om te gaan in zijn leven) objectief uit te kiezen vanwege zijn of haar objectief aantoonbaar sterkere kanten, en daarmee zichzelf, die partners en wellicht zelfs de kinderen die uit die relaties vloeien op te stuwen in de eeuwige evolutie van de individuele mens naar een hoger beschavingsniveau. Alleen door gelijke kansen kunnen wij na een duurzame ontwikkeling een kosmopolitische, diverse en dynamische cultuur krijgen – met steeds meer individuen die zichzelf ontwikkeld hebben tot de duurzame mens van de toekomst: de kosmopoliet, oftewel de Homo Universalis.

Echte keuzes.

Wat ten slotte belangrijk is voor duurzame bestuurders om een echt duurzame ontwikkeling op gang te brengen is het maken van echte keuzes. Dus geen keuzes om de meerderheid te vriend te houden of het eigen ego te vergroten danwel de status quo of de eigen machtspositie te behouden.

Echte, rationele en transparante keuzes om de omslag naar een duurzame samenleving op sociaal, politiek, milieu en economisch gebied te bevorderen:

Die keuzes zijn nog het meest eenvoudig voor vervoer, energie en voedsel. Duurzame bestuurders bewerkstelligen:

  • een volledig elektrisch en groen vervoer
  • een volledig elektrische en groene energievoorziening
  • volledig zelfvoorzienende en energie-leverende steden en gebouwen
  • volledig ecologisch verantwoord gebouwde en onderhouden gebouwen en gebieden
  • een volledig biologische landbouw
  • een volledig biologische voedselketen

Verder zorgen duurzame bestuurders voor:

Echte keuzes voor het ontwikkelen van een objectieve selectie van talent. In het onderwijs, de politiek, de overheid en bij de immigratie. Wat betreft de immigratie: kom op duurzame bestuurder, het kan toch anno 2016 niet meer zo zijn dat we als enige criterium voor immigranten hebben dat ze afkomstig moeten zijn uit een oorlogsgebied waar ze niet meer naartoe terug kunnen. Ook immigranten moeten we, net als de hier al verblijvende individuen, aangeven wat we wel willen en niet wat we niet willen (terroristen, xenofobe conservatieve fanatici etc.) want dat laatste is zo langzamerhand meer dan logisch: dat zijn immers de potentiële haatpredikers die voor het tegengaan van duurzame ontwikkeling van maatschappij en individuen kunnen zorgen en dus in potentie voor chaos en geweld.

Het opheffen van een aanvalsleger, en het volstaan met een klein en flexibel inzetbaar verdedigingsleger. Het is hoog tijd voor duurzame bestuurders om te stoppen met buitenlandse militaire avonturen. Het verleden heeft bewezen, lang voor de onvoorstelbaar absurde, bemoeizuchtige en bloedige kruistochten, dat we niet alleen niets te zoeken hebben in verre buitenlanden met onze militairen, maar de plaatselijke situatie bovendien alleen maar gevaarlijker maken met onze totaal ongepaste bemoeienis. Laat vrije individuen overal ter wereld vrij zijn – zo lang ze jouw vrijheid niet beperken.

Echte keuzes voor staatsmedia met inhoud. Echt duurzame bestuurders maken echte keuzes die ervoor zorgen dat alle media uitingen die betaald worden door de staat niet het zoveelste slappe neoliberale aftreksel zijn die stilstand en achteruitgang bevorderen met plat vermaak en inhoudsloos tijdverdrijf. Kwaliteit moet weer de boventoon voeren als we betalen voor media uitingen. De kosten mogen niet meer opgaan aan bekende gezichten of stemmen die niet op basis van hun inzicht en invloed op de duurzame ontwikkeling, maar op basis van hun op macht gebaseerde visie zendtijd krijgen. Die kosten moeten gestoken worden in het sturen op media uitingen die duurzame ontwikkeling van individuen en dus de maatschappij bevorderen, in het weghalen van storende reclamezendtijd, in het verbeteren van onze cultuur kortom. Een dagje kijken in de studio van een Belgische, Franse of Duitse kwaliteitszender zou verplichte kost moeten zijn voor iedere duurzame bestuurder. Daar kunnen wij in Nederland schrikbarend veel van leren.

Tot zover een eerste schets van wat duurzaamheid wat mij betreft zou moeten zijn. Een basis die uiteraard verder ontwikkeld moet worden. Daarvoor ben je echter zelf aan zet, mocht mijn duurzaamheid ook die van jou zijn.

De zorg is een zieke markt geworden

Management door standaardisering, uniformering en het opknippen tot de verkeerde delen is een teken van gebrek aan talent voor leidinggeven. Het wordt vaak gedaan door luie mensen zonder visie en inzicht – en door politici.

Sinds kort ben ik gespreksleider van een gespreksgroep waaraan ook bejaarden deelnemen. Bejaarden die een bejaardentehuis niet meer in mogen omdat ze psychisch en lichamelijk niet ziek genoeg zijn volgens de nieuwe regels van de overheid, de WMO. Zogenaamd om kosten te besparen wordt in feite de onbewuste drang naar asociale omgangsvormen gecultiveerd met het maar weer eens herhalen van de mantra van de markt.

De geestelijk verzorger die vroeger deze gespreksgroep leidde mag dat nu niet meer doen; een groepsgesprek is volgens de nieuwe regels geen geestelijke verzorging meer, zeker niet als er ook mensen meedoen die niet onder betreffende geestelijke verzorging vallen. Mensen die in de buurt van het verzorgingstehuis in een aanleunwoning wonen bijvoorbeeld.

Het opknippen tot de verkeerde delen heeft ervoor gezorgd dat een integraal aspect van een beroep, het in een groepsgesprek bespreken van levensvragen, niet meer uitgeoefend kan worden met de ouderen die daar behoefte aan hebben. Wat wel goed en strikt geregeld is, is dat de oudjes ondertussen van de zorginstelling ter plekke per pin moeten betalen voor het bijwonen van de gespreksgroep, die overigens begeleid wordt door vrijwilligers. De nieuwe tijd is meedogenloos voor haar eigen en ons geheugen. Zij weet niets meer, wij proberen te vergeten.

Ook de medische wereld is verworden tot een enigszins chaotisch geheel. Door het alomtegenwoordige gebrek aan logisch verstand, visie en inzicht bij degenen die de besluiten nemen. Hoog tijd dus voor wat opbouwwerk. Gelukkig zal veel vanzelf gaan, omdat de Rationele Ecolutie objectieve besluiten voor verbetering zal afdwingen. Binnen afzienbare termijn zullen we bijvoorbeeld een cyclische beweging zien in de ouderenzorg. Al was het alleen maar zodat minder valide mensen degenen die hen uit bed komen halen weer mogen vragen dan ook van beneden de krant even mee te nemen en degenen die hen onder de douche komen zetten ook accepteren dat iemand liever niet meer doucht – maar wel graag naar de wc wil. Ook als dat niet past in de regels die, zonder zicht op de werkelijkheid, het werk van een verzorgende omschrijven. Oftewel in het algemeen zodat individuele patiënten weer de zorg krijgen die zij nodig hebben en niet de zorg die de verzorgende moet verlenen vanuit de verkeerde motieven; motieven die zaken efficiënter en dus uniformer en daarmee economischer moeten maken, in plaats van – objectief aantoonbaar – kwalitatief beter.

Ons sociale systeem en dus ook de gezondheidszorg wordt verziekt. Aan de basis van deze ziekte staat de westerse versie van democratie en economie, die niet leiders maar irrationele managers, bestuurders en politici aan het roer zet van een nihilistisch, neoliberaal systeem. Mensen die door gebrek aan leiderschap en zonder visie en inzicht weinig verder kunnen kijken dan het eigen ego. Achteruitgang is een keuze, en dit trio van talentloze machtswellustelingen kiest daar iedere keer weer zorgvuldig en zeer bewust voor. De mantra van de markt ondersteund hen hierbij volledig. Maar volledig ten onrechte.

Niet een sociaal netwerk, maar artsen, zorg-managers en vooral bestuurders en politici gaan heden ten dage sociale problemen te lijf, en wel met uniformering van een in de basis fout systeem dat vooral leidt tot het zo efficiënt en winstgevend mogelijk oplossen van problemen – in plaats van het voorkomen van problemen. Spil in dit foute systeem: de productie en verkoop van chemische preparaten die we medicijnen noemen. Terwijl artsen nog steeds op geen enkele manier kunnen bepalen wat de effecten zijn op ons interne ecosysteem van de vooral synthetische medicijnen die ze voorschrijven, worden ze meer dan ooit voorgeschreven. Het is een enorme business geworden, zonder dat iemand weet wat de effecten van het medicijn zijn op de rest van het lichaam.

Al zou met name het fanatiek conservatieve deel van de wetenschappers het maar al te graag willen, voor God spelen; sommige geheimen van moeder natuur kunnen wel ontrafeld, maar niet ‘opgelost’ worden. Wel bewonderd; vanwege haar verleden, heden en toekomst en haar objectief aantoonbare mogelijkheden voor vooruitgang. Aangemoedigd door wetenschap en bedrijfsleven blijven artsen desondanks veel te veel en vaak de verkeerde, synthetische, medicijnen voorschrijven. De gevolgen zijn onduidelijk voor de gezondheid, maar overduidelijk voor de gezondheidszorg. Niet alleen de kosten daarvan rijzen de pan uit, ook het aantal zieke mensen. De vergrijzing vormt voor politici, bestuurders en zorgmanagers een welkom rookgordijn van cijfers, maar ondanks dat zijn we echt niet steeds minder gezond doordat de baby-boom generatie en hun ouders ouder worden. Dat is een misverstand dat ontstaat door denken in kwantiteit in plaats van in kwaliteit.

Ziek worden en beter maken heeft weinig te maken met leeftijd als wel met gezond leven en dus preventie. En dat laatste is, hoewel de wetenschappelijke bewijzen zeer overdadig aanwezig zijn (1), niet interessant. We blijven de meest vieze en objectief aantoonbaar ongezonde dingen eten, drinken, roken en anderszins gebruiken. Tegen de vaak onbewuste menselijke drang tot zelfdestructie lijkt geen medicijn opgewassen.

Uiteraard is er dan ook in de gezondheidszorg een zeer perverse prikkel, de olifant in de kamer die niemand zegt te zien. Hoe meer mensen ziek zijn, hoe meer degenen die werken in de gezondheidszorg natuurlijk verdienen! Zelfs de verzekeraar, die dankzij de mantra van de markt inmiddels zonder daar de benodigde vorm van ambitie voor preventie en terugdringen van het gebruik van (niet-natuurlijke) medicijnen bij te hebben, namelijk met uitsluitend economische motieven als leidraad, bepaald welke behandeling wel en welke niet vergoed wordt.

De wetenschap heeft over het algemeen geen benul welk symptoom het gevolg is van welk echte probleem, en artsen dus ook niet. Maar artsen volgen de wetenschap desondanks over het algemeen blindelings. Op het gevoel van de patiënt, eeuwenoude wijsheden en out of the box ideeën voor aanpak van de basis van het probleem; een ongezonde leefwijze, durven we nauwelijks te vertrouwen. Dieper nadenken en doorvragen wordt gezien als een teken van zwakte van de wetenschap zelf. Een zwakte die tijd en dus geld kost. Er zijn dus moeilijk te interpreteren symptomen maar ‘gelukkig’ duidelijke handboeken, regels en formats en natuurlijk de vele medicijnmerken van de grote farmaceutische bedrijven die na toelating door de overheid vooral passen bij het etiket dat de zorgverzekeraar patiënten opplakt.

De manier waarop omgegaan wordt met de ziekte van lyme is een treurig stemmend voorbeeld, maar hetzelfde gaat op voor andere ziektes, als ms en me. Er zijn symptomen, die per patiënt verschillen en die per patiënt en per probleem ook anders worden opgelost door het interne ecosysteem. Artsen hebben echter uniforme regels waardoor bij een foute analyse als je niet oplet allerhande, bijvoorbeeld reuma-, medicijnen worden toegepast op lyme tot dat de betreffende persoon op de rand van de afgrond toch noch een juiste diagnose krijgt door iemand die doorvraagt en dieper nadenkt over heden, verleden en toekomst van de patiënt. Mensen met ME of MS krijgen afhankelijk van het humeur van de behandelend arts een diagnose MS of ME, of helemaal geen diagnose en worden al dan niet volgestopt met medicijnen die voornamelijk het farmaceutische bedrijfsleven stimuleren, maar de gezondheid van de patiënt op zijn zachtst gezegd ‘niet bevorderen’. Maar gelukkig zijn de toegepaste synthetische medicijnen wel volledig wetenschappelijk onderzocht en toegelaten door de overheid. Dat scheelt wanneer iemand het waagt de beroepsvrijheid van de (‘toch wetenschappelijk opgeleide?’) arts ter discussie te stellen die ervoor zorgde dat u een willekeurige behandeling kreeg voor iets waar u niet aan leed.

Maar hoe ziet preventie er dan uit? Zo eenvoudig als gezond water, gezonde lucht, gezond voedsel gecombineerd met een gezonde, vrije geest en wat beweging zal het toch niet zijn? Natuurlijk wel. Van Aristoteles tot en met Nietzsche waren alle oude filosofen intensief bezig met het belang van gezonde voeding, schone lucht en zuiver water voor een zuivere geest en vice versa. De vaak arbitraire grenzen die in medische handboeken worden aangehouden voor de ene of de andere diagnose zijn voor niemand een oplossing, behalve voor de markt; de farmaceutische industrie, met ijzeren regels en wetten ondersteund door de overheid en overige delen van een overigens achterlijk systeem.

Heeft iemand een etiketje dan volgen de medicijnen vanzelf. Niet of ze passen bij het etiket, maar of ze passen in het systeem met kunstmatige medicijnen is belangrijk. Vandaar dat de homeopathie zo intensief wordt bejaagd door zowel commercie als overheid. De manier waarop de overheid de medicijnboeren aan uniforme regels onderwerpt, gaat niet op voor de homeopathie. Kwakzalvers zijn het, de mensen die niet wetenschappelijk kunnen aantonen dat iets werkt en ‘maar’ plantenextracten gebruiken om het herstellend vermogen van het lichaam zelf te benutten. Dat een medicijn op basis van planten soms al duizenden jaren in gebruik is met zichtbaar effect op de van toepassing zijnde aandoening is irrelevant – omdat het niet past in een relatief nieuw, uitermate bureaucratisch systeem van chemische bestrijdingsmiddelen die zonder blikken of blozen worden toegepast – op de mens zelf.

Desondanks heeft de preventie van kanker door interessant en out of the box wetenschappelijk onderzoek (1) geweldige stappen vooruit kunnen doen. De onderbouwing van de effecten van zogenaamde nutricijnen als geelwortel, groene thee, broccoli, noten, fruit enzovoort bij het voorkomen en bestrijden van beginnende vormen van kanker is indrukwekkend. Preventie wordt in de medische wetenschap door de grote gemene deler echter nogal ondergewaardeerd. Interessant om te onderzoeken of hierbij wellicht een verschil van inzicht in de maakbaarheid van mens en samenleving een rol speelt. Ik vermoed van wel, maar dat terzijde.

Het gros van de activiteiten van de reguliere geneeskunde is gericht op behandeling, van kanker en andere ziektes. Er is geen tijd (want geen geld) voor het allerbelangrijkste middel om de gezondheidszorg goedkoper te maken: door met een integrale blik te kijken naar oorzaken van ziektes en preventie. Terwijl preventie een veel interessantere tak van sport zou moeten zijn voor iedere medicus. Dat bevorderd immers de kwaliteit van leven optimaal, en wel aan het begin van het proces; als het lichaam nog niet ziek is. En misschien dat zelfs de grote voedingsreuzen met een duidelijker focus op preventie eindelijk eens aangepakt kunnen worden. Voedingsreuzen die maar door blijven gaan met ziekmakend voedsel te verkopen aan zoveel mogelijk mensen. De mantra van de markt en de kwantiteit is ten dode opgeschreven, maar wordt nog steeds verpleegd door de zieke aspecten van ons medische systeem.

Het kankerfonds collecteert al jaren voor meer geld voor onderzoek naar nog meer synthetische medicijnen. Als ze bij mij aan de deur komen zeg ik dat ik niet doneer omdat ik vind dat er te weinig met bestaande kennis over preventie wordt gedaan en teveel met nieuwe ‘innovaties’. De medische wetenschap is te intelligent om simpel te denken en heeft niet voor niets het wiel van de gezondheid opnieuw uitgevonden met dank aan de scheikunde en het vermogen steeds weer nieuwe synthetische stoffen te produceren. Die scheikunde moet benut worden zodat we op de heilige markt iedereen een beetje beter kunnen maken. Iedereen… behalve de patiënt. Innovatie is niet per definitie duurzame innovatie.

Zoals Nietzsche al zei: ga weg van de markt. Doe niet mee in een irrationeel systeem. Wordt gezond. Verbeter het systeem, het ecosysteem, jouw ecosysteem. In het groot en in het klein; respectievelijk de aarde, je eigen sociale netwerk en je eigen lichaam. Het juiste voedsel, schone lucht, schoon water en een sociaal netwerk met niveau ondersteunt de helende werking van lichaam en geest zèlf; en dat is de essentie van gezond worden.

Medicijnen kunnen niet genezen wanneer ze niet het lichaam (inclusief de geest) zelf aanzetten tot actie en dus rekening houden met het precaire evenwicht in je interne ecosysteem – en haar oerkracht. En dan nog moet die actie de juiste actie zijn. En welke actie nodig is, is niet eenvoudig te bepalen in het interne ecosysteem van de mens. Zonder toevoegingen gaat dat goed wanneer zowel geestelijk als lichamelijk het juiste voedsel wordt opgenomen, de juiste lucht wordt ingeademd, het juiste water wordt gedronken, etc. Ontstaan er afwijkingen dan zijn chemicaliën over het algemeen vooral onzekere metgezellen van Ziekte zelf.

Begrijp me niet verkeerd; er zijn medicijnen die onmisbaar zijn omdat ze mensenlevens redden, mensenlevens die door wat voor reden dan ook toevallig even niet sterk genoeg waren om bacteriën, virussen of tumoren zelf te kunnen aanpakken. Maar het merendeel van met name de synthetische medicijnen doet meer kwaad dan goed of rekt op zijn best een suboptimale situatie. Een situatie die eenvoudig voorkomen had kunnen worden met een goede objectieve visie op het voorkomen van ziekte, gevolgd door concrete daadkracht om ziekte dan ook te voorkomen.

Zoals de gemiddelde manager ervoor zorgt dat zijn medewerkers in een grote organisatie van alle toeval ontdaan zijn en zich bezighouden met het deelstukje van de verdeelde taart zodat precies duidelijk is wie waarop en wanneer afgerekend kan worden en hoe kan worden voorkomen dat mensen allround worden, zo zorgt de medische wetenschap dat er voor ieder ziekteverschijnsel een deeloplossing is die volledig wetenschappelijk onderzocht en onder controle is.

Natuurlijk is er ook veel literatuur te vinden over interactie van het ene medicijn met het andere, maar de interactie van het lichaam met haar eigen en lichaamsvreemde stoffen is wel te onderzoeken, maar lastig wetenschappelijk te objectiveren. Populatie-onderzoek biedt kansen maar is niet altijd eenvoudig. Al is het alleen maar omdat het veel mensen betreft die over meerdere jaren dienen te worden gevolgd, waarbij zij-effecten van het lokale ecosysteem moeten worden gecorrigeerd. Welhaast het moeilijkste van alles is nodig bij de analyse van dit soort onderzoek: logisch nadenken. Weten is meer dan meten.

Logisch nadenken helpt weliswaar enorm, het is voor de wetenschap vrij onbelangrijk – als het op die wijze nadenken niet wetenschappelijk onderbouwd is. Het moet wetenschappelijk onderbouwd, vrijwel onweersproken en liefst door grote farmacie-bedrijven ondersteund zijn voordat we medicijnen vaak als ware het voedsel gaan aanbieden. Hoe meer omzet hoe meer winst; voor de lobbyclubs in Brussel en de farmaceuten zelf.

Maar worden we ook gezonder? Is het niet beter sommige geheimen van de natuur maar even aan te nemen, en te laten rusten? Durven vertrouwen dat een paar miljoen jaar evolutie vast gezorgd zal hebben dat, indien de randvoorwaarden goed zijn, een lichaam inderdaad, en wel op een wonderbaarlijke manier, zelfhelend is, zoals iedere arts met passie voor zijn vak in plaats van zijn portemonnee u zal kunnen vertellen. Natuurlijk moet het lichaam soms geholpen worden – maar zeker niet door de markt.

Blijven we in de zorg doen wat we tot nu toe deden dan geven we toe aan de neoliberale machtswellust en bijbehorende controle-drang van de uniformeerders die we managers noemen en die net als de farmaceutische industrie maar 1 belang hebben: rijk worden van uw onvermogen integraal te denken en handelen.

Vertrouw dus op de natuur, uzelf en uw lichaam. En op een integraal en objectief denkende vakman, die ook uw arts of apotheker zou kunnen zijn.

 

1: Eten tegen kanker – de rol van voeding bij het ontstaan van kanker – Dr. Richard Beliveau, Dr. Denis Gingras