Zelfvertrouwen

Hoezeer ik de Franse filosoof en schrijver Michel Onfray (meer schrijver dan filosoof, meer leraar dan wijze) ook waardeer, hij heeft het bij het verkeerde eind wanneer hij zegt dat mensen die het bestaan van links en rechts ontkennen rechts zijn.

Ik denk veel eerder dat mensen die ontkennen dat links en rechts al lang verdwenen zijn naïef zijn en terugverlangen naar een tijd voor goed en kwaad. Alleen conservatief en progressief zijn immers nog relevant als verklarende termen, voor positieve of negatieve energie.

Niets geeft echter meer zelfvertrouwen, meer rust dan onszelf wijs te maken dat we het bij het rechte eind hebben. Maar links en rechts verdwenen nu juist om die schijn-goedheid af te breken; om ons te dwingen te kiezen voor of tegen vooruitgang; voor of tegen ontwikkeling van het individu en voor of tegen hardnekkig conservatisme. Doen wat we altijd al deden, ook als we daarmee achteruit de afgrond in wandelen, bang voor het ter discussie stellen van de eigen waarheden, is een veeg teken dat we ons niet willen verheffen tot onszelf, maar tot een illusie van de nihilist.

Het merendeel van de mensen is helemaal niet op zoek naar de waarheid, naar wat ‘normaal’ is, naar wat de standaard zou moeten zijn, kortom: naar objectieve waarden en waarheid. Sterker nog, we trekken er liever een rookgordijn voor op. Omdat we weten dat als de rook zou verdwijnen, wij zelf daaronder zichtbaar zouden worden; dat we dan onze ware aard zouden moeten tonen – en dat die ware aard niet de standaard is. Of dat in ieder geval niet zou moeten zijn.

Als we zelfvertrouwen willen krijgen moeten we zo nu en dan goed doordacht een risicootje nemen. Het geeft zelfvertrouwen als je op eigen initiatief een uitdaging, een discussie bent aangegaan, met jezelf of met anderen, om bestaande waarden en waarheden (die immers over het algemeen de heersende dwalingen zijn) aan de kaak te stellen.

Die uitdaging met goed gevolg afleggen, dat geeft pas zelfvertrouwen.