De nieuwe opium voor het volk

In onze westerse samenlevingen schijnt er een niet te stoppen tendens te zijn naar het eenzijdig waarderen van oppervlakkig uiterlijk vertoon. Je ziet het heel mooi bij de wat gladdere (sommige mensen zeggen liever commerciële) medemens.

Het mooiste moment om onze commerciële medemens te observeren is als deze zichzelf presenteert. Of het nu in de Tweede Kamer, bij de bakker, op je werk, op een verjaardag of, zoals bij mij recent het geval was, tijdens het geven van een cursus is; altijd dringt zijn neerdrukkende leegte zich aan ons op.

Tijdens deze cursus deed zich eindelijk weer eens de gelegenheid voor om die wat gladdere versie van de Homo Sapiens op mijn gemak van dichtbij te bestuderen.

Ik denk weleens dat degenen die het uiterlijk vertoon wat teveel waarderen, degenen zijn die nog het meeste op de jager- verzamelaars van vroeger lijken. De volgende stap in de evolutie; die naar de landbouwers en stadsbewoners, is in hen nog niet echt gemaakt.

Ze vergeten als het ware om alle plantjes water te geven in plaats van alleen hun eigen plantje, zodat er geen voedsel voor een hele stad maar alleen voedsel voor het eigen ego ontstaat. Waardoor er geen mensen in de omgeving van de stad zijn die tijd hebben voor de toch zo belangrijke landbouw, de handel en dus vervolgens ook niet voor het belangrijkste van alles: de tijd voor contemplatie, die in iedere beschaving altijd na de landbouw en de handel in de steden ontstaat. Het is niet voor niets dat de westerse filosofie ontstond in de Griekse stadstaten.

Onze westerse cultuur stond nog nooit zo ver af van die Griekse cultuur als nu. Iedereen moet tegenwoordig, door het onnadenkende gedrag van de jager… de hele dag jagen. En jagen is een stressvol, oppervlakkig bestaan, met weinig inhoud of diepgang.

Maar de jager heeft een levensgroot voordeel ten opzichte van de landbouwer in ons. De jager kan namelijk veel makkelijker dan wij omgaan met oppervlakkige leegte, zeker als die leegte als enig doel schijnt te hebben het vangen van de prooi die het eigen ego, het eigen voordeel ten goede komt.

Die gave om de oppervlakkigheid te omarmen als je belangrijkste buit is een zegen als je leeft in de neoliberale cultuur waarin wij leven. Dat ook deze jagers daar zelf uiteindelijk net zoveel last van krijgen als de cultuur en vooruitstrevende individuen om hen heen doet voor de jager niet ter zake. Het gaat om het binnenhalen van de prooi.

Het is het trieste lot van enkele van de meest hardnekkige oppervlakkigen om zichzelf niet te willen leren kennen – en zichzelf niet te willen ontwikkelen in de enig mogelijke, vooruitstrevende richting, met als veelzijdigste prooi van allemaal: objectieve waarheid.

Uiteindelijk krijgt de jager overigens altijd overal bulten en eczeem van zijn jacht op de leegte. Geen menstype dat zo snel oud wordt als de jager en geen menstype dat ongezonder, oppervlakkiger, en dus korter leeft. Lichaam en geest moeten goed verzorgd worden als ze lang mee moeten.

De westerse cultuur is tot op het bot geïnfecteerd met deze neoliberale ziekte, misschien met uitzondering van individuen die zich verwant voelen met culturen als die in delen van het zuiden van Europa, en dan met name culturen die gezegend zijn met de veel rijkere Romaanse taal, zoals de Franse en de Spaanse. Maar bijvoorbeeld ook de Griekse, Indiase, Chinese, Latijns Amerikaanse, Indiaanse en Afrikaanse culturen bieden nog moedig weerstand tegen de verdijsselbloemisering van Europa – en de rest van grote delen van de wereld.

Jeroen Dijsselbloem is welhaast de meest begenadigde neoliberale politicus die ik ken. Hard, meedogenloos, binair denkend en volledig versmolten met het neoliberalisme. Ondertussen weet zijn geweten het ook nog zo te verkopen dat hij zelf oprecht denkt een sociaal democraat te zijn. Dat staat net even leuker op verjaardagen. Dan ligt het eigen ego er niet zo dik bovenop – en denkt Thierry Baudet zo af en toe dat je een vrouw bent omdat je je zo sociaal gedraagt, maar dat terzijde.

Onze neoliberale cultuur is onbedoeld vooral de peeskamer voor de schaamte van een Jeroen Dijsselbloem die zich per abuis liet bespringen door xenofobe gekken als Thierry Baudet. De Jeroens hebben namelijk de onfortuinlijke neiging telkens weer in het uiterlijk vertoon van de Thierries van deze wereld te trappen.

Het is daarom niet de vraag waarom Jeroen geen cursus gaat geven, want dat gaat hij ongetwijfeld straks ijskoud gewoon doen, net zoals totale nihilisten als Bert Brussen les geven aan scholen voor journalistiek, zullen mede-neoliberalen Jeroen uitnodigen om de ziekte van het eigen ego verder te verspreiden.

Het is veel meer de vraag waarom de nihilistische lessen die de xenofobie, de oppervlakkigheid (en het daarmee samenhangende nationalisme) ons al sinds mensenheugenis leren, niet gebruikt worden in ons dagelijks leven – en we ons zo angstvallig blijven vastklampen aan Jeroen en zijn neoliberalisme.

Het antwoord is simpel: het neoliberalisme is de nieuwe opium voor het volk geworden. Een systeem met religieuze kenmerken, dat appelleert aan primaire menselijke behoeften als veiligheid en gezelligheid – een systeem bovendien dat de oh zo angstaanjagende roep van het sterkere in onszelf doet verstommen. En dat is zeer welkom in ieder geloofssysteem; het is immers een roep die het waagt continue kritiek op onszelf te uiten. En dat willen we niet horen, omdat we te lui en te bang zijn om vooruit te gaan, naar onszelf, onze eigen individuele natuur. Want wat onder een klamme deken verborgen heeft gezeten, kon wel eens heel erg zijn gaan stinken.

Jeroen Dijsselbloem is geen politicus, maar een hele slechte docent wiskunde, die alleen naar de grote abstracte getallen kijkt, naar de kwantiteit in plaats van de kwaliteit, en zijn slechtste leerlingen verdrinkt in aandacht in plaats van de uitwisseling te bevorderen van objectieve en selectieve informatie, voor alle aspecten van de ontwikkeling – van alle leerlingen, en met extra aandacht voor de besten onder hen.

Sommige mensen zijn iconen van hun tijd. Ander mensen zijn hun tijd ver vooruit.

Dit alles kwam dus in mijn hoofd op terwijl ik oppervlakkig gezien fris geïnteresseerd bij mijn nieuwe cursus tussen mijn mede-cursisten was beland en vol verwachting en dus tot mijn teleurstelling de Jeroen Dijsselbloem van dienst naar binnen zag paraderen.

Terug dus naar mijn cursus, waar ik de neoliberale Homo Sapiens bestudeerde om te kijken waarom die vaak stil blijft staan bij zijn eigen oppervlakkige spiegelbeeld: de jager.

Iedereen weet nog van de middelbare school dat de goede docenten tijdens hun les rustig aan een tafel zaten om alleen heel af en toe op te staan om iets te verduidelijken op het bord, omdat zij hun energie hard nodig hadden voor hun wijsheid en dus geen energie over om druk heen en weer te rennen voor de groep, als een soort verkenner die de groep probeert uit te dagen tot een jacht op het lege niks. Desondanks hebben veel commerciële cursusleiders vooral energie om in een zo mooi mogelijk pakje, met zo recht mogelijke rug, energiek (lees: onrustig) heen en weer te lopen voor hun cursisten. Onderwijl een soort vrolijke onderbroekenlol doserend over de beschikbare tijd en vooral de mede-jagers onder de cursisten op een voetstuk te plaatsen. Zodat de evaluatie door zoveel mogelijk mensen positief wordt ingevuld.

Deze docent was ook zo’n geval, zo’n onrustige verkenner van de hoeveelheid jagers in de groep. Terwijl hij mij en mijn mede-studenten in hoefijzervorm tegenover zich had geplaatst, gebruikte hij de tussenliggende ruimte om rond te paraderen, als een volleerde acrobaat op een circuspaard.

Dit circus werd al jaren door hem en zijn bedrijf verzorgd. Vandaag was er iemand mee die het op termijn van hem over moest gaan nemen. Als die maar niet teveel opstak van zijn drafje, zijn kuur zonder muziek, die hij in ons midden afwerkte.

Terwijl ik moeite moest doen om niet telkens een mede student in zijn of haar gezicht te staren en mezelf in de meest absurde bochten moest wringen om zowel de beamertekst te kunnen lezen als de steeds weer ergens anders opduikende cursusleider te verstaan, ging de jager-verzamelaar in ons midden vrijuit – en kon hij zonder hinderlijk aangekeken te worden, zijn eeuwenoude, inhoudsloze verhaal afdraaien.

Deze man was weer een voorbeeld van het misverstand dat vernieuwing geen integraal onderdeel zou zijn van iedere waarde en iedere waarheid. Het misverstand dat een thema waarin je mensen echt onderwijst stabiel, hetzelfde kan blijven; oftewel überhaupt stil zou kunnen staan.

Zoals hijzelf wel onrustig van de ene kant van de zaal naar de andere draafde, netjes alle TEDx en andere neoliberale presentatie-stoomcursussen uit zijn hoofd toepassend, zo zou de informatie uit zijn cursus zich moeten ontwikkelen; wild, stormachtig, continu verspringend – naar een hoger niveau van wijsheid. Maar svp zonder die ingesleten maniertjes.

Het probleem is dat de nihilist niet wil begrijpen dat onderwijs moet evolueren als onze cultuur. Informatie kan nooit langer dan een dag, een uur, misschien wel een minuut gebruikt worden, cursussen die langer dan een jaar hetzelfde zijn … slaan nergens meer op.

Wijsheid is altijd het zoeken naar objectieve waarheid zonder je er al te lang of obsessief aan vast te klampen. Laat staan dat je jezelf er jarenlang aan vastklampt, zoals onze acrobaat op het circuspaard deed.

Je huwelijk met een bepaald objectief feit moet ieder moment ontbonden kunnen worden, voor het moment dat een objectievere waarheid zich aan heeft gediend.

Dit zodat de studenten aan de universiteit van het leven en de objectieve waarheid die dat leven nodig heeft, zo comfortabel mogelijk objectieve informatie kunnen verwerken voor hun individuele ontwikkeling.

Want er is weinig storender voor je vermogen tot geestelijke groei dan een docent die de inhoud onbelangrijk vind, haar desondanks zegt te kennen en het zich vervolgens parmantig permitteert alleen nog maar met uiterlijk vertoon bezig te zijn, zowel geestelijk als fysiek.

Uiterlijk vertoon dat de inhoud van de informatie die uitgewisseld wordt maar al te graag ondergeschikt maakt aan het in een zo mooi mogelijk pakje met rechte rug en ingehouden buik rondparaderen en jongleren met subjectieve informatie.

Gelukkig weten wij dat de waarheid nooit ondergeschikt gemaakt kan worden aan het eigen ego van de binair en oppervlakkig denkende jager, de neoliberaal pur sang. Nu het volk nog.

Wil tot waarheid

De meeste geleerden zijn het er over eens dat ca. 200.000 geleden de smalneusaap Homo Sapiens; een zogenaamde ‘parvorde’ van apen uit de Oude Wereld, ontstond. Ongeveer 200.000 jaar geleden was er dus volgens de wetenschap een kind dat ouders had die niet tot de diersoort Homo Sapiens behoorde, maar tot een andere diersoort (mogelijk de Homo Habilis).

Om vele redenen is dit een interessante bewering. Maar misschien wel vooral omdat het ons de kans geeft een sprankje hoop te blijven koesteren op de mogelijkheid van vooruitgang voor de mens. En wel van vooruitgang door zelfverheffing, oftewel door een gerichte ontwikkeling in een individueel bepaald doel. Een ontwikkeling waarmee objectief aantoonbaar kansen voor duurzame innovatie van de specifieke eigenschappen van dat individu gerealiseerd worden.

Overigens is het natuurlijk niet alleen wetenschappelijk gezien absurd te denken dat de menselijke soort als een homogene soort beschouwd kan worden, die in rechte lijn werd voorafgegaan door een andere unieke, homogene soort. De enige manier om te overleven als diersoort was toen, net als nu trouwens, door er voor te zorgen dat er zoveel mogelijk diversiteit in de genen pool van je soort ontstond. En dat kon alleen door je eigen soort niet in een hokje te stoppen en door niet te selectief te zijn bij de keuze van een partner uit een – al dan niet virtueel – andere soort.

Als je nakomelingen maar vruchtbaar zijn is alles geoorloofd voor de evolutie. En hoe meer je partner afwijkt van jezelf hoe meer kans je eventuele nakomelingen hebben te overleven. Hun genetische kenmerken hebben immers voor alle mogelijke gevaren voor de soort een deel van de benodigde aanpassingen overgeërfd die nodig zijn om te overleven. Vroeger, in de begindagen van de voorgangers van de Homo Sapiens waren die gevaren vooral ziektes, die bedwongen werden met een sterk fysiek gestel en een weerbare gezondheid, tegenwoordig is daar integraal en flexibel denkvermogen bijgekomen.

De mogelijkheid om als soort zowel te kunnen focussen als loslaten, zowel objectief te kunnen oordelen als dat oordeel uit te stellen – omdat de objectiviteit nog niet voldoende gegarandeerd is – dat is voor de Homo Sapiens anno 2017 de manier om de uitdagingen van de moderne tijd te overwinnen. Een dynamisch – en sterk – brein is tegenwoordig veel belangrijker dan fysieke kracht.

De belangrijkste natuurlijke selectie die nu plaatsvind, ook binnen de Avant-garde, is een selectie op denk-kracht. De ontmoetingsplaats voor jong-volwassen is tegenwoordig de plaats van studie. Economen trouwen met economen, ingenieurs met ingenieurs en schilders met kappers. Steeds meer mensen trouwen binnen hun eigen opleidingsniveau, waardoor vooral een gerichte ontwikkeling van die individuen zelf – en dus ook hun individuele nakomeling(en) – ingezet wordt. Een ontwikkeling die gemeenschappelijke kenmerken van het brein met elkaar verbindt, zowel tijdens gesprekken die kunnen leiden tot partner- of vriendschappen, als bij de eventuele voortplanting tussen de twee partners die elkaar vanwege een geestelijke ‘klik’ hebben gevonden.

In plaats van status, afkomst of religie, is nu in tegenstelling tot vroeger veel meer de overeenkomst qua denkkracht een reden om met elkaar samen te zijn. Dat geldt voor huwelijkspartners, maar ook voor gesprekspartners – en dus ook voor vrienden en bekenden. Wat daarbij overigens een ander interessant aspect van deze tijd is, is het feit dat veel van de individuele geestelijke ontwikkeling ook via internet plaatsvindt. Dat effect van het wereldwijde net wordt weleens onderschat. Het uitwisselen van informatie met de hele aardbol zorgt onherroepelijk voor een versnelling van de individuele ontwikkeling van individuen in de voor hen juiste richting.

Maar om nog even terug te komen op die andere ontmoetingsplaats naast internet: ook het trouwen buiten je opleidingsniveau is natuurlijk een prima keuze: het brein is een complex gegeven, dat net als de rest van je lichaam een zo divers mogelijke basis nodig heeft. Of dacht u werkelijk dat ons gezamenlijke doel: de ontwikkeling van een beschaving en dus van individuen met een steeds hoger intelligentieniveau behaald kon worden door bij onze partnerkeuze uitsluitend te selecteren op een diploma en misschien nog een uiterlijk en de vraag of je dezelfde interesses hebt buiten de studie? Ach welnee. Intelligentie is veel intelligenter dan een diploma, uiterlijk vertoon en hobbies.

Vooruitgang en meer specifiek het vermogen van de mens tot het verheffen van zichzelf tot een nieuwe soort, al is het maar virtueel, is een interessante theorie. En natuurlijk zijn wij van mening dat andere dan technische vooruitgang voor de soort niet bestaat. Maar daarmee willen we niet zeggen dat zowel de individuele mens als de mens als soort niet door een gerichte ontwikkeling zou kunnen evolueren naar een ander beschavingsniveau. Ook willen we niet beweren dat het onmogelijk is dat dat andere beschavingsniveau objectief gezien van een hogere kwaliteit kan worden ervaren als ons huidige beschavingsniveau.

Ons punt is vooral dat meestal de volledig subjectieve uitgangspunten over het hoofd worden gezien wanneer we objectief proberen aan te tonen dat iets van meer waarde is geworden dan het daarvoor was. Vooruitgang is een keuze en een hoger beschavingsniveau is afhankelijk van een persoonlijke levensfilosofie die al dan niet gerichte persoonlijke ontwikkeling bevat in een individueel bepaalde richting. Niemand kan echter objectief aantonen dat zijn of haar waarde daardoor van een hoger niveau is dan dat van een ander.

Wij kunnen hoogstens onze wil opleggen aan anderen. Daar komt het misverstand dat ‘inburgering’ heet om de bocht kijken. Wie zijn wij eigenlijk om voor andere individuen te bepalen welke waarden zij moeten opnemen in hun eigen persoonlijke levensfilosofie?

Het is tijd om eens een ander dierlijk instinct dan onze eeuwige wil tot macht wat meer te leren koesteren, zoals we hieronder zullen zien.

Wij zijn sinds de jaren veertig van de twintigste eeuw slechts technisch vooruitgegaan als soort, waardoor we nu nog effectiever dan toen in staat zijn onszelf uit te roeien. Maar fysiek is er geen verschil tussen de gemiddelde nazi van rond 1940 en de politiek actieve xenofobe conservatieve fanaticus van vandaag.

Dit is de reden dat extreem-rechtse, fascistische, oftewel xenofobe conservatieve fanatici die de politiek ingaan zo gevaarlijk zijn. Ze spreken ook nu, net als in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog, dezelfde groep van 40-60% xenofobe conservatieve fanatici in iedere samenleving aan en kunnen hen met behulp van de techniek nu nog sneller in een allesvernietigende oorlog slepen.

Wij verschillen genetisch namelijk in niets van de mens die ruim 80 jaar geleden een genocide voorbereidde. De Holocaust, een drama dat door een deel van de Europese individuen, bewust dan wel onbewust, werd (mede-) uitgevoerd. Er hoeft altijd maar één gek de leiding te hebben om foute keuzes te maken als groep. Want ook slecht voorbeeld doet volgen. Daarvoor is het alleen maar nodig dat de ‘gewone man’, de massa samen met een select groepje xenofobe ‘intellectuelen’ wordt misleid.

Wat de nazi’s echter over het hoofd zagen is dat vooruitgang weliswaar niet bestaat in de voor ons overzichtelijke tijdspanne, maar op termijn van 100-duizenden jaren wel degelijk objectief aantoonbaar schijnt en zo op het oog ook als objectief waar en rationeel wordt ervaren. ‘Wij zijn toch geen apen meer’ is in dit verband een veelzeggend misverstand. Wij zijn apen bij uitstek, in sommige gevallen per abuis geleid door de Blonde Gorilla.

De enige manier om die vooruitgang te ‘bereiken’ is echter geweest door meer diversiteit te omarmen. Alleen doordat de voorganger van de Homo Sapiens besloot zich met diverse verwante maar genetisch soms zeer afwijkende soorten voort te planten kon die Homo Sapiens ontstaan. Door een gelukkig toeval als gevolg van de natuurwet van behoud ervaren wij die Homo Sapiens als een verbetering. Niet zozeer als een technische vooruitgang als wel als een fysieke. We lopen rechtop, zijn minder begroeid en gaan zo op het oog vriendelijker met elkaar om.

Dat laatste hoef ik hier natuurlijk niet meer te ontkrachten, nu de moderne mens nog nooit op zoveel plekken zoveel allesvernietigende en alles-onderdrukkende (psychologische) oorlogen voert. Wat waarschijnlijk wel een verrassing voor u is dat ook die vooruitgang naar Homo Sapiens vooral een technische was. Het geestelijk vermogen van de Homo Sapiens van 200.000 jaar geleden was waarschijnlijk van hetzelfde niveau als dat van ons, en het is niet te zeggen dat het geestelijk niveau van haar voorgangers niet – op punten – van een hogere kwaliteit was. We hebben ook hier de neiging te kijken naar de kwantiteit, naar de inhoud van de schedel, maar de kwaliteit; de meest geavanceerde intelligentie voor een bepaalde situatie, kan in een speldenkop aan volume zitten – dat bewijst de moderne techniek wel.

Maar het meest frappante is misschien nog wel dat hetgeen ons onderscheidt van vrijwel alle andere diersoorten, het rechtop lopen, een technische achteruitgang is. Veel mensen hebben last van lage rugpijn, vrouwen kunnen hun kinderen door de aanpassingen die nodig waren voor dat rechtop lopen moeilijker en alleen met gevaar voor eigen leven baren en ons nageslacht is maandenlang hulpeloos en jarenlang hulpbehoevend. De oorzaak van al deze ellende: onze grote schedel, die ervoor zorgde dat we eerder geboren moesten worden om er überhaupt nog doorheen te passen om levend geboren te kunnen worden – en onze moeders kans op overleven te geven.

Deze ellende heeft echter een doel: met ons lichaam onze hersens op aarde brengen. En hiermee is dus bewezen dat de ontwikkeling van onze hersens belangrijker is dan technische vooruitgang.

Laten we eens aannemen dat de Homo Sapiens in ieder geval qua vermogen tot beschaving, door haar verstand en haar wil tot waarheid een vooruitgang was ten opzichte van haar voorgangers.

Dan is een ander interessant aspect van de bewering dat er ooit een Homo Sapiens moet zijn geweest wiens ouders geen Homo Sapiens waren, dat het dus een kleine stap is van het nihilisme van de xenofobe conservatieve fanatici naar het idee van de mogelijkheid van het creëren van een volgende stap op de evolutieladder voor de mens. Dat fanatieke nihilisme wil liever achteruit door oude waarden in de mens te behouden dan door nieuwe, objectief bezien betere (want meer diverse) waarden te omarmen.

De xenofobe conservatieve fanaticus wil bij wijze van spreke liever weer op vier poten lopen en een minder goed brein hebben. Het fascisme van de xenofobe conservatieve fanaticus is dan ook het favoriete dierlijk instinct van een groot deel van de mensheid. Als je je gedraagt als ongelikte beer en niet zo slim bent dan is een ideologie die nu juist dat idealiseert een welkome ‘oplossing’ voor je probleem. De hang naar vroeger is niet alleen een verlangen naar bijvoorbeeld iets als de vermeende rust, orde en homogene, overzichtelijke cultuur van de jaren 50 van de twintigste eeuw, het is ook een oerdrang, die in ieder mens zit, en die ca. 40-60% van de mensen per abuis doet terugverlangen naar het dier in zichzelf.

Niet dat wij de tijd zullen meemaken dat het dier in onszelf, net als ten tijde van 1940-’45 weer wordt verheft tot doel voor de groep; daarvoor is de natuurwet van behoud te sterk; de wet die ervoor zorgt dat de mens als soort maar één kant op kan: die van de zelfverheffing; de enige manier om met een goed gevoel achterom kijkend dit leven ooit weer te kunnen verlaten en de onbegrensde terugkeer tot de sterrenstof van deze aarde goedgemutst ter hand te nemen.

Helaas is de kans ook klein dat in al die honderdduizenden jaren die het duurt om achteraf gezien door de geschiedenis en de wetenschap aangemerkt te worden als behoort hebbende tot een andere soort, nu net wij door die geschiedenis en wetenschappers zouden worden aangewezen als de ouders van een nieuwe soort. Die kans is wanneer we kijken naar de geschiedenis van de diersoort mens, althans statistisch gezien, verwaarloosbaar klein. We kunnen ons beter richten op onszelf en ons eigen leven, dan gaat de vooruitgang van de soort vanzelf, ook al is het maar virtueel.

Want waar een wil is, is een weg. De belangrijkste vraag die we ons moeten stellen als we die weg op durven te gaan is wel of en zo ja hoe we die nieuwe soort die vervolgens onvermijdelijk ontstaat, een objectief gezien betere soort kunnen gaan noemen.

Daarvoor zullen we allereerst een beeld moeten hebben bij Goed en Kwaad. De religies van de achteruitgang, het joden- en christendom, hebben er alles aan gedaan om te voorkomen dat wij dat beeld zouden ontwikkelen. Want niet stilstand is het ongeschreven doel van het instituut religie, maar doelbewuste achteruitgang. Omdat de enige kans om de mens als soort neer te drukken verzilverd wordt door haar te dwingen haar wil tot macht te gebruiken om de Avant-garde uit de weg te ruimen. En juist dat is wat iedere xenofobe conservatieve fanaticus met behulp van iedere willekeurige neerdrukkende machtsstructuur als een religie, filosofie of welke ideologie dan ook, doet. Het neerdrukken is een noodzakelijk kwaad om de macht die de groepsideologie geeft, te behouden voor de zittende macht. De reden dat alleen individuele ideologieën of filosofieën acceptabel zijn voor individuen die zichzelf willen ontwikkelen met hun wil tot waarheid, ligt hierin verscholen.

Zoals we eerder zagen: Jezus en andere individuen zullen daar ongetwijfeld vooruitstrevender over gedacht hebben, maar degenen die de religie die zich op de altijd aansprekende individuen zei te baseren heeft vaak de macht van de massa nodig gehad voor haar eigen macht. En die massa bestond sinds het begin der tijden voor een groot deel uit xenofobe conservatieve fanatici – nihilisten die alles behalve vooruit wilden.

Iets nieuws is namelijk angstaanjagend omdat het anders is; omdat dat anders zijn min of meer zou kunnen impliceren dat hetgeen ervoor bestond niet goed (genoeg) was. De altijd egoïstische xenofobe conservatieve fanatici houden om die reden niet zo van vernieuwing en vooruitgang, zeker niet als die de status quo bedreigt waar zij zelf deel van uitmaken.

Voor ons is echter de vraag naar wat Goed en wat Kwaad is niet meer relevant, wij hebben onze eigen persoonlijke levensfilosofie die met gevoelens op de eerste plaats alleen de ratio gebruikt om wijsheid, en liefde in plaats van haat te realiseren – door te focussen op objectieve waarheid. Wij zien, wij ruiken, wij voelen dat onderscheid van nature, en haarscherp.

Dus stel nu dat we de stelling zouden poneren dat het een objectieve waarheid is dat een betere mensensoort is opgebouwd uit (diverse) individuen die volgens objectieve maatstaven geestelijk uitsteken boven het gemiddelde geestelijke niveau van de huidige mens als soort. En stel nu dat we zeggen dat vooral de wil tot waarheid daarvoor in de mens gestimuleerd dient te worden, door een grotere aandacht voor filosofie, oftewel de ‘liefde voor wijsheid’, te realiseren in de opvoeding van kinderen. Stel nu dat we zeggen dat die liefde voor wijsheid en objectieve waarheid nergens beter ontwikkeld kan worden dan op vooruitstrevende universiteiten, met zoveel mogelijk diverse individuen, maar met een gemeenschappelijke focus: wijsheid, en een gemeenschappelijk kenmerk: studenten die de meest wijze individuen van onze soort willen worden.

Dat zou betekenen dat we naast een duidelijk onderscheid tussen Goed en Kwaad ook een heldere selectie aan de poort moeten hebben wat betreft het intelligentieniveau van de potentiële Homo Universali. Slechte mensen wil je niet op vooruitstrevende universiteiten tegenkomen, en omdat we dit onderscheid hier als bekend kunnen veronderstellen omdat wij weten wie de xenofobe conservatieve fanatici zijn, zowel qua percentage als qua slechte invloed op het eigen en andermans gedrag, kunnen we dus een goede selectie eenvoudig uitvoeren.

Die selectie is belangrijk omdat er een oud dierlijk instinct in de mens aan het ontluiken is, dankzij een evolutie van persoonlijke levensfilosofieën van individuen die de diversiteit durven omarmen en gevoel durven tonen, met een rationele focus op persoonlijke ontwikkeling, wijsheid en liefde in plaats van haat. Dat instinct is de wil tot waarheid, het aangeboren instinct dat in staat is de mensensoort, veel meer dan haar andere dierlijke instinct de wil tot macht dat zou kunnen, op te stuwen tot een nieuw beschavingsniveau, gedragen door een nieuwe, zo divers mogelijke genenpool.

Dat dit een controversieel idee schijnt heeft te maken met de onzorgvuldige denkwijze van de nazi’s zowel als het onzorgvuldige denken van de erfgenamen van de nazi’s: de xenofobe conservatieve fanatici. Het creëren van een betere mens is niet iets dat wij zelf ter hand kunnen nemen, wij kunnen slechts ons lot volgen: dat onherroepelijk zal leiden tot een rationelere keuze van onze gesprekspartners – en dus onze huwelijkspartners. Niet om terug te gaan naar een oppervlakkig gezien ‘ideaalbeeld’ – zoals ooit blonde haren en blauwe ogen dat waren. Dat is slechts achteruitgang en stilstand.

Ons lot zal ons dankzij onze aangeboren wil tot waarheid leiden naar een betere mensensoort die, zonder dat wij haar ooit zelf zullen aanschouwen, wel degelijk ooit zal ontstaan. Volgens de natuurwet van behoud (van de menselijke soort) kunnen wij namelijk maar één kant op – en dat is vooruit. De onvermijdelijke ondergang van de xenofobe conservatieve fanaticus zal de komende jaren dan ook het meest gevaarlijke project van de mensheid zijn waar we wel aan kunnen bijdragen: door de harde waarheid zo goed mogelijk te verzachten. En dat kan, heel eenvoudig, door duidelijk te maken dat in ons allemaal een stukje xenofobe conservatieve fanaticus schuilt. Maar dat we ook allemaal onze slechte eigenschap kunnen onderdrukken, totdat ze – in ons leven – uitgedoofd is.

En als we dat durven te doen, door analyse, keuzes en ontwikkeling van onszelf en andere individuen, dan maken we kans een afgewogen onderdeel te worden van een lange keten die onherroepelijk (en ook zonder ons) zal leiden tot een nieuwe mensensoort. Een soort die vooruitstrevend, intelligent, vreedzaam, liefdevol… en wijs is.